dinsdag 17 september 2024

Langs oude dorpjes en industriegebied (Uithuizen - Appingedam - Termunten)


We lopen de laatste trajecten van het Fries-Groningse Kustpad, of Nederlands Kustpad 3: van Uithuizen naar Appingedam en van Appingedam de volgende dag naar Termunten in Groningen. 

Omdat we Uithuizen een minder leuk dorp vonden vorige keer, boekten we een B&B in Winsum, net buiten het centrum. Winsum is een prachtig dorp, door de Anwb eens uitgeroepen tot het mooiste dorp van Nederland. We eten bij de Gouden Karper en zitten daarna nog even aan het water, op de plek waar het Pieterpad het dorp binnenkomt.

De volgende ochtend gaan we na een heerlijk ontbijt op tijd op pad, eerst met de trein naar Uithuizen om daar de route weer op te pakken. Gelukkig loopt die spoorlijn hier, dat maakt alles zoveel makkelijker te bereiken.

We begonnen met een kop koffie op het terras van de Menkemaborg, net buiten Uithuizen. Een schitterend kasteel, tegenwoordig eigendom van het Gronings Museum dat het heeft ingericht met authentieke meubels. Het café is ook ingericht in oude stijl, erg de moeite waard.

Maar wij gaan door want we hebben vandaag zo'n 25 kilometer voor de boeg. Uiteindelijk wordt dat een kleine dertig kilometer want we lopen verkeerd. We wandelen langs akkers van vette klei, rijen bomen, nieuwgierige koeien, boerderijen met paarden. En we genieten van het schitterende Groningse landschap, dat zich met dit mooie weer op zijn best laat zien.

Op een van die akkers worden uien geoogst, machinaal. Er hangt een sterke uiengeur. De boer, die erbij staat te kijken, legt uit dat de uien dit jaar last hebben van een schimmel die de wortels vernietigt. Een deel van de uien staat er inderdaad treurig bij, met bruin slap loof. De boer laat een net geoogste ui zien die inderdaad geen wortels meer heeft. De onderkant van de ui is verrot. 

Aan het eind van de middag lopen we het oude stadje Appingedam binnen. Om de huizen groter te maken zonder dat daar plaats voor was zijn keukens aangebouwd boven het water van het Damsterdiep. Het is de hele dag mooi weer en het is nog steeds lekker warm, dus we eten buiten op het terras van het oude gerechtsgebouw, inmiddels een café-restaurant. Vlakbij de Nicolaï- of Nicolaaskerk. Daar is 's avonds blijkbaar iets te doen, want de lichten binnen gaan aan als het donker is. Het schijnt in prachtige tinten paars door de glas-in-lood-ramen.

Behalve het historische centrum is er niet zoveel te beleven in Appingedam. Veel horecazaken en winkels zijn gesloten, en er geldt een samenscholingsverbod op meerdere plekken waar we langs lopen. 

De volgende ochtend lopen we het stadje uit richting Delfzijl. Van oudsher een belangrijke havenstad, nu ook onderdeel van een industriegebied. Het hoort bij de Eemsdelta. We drinken koffie op het terras van het Eemshotel, een merkwaardige plek op de dijk aan de Waddenzee. Vanaf daar voert een voetgangersloopbrug ons hoog door de stad. Er staat een standbeeld van Georges Simenon, die hier een tijd verbleef en in ieder geval een van zijn boeken hier situeerde.

De rest van de dag lopen we langs de zeedijk met uitzicht op haven- en industriegebied. Pijpleidingen, containers, chemische fabrieken etc. De oude dorpjes zijn hierdoor opgeslokt. De oude begraafplaats van Oterdum, een van die dorpjes, is opnieuw ingericht op de dijk. Een mooi gebaar, maar het is een treurig gezicht.  

Na dat industriële geweld is het een verademing over een rustige grasdijk te lopen. Het pad voert boven langs de Valgenweg, langs en voorbij het Zeehavenkanaal. Hier liggen schapen te luieren. Het is altijd hetzelfde: als je doorloopt, blijven ze rustig liggen. Sta je stil, dan staan de schapen op en lopen weg. 

We lopen over het sluisje bij Termunterzijl. Een plaatsje met een klein eigen haventje, nu voor de pleziervaart. Vanaf hier is het nog maar een klein stukje naar Termunten, ons eindpunt van vandaag. Het is een klein dorp, maar er zijn meerdere restaurants. Verrassend. Wij eten een heerlijk visje. Slapen doen we bij Vrienden op de fiets. Dit keer hebben we wel een heel bijzondere slaapplek: een originele houten pipowagen in de tuin. 

