Posts tonen met het label Noord-Brabant. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Noord-Brabant. Alle posts tonen

zondag 14 augustus 2016

Kruizen en kapellen (Pelgrimspad II: Maarheeze - Tungelroy)


We hebben het appartement (B&B Halte 46) boven café Tramhalt in centrum Weert voor ons alleen. Het is ruim bemeten en prima ingericht. In de gang hangt een schilderij van Maxima die de koning als een papagaai op haar schouder heeft. Hoewel een café in de buurt harde muziek draait tot diep in de nacht slapen we goed. Suzan serveert een uitgebreid ontbijt. Dan lopen wij van de B&B naar station Maarheeze, waar wij gisteren zijn geëindigd, om het pad weer op te pakken. 

Ook vandaag lopen wij door een prachtig heidegebied. Net als gisteren is het weer prima: droog en warm. Het is vochtiger dan gisteren zodat het wat tropisch voelt. In de ochtend is er een korte regenbui waarvan wij niet nat worden omdat we net onder een dicht bladerdak lopen. Er zijn veel muggen, die aanvallen zodra je stil staat. Een korte broek heeft ook nadelen.

Ten zuiden van Maarheeze passeren wij de grens met Limburg. De kruizen en kapelletjes worden steeds talrijker. Ze zijn ontroerend in hun vaak naïeve schoonheid. Ook passeren wij imposante kerken. Het Pelgrimspad doet zijn naam eer aan.

Gisteren kwamen wij geen horeca tegen, vandaag wel, en wij strijken neer op het fraaie terras van Wandel- en fietscafé Peerkesbosch aan de Heugterweg 2 in Nederweert. Later drinken wij nog Rivella in Blaakven, nog ten noorden van Weert. Als we voor de tweede keer bij de spoorlijn komen moeten we langs een industrieterrein waarna we een sluis over de Maas oversteken. Er komt net een boot aan en we blijven even staan kijken hoe het water in de sluis op hetzelfde lagere niveau wordt gebracht als het water waar de boot ligt, aan de noordkant van de Maas. Dan komen we langs de IJzeren man, een recreatiegebied dat is ontstaan door een zandafgraving ten behoeve van de spoorlijn. Het ontstane meer is IJzeren man genoemd naar de graafmachine, net als in Vught, waar niet we niet lang geleden langs het Pelgrimspad I bivakkeerden. We pauzeren even in het klimbos, waar kinderen en volwassenen van boom naar boom klimmen via kabels. Ze zijn voorzien van helmen en klimgordels. Wij voelen ons op geen enkele manier geroepen om dit ook te proberen maar het is leuk om naar te kijken.
In de buurt van Weert passeren wij een grote manege. De paarden die buiten staan zijn merkwaardig gekleed; het lijkt alsof zij boerka’s dragen. Misschien helpt het tegen de vliegen en andere insecten, maar het lijkt toch wel gezichtsbelemmerend.


We lopen weer langs een heidegebied, bij Altweerterheide, en wij stoppen in het gehucht Tungelroy. Het café tegenover de kerk heeft nog wel het oude uitgangsbord, maar is inmiddels een woonhuis. Iets verderop is een nieuw café annex zalencentrum, dat ons niet aantrekt. Wij nemen de bus terug naar Weert, waar wij net als gisterenavond eten bij Antje, tegenover het station. Door het oude centrum lopen we terug naar de B&B. Net als gisteren besluiten wij de avond in het mooie café Tramhalt, waarboven onze B&B is. 

zaterdag 13 augustus 2016

Heide (Pelgrimspad II: Heeze - Maarheeze)


Vandaag  vertrekken wij via Eindhoven naar Heeze om drie dagen op het Pelgrimspad te lopen. In totaal zullen wij een kleine tachtig kilometer afleggen. Om kwart over zeven in de trein, geen tijd om koffie op het station te halen en helaas, geen railcatering in deze trein. De vriendelijke conductrice wijst erop dat we in Rotterdam twee minuten stoppen naast een kiosk. M. rent de trein uit om koffie voor mij te halen en de conductrice zorgt dat de trein pas gaat rijden als hij weer binnen is. Deze koffie smaakt extra goed.

