Posts tonen met het label Pelgrimspad I. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Pelgrimspad I. Alle posts tonen

zondag 1 mei 2016

Zoete Lieve Vrouw (Pelgrimspad I: Vught - 's Hertogenbosch)

Op zondagochtend vertrekken wij uit De Kruishoeve in Vught naar Den Bosch. Het is de laatste etappe van dit pad. We volgen de oever van De IJzeren Man en zoeken vervolgens onze weg naar het noorden. We lopen niet helemaal goed, maar vinden uiteindelijk wel de Lunetten, door water omringde forten uit de negentiende eeuw. Onderweg vraagt een jogger ons of wij naar Den Bosch lopen vanwege Maria. De meimaand is haar maand en het is gebruikelijk om op deze dag, de eerste van die maand, te voet naar Den Bosch te gaan. Wij zijn wel op Pelgrimstocht, maar dan anders.


Na de Vughtse Heide slaan we rechtsaf en volgen een fraaie rivier, waarvan de oever vol bloemen staat. Achter ons ligt Kamp Vught, in de oorlog door de Duitsers gebouwd. We kunnen het net niet zien liggen. Daar vlakbij is de EBI, waar Willem Holleeder verblijft. Kort na onze wandeltocht lezen we dat Holleeder hier plannen heeft gesmeed om zijn zussen, die tegen hem getuigen, om het leven te laten brengen.

We lopen als we Den Bosch naderen niet helemaal goed en daardoor  missen we Fort Isabella, een Spaans fort uit het begin van de zeventiende eeuw. Er is nu een asielzoekerscentrum gevestigd. We zien de stad liggen. Via een  hoge voetgangersbrug steken we de weg en het spoor over en lopen de stad binnen. Er zijn veel toeristen, ongetwijfeld in verband met de Jeroen Bosch-tentoonstelling, die vandaag voor het laatst open is. De terrassen zitten vol. Op de Grote Markt bekijken we de plek waar een paar weken geleden een heel pand spontaan de grond is ingezakt. M. koopt ansichtkaarten bij de souvenirwinkel in het belendende pand, 'De Kleine Winst'.

Wij lopen de imposante Sint-Janskathedraal binnen, die aan de Notre Dame in Parijs doet denken. Daar is een mis aan de gang voor de Zoete Lieve Vrouw van deze kerk, een hier gekoesterd houten Mariabeeld uit de veertiende eeuw. Na de mis, in de vroege avond, zal het beeld tijdens een bidtocht door de straten van Den Bosch worden gevoerd. Het beeld is prominent in de kerk aanwezig. Een passender einde van ons Pelgrimspad is nauwelijks denkbaar.



zaterdag 30 april 2016

IJzeren Man (Pelgrimspad I: Drunen - Vught)

Vandaag lopen wij door de Loonse en Drunense duinen, sinds 2002 een Nationaal Park. Het is het grootste levende stuifzandgebied van het land, volgens het boekje. We starten bij de bushalte in Drunen waar de vorige keer zijn geëindigd. 

Het is een zonnige dag en we drinken na ruim een uur koffie bij De Klinkert, een groot Brabants café waar het al redelijk druk is. We vervolgen onze tocht over de hei en doorkruisen een zandverstuiving. Het landschap doet mij denken aan Afrikaanse savannen, hoewel ik die nooit zelf heb gezien. Door het bos dat de zandverstuiving begrenst zijn verschillende ATB-fietspaden aangelegd waar ruim gebruik van wordt gemaakt. Wij wandelen liever.

Onderweg komen we een groepje koeien tegen. Ze lopen ons nieuwsgierig tegemoet. Maar als wij dichterbij komen deinzen ze terug. Ze blijven ons nog lang nakijken als wij verder lopen. 

Bij De Rustende Jager, alweer zo’n mooie  Brabantse gelegenheid, stoppen we weer even. Dan lopen we verder aan de zuidrand van de Loonse en Drunense Duinen. Alles groeit en bloeit. De bermen en de weiden staan vol met fluitekruid, boterbloemen en allerlei blauwe en roze bloemen waarvan ik de naam niet weet.

Als we bij het grote hoekige meer De IJzeren man komen, waar een recreatiegebied is gevestigd, buigen we van het pad af naar ons hotel, De Kruishoeve. Het viel niet mee een hotel te vinden in de buurt, omdat dit weekend het laatste weekend van de grote Jeroen Bosch-tentoonstelling in Den Bosch is. 