Er rijden geen treinen dit weekend tussen Eindhoven en Weert, zodat wij de vervangende bus van de NS nemen naar het kleine stationnetje van Heeze. We pakken hier direct het pad op, dat ons vandaag over de Strabrechtse hei voert. Wij passeren Kasteel Heeze en verlaten het bebouwde gebied. De rest van de dag zijn wij alleen nog maar in de natuur, die hier adembenemend mooi is. De Strabrechtse hei is een natuurgebied van 1500 ha, dat nog net in Brabant ligt. We zijn er precies in het juiste jaargetijde, want de heide bloeit. Aan de paddenstoelen zie je dat de zomer op zijn einde loopt.
Er zijn verscheidene vennen, waarvan het Beuven het grootste ven van Nederland is. Er groeien bijzondere planten, volgens het boekje, zoals de gentiaan. Helaas hebben wij die niet gezien. Ook de fauna is hier bijzonder. De zeldzame kraanvogel is hier gesignaleerd. Verder leven er havikken, heikikkers, rugstreeppadden, hagedissen, wulpen en geelgorsen, salamanders en padden, en, nog steeds volgens het boekje, het wemelt er van de libellen. Wij genieten zeer van de natuur, maar hebben weinig oog voor dieren. We zien wel verschillende felblauwe libellen. En natuurlijk de schapen van de kudde die hier wordt ingezet voor begrazing.


Na de Strabrechtse hei doorkruisen wij de  Somersche hei, waar we ook vennetjes tegenkomen. Ons traject eindigt op de Koenraadtweg in Maarheeze. Van daar reizen wij naar Weert, waar we twee nachten een B&B hebben geboekt. Het station is nog ruim twee kilometer lopen en er rijden vandaag geen treinen maar bussen, dus het lijkt ons een beter idee om niet naar Maarheeze centrum te lopen maar de andere kant op, richting Hugten, waar een bushalte op de kaart staat. Helaas, er is geen bushalte te bekennen. Het openbaar vervoer houdt niet over in deze buitengebieden. We besluiten te gaan liften, geen alledaagse bezigheid. Als na ongeveer een kwartier een stuk of vijf auto’s zijn gepasseerd die ons allemaal voorbij zijn gereden, geven we het op en lopen alsnog naar station Maarheeze, dat inmiddels zo’n drie – saaie – kilometers verwijderd ligt. Daar pakken we de vervangende NS-bus die op willekeurige tijden lijkt te rijden. 

Tegen zessen arriveren wij bij B&B Halte 46, gelegen aan de Maasstraat / Emmasingel boven café Tramhalt, genoemd naar de tramhalte die hier vroeger was. Een prachtig café, waar het terras vol zit en waar iedereen niet alleen elkaar, maar ook een groot deel van de voorbijgangers kent. ‘Houdoe hè’, of ‘Hoi hè’ klinkt het voortdurend. 

zondag 5 juni 2016

Water (Pelgrimspad II: Valkenswaard - Heeze)

Na een heerlijk ontbijt op ons logeeradres in Valkenswaard vervolgen we onze tocht. Vandaag maar 13 kilometer omdat we op tijd terug moeten zijn vanmiddag. Net als gisteren is het ongeveer 25 graden. De zon doet zijn best, maar er staan nog steeds grote stukken land onder water. Bij de brug over de Tongelreep genieten paarden van het verfrissende water.  Wij vonden het gisteren ook niet vervelend om met onze voeten door het koude water te waden, toen het pad een stuk onder water stond.


Voorbij Achtereind lopen we verkeerd. Waarschijnlijk hebben we een markering gemist omdat we niet goed hebben opgelet. De telefoon brengt ons naar de Hut van Mie Peels, een oude pleisterplaats, waar we koffie drinken in de zon. Het terras zit vol fietsers die onder de modder zitten. Daarna is het niet ver meer naar Heeze, waar we de trein nemen.  

zaterdag 4 juni 2016

Waden (Pelgrimspad II: Vessem - Valkenswaard)

Met trein en bus reizen wij naar Veldhoven, waar volgens afspraak de taxi op ons wacht. Hij brengt ons naar Vessem. Openbaar vervoer rijdt hier niet in het weekend. We beginnen onze tocht waar de vorige keer zijn geëindigd: op het terras van De Gouden Leeuw. Dan vertrekken we in oostenlijke richting en passeren Knegsel en Steensel.

Bij de hoeve Broekhoven is in een klein bijgebouwtje een videopresentatie ingericht over de geitenboerderij. De melk wordt geleverd aan een Belgische fabrikant van zachte geitenkaas. De productie is enorm. Interessant om te zien hoe zo'n boerderij reilt en zeilt. Triest vind ik dat de geitjes direct na de geboorte bij de moeder worden weggehaald. De melk is voor de mensen. Zelfs de allereerste melk is ze niet gegund. In het eerste halfuur van hun leven krijgen ze kunstbiest te drinken. Bij koeien gaat het trouwens ook zo.

Wij lopen verder langs de Broekhovensche Velden. Veel land langs het pad staat blank. Het heeft in deze streek een paar dagen geleden enorm geregend. Op een gegeven moment verandert ook het pad in een beek. Net als twee weken geleden ontdoen we ons van sokken en schoenen en waden wij voorzichtig door het water. In de buurt van de Volmolen is het pad weer begaanbaar. We drogen onze voeten aan het gras. Vlak voor de Volmolen is een camping met houten huisjes. Hier loopt het riviertje de  Dommel, dat nu snel stroomt en waarvan het water hoog staat. In een bocht gaat het zo snel dat een stuk oever is meegenomen. Het water stroomt gevaarlijk dicht langs een van de huisjes. Twee mannen zijn in de weer met stukken zeil en zandzakken.

Als we bij ons logeeradres in Valkenswaard aankomen horen we van onze gastheer en -vrouw dat het hier tot gisteren ook blank heeft gestaan. Het huis bleef gelukkig droog maar in de lager gelegen tuin stond het water decimeters hoog. De sporen van het water zijn in de straten nog duidelijk zichtbaar.  

zaterdag 21 mei 2016

Maria (Pelgrimspad II: Spoordonk - Vessem)

Wat later dan gepland vertrekken wij uit Spoordonk naar het Zuiden. We stoppen even bij De Heilige Eik, een mooi kapelletje in het bos dat volgens het boekje 25.000 bezoekers per jaar trekt. Middelpunt van de kapel is een replica van een houten Mariabeeldje, dat een boer uit Spoordonk in de Beerze gevonden zou hebben. Het origineel staat elders, maar de verering van Maria gebeurt hier in deze kapel. 

Langs het Wilhelminakanaal lopen wij naar Middelbeers en van daar naar de Landschotse Heide, net als de Kampina waar we gisteren waren een fraai en stil gebied vol meertjes. In het begin van de middag arriveren wij in Vessem. De Jacobushoeve, een ontmoetingsplaats voor pelgrims, laten wij links liggen (eigenlijk rechts). Onze tocht vandaag eindigt op het terras van de café Gouden Leeuw. Net als gisteren is het de hele dag droog gebleven. Omdat hier in het weekend geen openbaar vervoer is laten we ons door een taxi naar station Eindhoven brengen.

vrijdag 20 mei 2016

Fanfare (Pelgrimspad II: Vught - Spoordonk)

Na de prachtige finale van het eerste deel van het Pelgrimspad, op 1 mei van dit jaar met een mis ter ere van de Zoete Lieve Vrouw in de Sint Janskathedraal in Den Bosch, starten wij vandaag in Vught met deel twee van het Pelgrimspad. Ook vandaag doet het pad zijn naam direct eer aan, als wij langs een Mariabeeld komen dat bij een voormalig bakhuisje staat. Van het bakhuisje is een kleine kapel gemaakt.

Het is prachtig weer. De grazige weiden staan volop in bloei, onder meer met boterbloemen, fluitenkruid, dagkoekoeksbloemen en klaver. De paardenbloemen hebben nu zaadpluimen. Aan de oevers van de beken en deels in de beken staan grote gele orchidee-achtige bloemen, waarvan ik denk dat het gele lis is. Aan een boom zien we een enorme zwam, knalgeel met oranje. We lopen parallel aan de Essche Stroom en passeren kasteel Nemerlaer, een veertiende-eeuws gebouw waar volgens het boekje tot de dag van vandaag de geest rondwaart van een jonkvrouw die door haar man is vermoord. Het ligt bij het riviertje de Nemer.
We steken een volgend riviertje over, de Rosep, en lopen het natuurreservaat Kampina in. Een openbaring. Uitgestrekt land, begroeid met wittige grasachtige planten, vol kleine meertjes. Het is er helemaal leeg en stil. Hoewel de paden droog zijn is er een punt waar we een ondiep water moeten oversteken. We hebben dat op het Marskramerpad in 2014 ook eens moeten doen. Schoenen en sokken uit, en een klein stukje waden.

We passeren het riviertje de Beerze, waar het pad even later langs loopt. Het landschap blijft adembenemend mooi. Vogels trakteren ons op hun gezang. Jammer dat we niet weten welke vogels we horen. Als we in Spoordonk arriveren, de bestemming van vandaag, passeren we een oude watermolen met een fraai terras aan het water van de Beerze. Hier pauzeren we even voordat we naar onze B&B ‘De Ouw Skuur’ gaan.