De uitbater van het hotel doet goede zaken. Net als vandaag is het al weken helemaal vol. Het museum is inmiddels 24 uur per dag open en het is er blijkbaar voortdurend stampvol. Sommige toeristen komen zonder tevoren te reserveren en missen dan de boot. Wij zijn er niet rouwig om dat wij deze beker aan ons voorbij laten gaan.













zondag 3 april 2016

Kraanwater (Pelgrimspad I: Wellseind - Drunen)

's Ochtends worden wij wakker in ’t Kreekhuuske met uitzicht op de afgedamde Maas. We hebben de gordijnen open gelaten om direct van dit uitzicht te kunnen genieten. Deze Maasarm heeft voor scheepvaart geen functie meer, maar sinds 1996 pompt Dunea hier water op ten behoeve van de Haagse drinkwatervoorziening, zo staat in het boekje. Met leidingen wordt het water naar Katwijk vervoerd, waar het verder wordt gezuiverd. We drinken dus geen duinwater maar Maaswater, wat toch minder fris klinkt. Gelukkig is onlangs uit internationaal onderzoek gebleken dat het Nederlandse drinkwater van topkwaliteit is (Volkskrant, 29 feb. 2016). Op de heenreis naar Gorinchem gisteren lazen wij (Volkskrant, 2 april 2016) over de vele voordelen van kraanwater boven ‘bronwater’ uit een fles. Gebotteld water heeft vaak dezelfde herkomst als kraanwater, alleen is er honderden malen meer CO2-uitstoot voor nodig, wordt het op minder punten gecontroleerd en is het honderden malen duurder. Ik blijf mij sterk maken voor kraanwater, ook in restaurants. Gisteren kreeg ik in Amadeus tot mijn verrassing ongevraagd een glas water bij mijn wijn. Vaak zijn daar meerdere verzoeken voor nodig, soms zelfs discussie. Op restaurantsite Iens is de mogelijkheid kraanwater te krijgen een van de zoekcriteria.

Het heeft  ’s ochtends wat geregend maar als wij om half elf vertrekken uit onze B&B schijnt de zon. Omdat het veer van Nederhemert Noord tot 1 mei niet vaart op zondag lopen wij de alternatieve route naar het Bernse veer, dat wij onder meer delen met een antieke brandweerauto.

Vandaag trakteert het Pelgrimspad ons alweer op een prachtig vestingstadje, want wij passeren Heusden. Al van ver zien wij de puntige vestingwallen liggen. Via de Veer- of Waterpoort, langs de molen en over de ophaalbrug lopen wij de stad binnen. We passeren de Oude Haven en de visbank. Op de Botermarkt drinken we koffie in de zon. Er zijn hier 133 monumenten, staat in het boekje. Behalve prachtige gebouwen is er volop leven in Heusden.
 

We stoppen even in de Mariakapel naast de RK-kerk. Het beeld zou in 1421 zijn aangespoeld en tijdens de beeldenstorm in 1566 verstopt. Sinds 2002 heeft het deze eigen kapel. De muren zijn in de typische Maria-kleur lichtblauw geschilderd en er staan bossen witte rozen, zowel echte als zijden. Aan de muur hangt, ingelijst, een op middeleeuwse manier gekalligrafeerd gedicht.

Bij Oud-Heusden loopt het pad helaas een tijd langs een drukke verkeersweg. Dan vinden we de stilte weer op de Kooilaan, die langs natuurgebied Hooibroeken loopt. Tenslotte volgen we de kronkelige Zeedijk, aangelegd in de dertiende eeuw, richting Drunen. Daar eindigt onze etappe. Die besluiten wij op het terras van Café Westhoek, dat helaas deze maand de deuren zal sluiten. Per bus reizen wij naar ’s 's-Hertogenbosch.

zaterdag 2 april 2016

Gevelstenen (Pelgrimspad I: Gorinchem - Wellseind)



In Gorinchem lopen we vanaf het station langs de vestingwallen naar de Veerhaven. Dat het veer maar eens in het uur gaat biedt gelegenheid voor een koffiepauze in Sweet Ima, waar de aanblik van heerlijke broden en zelfgemaakte patisserie ons doet watertanden. Het interieur is ook het bekijken waard: oude bakstenen muren, een kroonluchter gemaakt van tientallen peertjes aan zwart draad, kunstig met haakjes aan het plafond gedrapeerd.