We eten die avond in eetcafé ‘het Kroegske’. Dat het onderdeel van een zalencentrum is doet niet veel goeds vermoeden, maar het blijkt gewoon een gezellig eetcafé te zijn, dat los ligt van het –kleine- zalencentrum. We lopen er door het veld naar toe. Toevallig is hier een wandelevenement aan de gang, waardoor wij onthaald worden op een feestelijke fanfare.

zondag 1 mei 2016

Zoete Lieve Vrouw (Pelgrimspad I: Vught - 's Hertogenbosch)

Op zondagochtend vertrekken wij uit De Kruishoeve in Vught naar Den Bosch. Het is de laatste etappe van dit pad. We volgen de oever van De IJzeren Man en zoeken vervolgens onze weg naar het noorden. We lopen niet helemaal goed, maar vinden uiteindelijk wel de Lunetten, door water omringde forten uit de negentiende eeuw. Onderweg vraagt een jogger ons of wij naar Den Bosch lopen vanwege Maria. De meimaand is haar maand en het is gebruikelijk om op deze dag, de eerste van die maand, te voet naar Den Bosch te gaan. Wij zijn wel op Pelgrimstocht, maar dan anders.


Na de Vughtse Heide slaan we rechtsaf en volgen een fraaie rivier, waarvan de oever vol bloemen staat. Achter ons ligt Kamp Vught, in de oorlog door de Duitsers gebouwd. We kunnen het net niet zien liggen. Daar vlakbij is de EBI, waar Willem Holleeder verblijft. Kort na onze wandeltocht lezen we dat Holleeder hier plannen heeft gesmeed om zijn zussen, die tegen hem getuigen, om het leven te laten brengen.

We lopen als we Den Bosch naderen niet helemaal goed en daardoor  missen we Fort Isabella, een Spaans fort uit het begin van de zeventiende eeuw. Er is nu een asielzoekerscentrum gevestigd. We zien de stad liggen. Via een  hoge voetgangersbrug steken we de weg en het spoor over en lopen de stad binnen. Er zijn veel toeristen, ongetwijfeld in verband met de Jeroen Bosch-tentoonstelling, die vandaag voor het laatst open is. De terrassen zitten vol. Op de Grote Markt bekijken we de plek waar een paar weken geleden een heel pand spontaan de grond is ingezakt. M. koopt ansichtkaarten bij de souvenirwinkel in het belendende pand, 'De Kleine Winst'.

Wij lopen de imposante Sint-Janskathedraal binnen, die aan de Notre Dame in Parijs doet denken. Daar is een mis aan de gang voor de Zoete Lieve Vrouw van deze kerk, een hier gekoesterd houten Mariabeeld uit de veertiende eeuw. Na de mis, in de vroege avond, zal het beeld tijdens een bidtocht door de straten van Den Bosch worden gevoerd. Het beeld is prominent in de kerk aanwezig. Een passender einde van ons Pelgrimspad is nauwelijks denkbaar.



zaterdag 30 april 2016

IJzeren Man (Pelgrimspad I: Drunen - Vught)

Vandaag lopen wij door de Loonse en Drunense duinen, sinds 2002 een Nationaal Park. Het is het grootste levende stuifzandgebied van het land, volgens het boekje. We starten bij de bushalte in Drunen waar de vorige keer zijn geëindigd. 

Het is een zonnige dag en we drinken na ruim een uur koffie bij De Klinkert, een groot Brabants café waar het al redelijk druk is. We vervolgen onze tocht over de hei en doorkruisen een zandverstuiving. Het landschap doet mij denken aan Afrikaanse savannen, hoewel ik die nooit zelf heb gezien. Door het bos dat de zandverstuiving begrenst zijn verschillende ATB-fietspaden aangelegd waar ruim gebruik van wordt gemaakt. Wij wandelen liever.

Onderweg komen we een groepje koeien tegen. Ze lopen ons nieuwsgierig tegemoet. Maar als wij dichterbij komen deinzen ze terug. Ze blijven ons nog lang nakijken als wij verder lopen. 

Bij De Rustende Jager, alweer zo’n mooie  Brabantse gelegenheid, stoppen we weer even. Dan lopen we verder aan de zuidrand van de Loonse en Drunense Duinen. Alles groeit en bloeit. De bermen en de weiden staan vol met fluitekruid, boterbloemen en allerlei blauwe en roze bloemen waarvan ik de naam niet weet.

Als we bij het grote hoekige meer De IJzeren man komen, waar een recreatiegebied is gevestigd, buigen we van het pad af naar ons hotel, De Kruishoeve. Het viel niet mee een hotel te vinden in de buurt, omdat dit weekend het laatste weekend van de grote Jeroen Bosch-tentoonstelling in Den Bosch is. 

De uitbater van het hotel doet goede zaken. Net als vandaag is het al weken helemaal vol. Het museum is inmiddels 24 uur per dag open en het is er blijkbaar voortdurend stampvol. Sommige toeristen komen zonder tevoren te reserveren en missen dan de boot. Wij zijn er niet rouwig om dat wij deze beker aan ons voorbij laten gaan.