Als de veerboot richting Woudrichem vaart hebben we zicht op Gorinchem ongeveer zoals Vermeer Delft zag. Het silhouet van de stad met trapgevels en een molen, het spiegelende water ervoor. De veerboot zelf is ingericht met rechte banken van wit kunstleer. Hypermodern en jaren zeventig tegelijk. Een tochtje per veerboot is altijd een attractie tijdens een wandeling, en vandaag geldt dat des te meer.

We gaan van boord en lopen via de stadsmuren en de Gevangenpoort Woudrichem in, een overweldigend mooi vestingstadje. Inscripties in de stadspoort laten zien dat het water er in 1995 hoger heeft gestaan dan tijdens de stormvloed in 1953 (4,66 en 3,95 meter t.o.v. NAP).  In de Hoogstraat zijn de huizen gebouwd rond zestienhonderd, zo zien we aan de gevelstenen. Ik kijk mijn ogen uit. Op een van de gevels staat een wijze spreuk: ‘DIE TIDT IS CORT DIE DOOT IS SNEL WACHT V VAN SONDEN SO DOET GHY VEL 1608’. 

Langs het oude Raadhuis, nu een restaurant, verlaten we Woudrichem. We volgen de afgedamde Maas die we bij Poederoijensehoek oversteken. Dan zijn we in de Bommelerwaard, gelegen tussen de Maas en de Waal. Het gebied is vaak geteisterd door overstromingen. De dijken zijn er hoog en veel boerderijen liggen op terpen. De lente is onmiskenbaar. Vogels kwetteren erop los, bomen en struiken botten uit en overal in het gras staan gele, witte en paarse bloemen.

Voorbij Brakel pauzeren we even langs de Meidijk in theetuin de Welldaad, die achter de Zuilichemse molen ligt. Het is de eerste dag van het seizoen dat de theetuin weer open is en dat wordt gevierd met activiteiten als dromenvangers maken en massages. Wij houden het op een kop thee en lopen verder over de dijk, waar het erg druk is vandaag. Dat komt, legt eigenares Margje Beekenkamp uit, omdat hier alleen op zaterdag en niet op zondag wordt gevoetbald en vanwege een wegafzetting in de buurt. Zelfs te voet is het moeilijk doorkomen.
Via Aalst, waar fraaie dijkhuizen staan, lopen we langs de Drielsche wetering. De bewoners in deze streek zijn ware buxus-kunstenaars. Veel tuinen hebben strak gesnoeide hagen met daarin rozenstruiken. De leilindes voor de boerderijen zijn vaak mooi oud en knoestig. Tegen half zes arriveren wij bij B&B ’t Kreekhuuske in Wellseind. Ons appartement heeft een terras met uitzicht op de afgedamde Maas. Daar genieten wij van de karaf wijn die de gastvrouw voor ons heeft klaargezet. Bijzonder om zo vroeg in het jaar in de zon te kunnen borrelen. Later genieten wij van een diner in Amadeus, op een paar minuten loopafstand. Gamba’s en zalm, Carpaccio en snoekbaars, heerlijk. Ik probeer niet te veel te kijken naar de betreurenswaardige kreeften in het aquarium naast ons. De zaak zit vol en dat is terecht.

zondag 20 maart 2016

Schapen (Pelgrimspad I: Giessenburg - Gorinchem)

Wij doen het rustig aan vanmorgen. Na een heerlijk ontbijt in de Giessenhoeve gaan wij niet al te vroeg op pad, want we hebben vandaag maar zestien kilometer voor de boeg. We verlaten Hardinxveld langs het station, waar we gisteren hebben gegeten. Wij lopen vandaag door een open landschap met rivieren. Net als gisteren zijn er veel graspaden, zodat wij blij zijn dat het de laatste tijd droog is geweest. Vandaag schijnt zelfs af en toe de zon. We zien en horen volop weidevogels en komen verschillende kuddes schapen tegen. Als wij langs de Wijde Giessen lopen benadert een koppel eenden ons. Wij voeren ze wat van ons brood. Het vrouwtje is blijkbaar zo aan mensen gewend dat zij vrijwel uit de hand eet. 


Ook hier veel knotwilgen. Sommige zien er oud en verweerd uit, de binnenkant is soms grotendeels verdwenen. Toch lopen ze weer uit. De lente is duidelijk aangebroken. Bomen en struiken staan in de knop, vogels bouwen nesten. Bij het oversteken van de A15 zien we een rijtje moderne – elektriciteit opwekkende - windmolens staan. Wat een verschil met de pittoreske houten molens die wij gisteren passeerden.


Langs een nieuw treinstation lopen wij Boven-Hardinxveld binnen. We volgen de Tiendweg, parallel aan de Boven Merwede. Het laatste stuk van het pad is een grasdijk langs de Steenenhoek. Een lange weg, die langs industrieterreinen voert. Gelukkig komen we ook hier weer schapen tegen. Nieuwsgierig staan ze naar ons te kijken. Komen we dichterbij, dan hollen ze geschrokken weg. Rond half twee lopen we Gorinchem binnen. Daar eindigt ons traject voor vandaag, omdat de veerpont over de Waal tot en met april niet vaart op zondag. Voordat we naar het station lopen gaan we nog even het oude centrum in en drinken wat op de Markt. We hebben er deze twee dagen in totaal zo’n veertig kilometer op zitten.

zaterdag 19 maart 2016

Knotwilgen (Pelgrimspad I: Groot-Ammers - Giessenburg)

We hebben deze wandeling een paar keer uitgesteld omdat het slecht weer was of omdat het langdurig had geregend, maar vandaag is het droog. En de hele afgelopen week is het droog geweest dus voor geglibber in de modder zijn wij niet bang. We starten niet eerder dan half elf met lopen omdat we na de treinreis naar Utrecht nog een uur in de bus richting Rotterdam zitten. Vanaf het Fortuijnplein in Groot-Ammers, waar net de catechisatie uitging toen we er vorige keer waren, lopen we naar het zuiden langs de Molenkade. 

We passeren een aantal groen geschilderde houten molens, waarvan het bovenste gedeelte met een steile trap te bereiken is. Zo te zien dienden deze molens om de polder te bemalen. De meeste draaien vandaag. Als je vlak bij de met zeil beklede zoevende wieken staat kun je je voorstellen dat een tik van de molen een behoorlijke impact heeft.  

We zijn in de Alblasserwaard. Het landschap is open en doorsneden door waterstromen. Opvallend is het grote aantal knotwilgen. Zo te zien is het nu de tijd om te knotten. Dat wordt aan het eind van de dag bevestigd door de eigenares van de B&B in Giessenburg, die zelf ook knotwilgen in de tuin heeft staan en vertelt dat de mannen vandaag geknot hebben.
Vroeger waren hier veel heuvels, rivierduinen uit de IJstijd, donken genaamd. Daarvan is een groot deel afgegraven. Een ervan, die zes meter boven de omgeving uitsteekt, is er nog. Het bevat een gehucht dat De Donk heet. Behalve eenden en ganzen zien we tijdens onze wandeling een groot aantal futen, reigers en waarschijnlijk ook kievieten. Helaas weten we de vogels niet goed te herkennen. Een wandelaar met een hond maakt ons attent op een witte reiger in de verte en vertelt dat die zojuist werd aangevallen door een kieviet. Op het pad zien we veel kapotte eierschalen. Lichtgroen; waarschijnlijk van eenden. Ook hier schiet onze kennis tekort. Verder liggen er veel grote schelpen, vaak in stukken, sommige zijn heel. Ze lijken uit de rivieren te komen want waar net gebaggerd is liggen de mooiste exemplaren. Ik neem er een paar mee.

We passeren de Betuwelijn en komen langs een punt waar het graf van een vrouw is gevonden. Vlak bij haar is een hond begraven. Bij het aanleggen van de spoorlijn zijn op voormalige rivierdonken resten van bewoning gevonden van 5000 voor Christus. De vrouw is om voor de hand liggende reden postuum ‘Trijntje’ genoemd.

Via Bleskensgraaf naderen wij Giessenburg. Het laatste lange rechte stuk lijkt erg lang… Wij lopen vandaag zo’n 23 kilometer. Tegen vijven arriveren wij in Bed & Breakfast De Giessenhoeve, gevestigd in het oude stalgedeelte van een zeventiende-eeuwse boerderij. We hebben er een heerlijke kamer met keuken en badkamer. Op advies van de eigenares gaan wij eten in restaurant 'De Koperen Snor', gevestigd in het gebouw dat vroeger bij het treinstation hoorde.