Als we de volgende ochtend wakker worden, komt de zon in het oosten net boven de dijk uit. Een schitterende gezicht. Wat een geweldige manier om wakker te worden. Het is hier doodstil, je hoort alleen wat vogels. Het gras is bedekt met dauw. Het is direct warm genoeg om buiten te zitten.

Na het ontbijt aan de picknicktafel brengt onze gastheer ons met de auto naar station Delfzijl want helaas, er is hier op zondag geen openbaar vervoer. Dat komen we steeds vaker tegen. We wandelen vandaag niet meer want we hebben een behoorlijke reis naar huis voor de boeg. Volgende keer verder: de laatste etappe van het Fries-Groningse kustpad, naar Bad Nieuweschans. Het zit er bijna op.

Jaren geleden startten we in Sluis, Zeeuws Vlaanderen, met het eerste deel van het Nederlands Kustpad. Vorig jaar begonnen we aan dit laatste deel. In totaal is het Nederlands Kustpad 725 kilometer.

Nederlands Kustpad I (Sluis - Hoek van Holland) (237 km)
Nederlandse Kustpad II (Hoek van Holland - Den Helder) (213 km)
Nederlandses Kustpad III (Stavoren - Bad Nieuweschans) (275)


maandag 11 maart 2024

Langs Friese kust en Groninger Hoge Land

Een lang weekend Fries-Groningse kustpad langs de Friese Waddenkust, een uitstap naar Schiermonnikoog en een tocht door het Groningse Hogeland.

Met trein, bus en belbus arriveren we zaterdag rond het middaguur in Moddergat, een dorp met mooie vissershuizen in het noorden van Friesland. Vorige keer zijn we gekomen tot Nes, waar we in de theaterkerk de tentoonstelling over de walvisvaarders bezochten van Anne-Goaitske Breteler, die daar eerder een mooi boek over schreef  ('De traanjagers. Herinneringen van naoorlogse walvisvaarders'). 

Via Paesens, dat tegen Moddergat aanligt, lopen we over de zeedijk. Er staat een straffe oostenwind - waar we dus recht tegenin lopen. Na een kilometer of acht komen we bij de sluizen van het Lauwersmeer, tot eind jaren zestig nog een flinke zee tot diep in het land, een inham van de Waddenzee. Het is nu een natuurgebied met de naam Nationaal Park Lauwersoog.

We hebben nog tijd voor dat we de veerboot van half vier nemen, en lunchen in het restaurant aan de haven met uitzicht op de Waddenzee. Dan drie kwartier op de boot. We arriveren rond half vijf in hotel Duinzicht. Het is druk op het eiland, vanwege een muziekfestival. We lopen een stukje over het eiland, door de Langstreek, Middenstreek en Voorstreek, langs de witte vuurtoren die aan de zuidkant van het eiland staat. Dan is het tijd voor borrel en diner bij de Vier Dames in de Langstreek. Heerlijk om weer op dit mooie eiland te zijn, al is het nu maar voor één avond.

Er schijnt een goede kans te zijn dat er vanavond noorderlicht te zien is aan de Nederlandse kust. Als het helemaal donker is, na een uur of negen, lopen we de Badweg af naar het strand aan de noordkant van het eiland. De Badweg is verlicht, maar bij het strand is het aardedonker. Hier is geen lichtvervuiling, zoals bij ons in de Randstad. Jammer genoeg zien we geen noorderlicht. Ik maak een foto, voor de zekerheid, want je kunt het met je blote oog niet zien omdat je geen kleuren ziet in het donker. Door de lens van de camera ziet het noorderlicht er groenig uit. Ik maak een foto met een sluitertijd van twee seconden, maar helaas: de foto is pikzwart.

Maar dankzij de kans op noorderlicht hebben we deze mooie avondwandeling gemaakt, wat we anders niet gedaan zouden hebben. 
We gaan nog even naar de gelagkamer van Hotel Van der Werff en dan vroeg naar bed.


Zondagochtend, de tweede dag, keren we met de boot van 10.30 u terug naar Lauwersoog. Hier begint onze wandeling door het Groningse Hogeland, te beginnen met een gebied dat vroeger zee was. Via het Lauwersoogbos slingert het pad richting de Marnewaard, een militair oefenterrein. Volgens het routeboekje kun je zonder gevaar het betonpad volgen over het uitgestrekte terrein, zelfs als er een rode vlag hangt. Dat pad is afgesloten met hekken. De markering van het pad geeft geen omleiding aan, dus we klimmen erover heen en volgen het pad. Nergens hangt een rode vlag. Het is dan ook zondag - hoewel we later van andere wandelaars horen dat dit niet betekent dat er niet geoefend wordt. We zien heel wat lege patroonhulzen liggen, maar bespeuren verder geen enkel teken van militaire activiteit. 
Na het oefendorp Marnehuizen, dat alleen uit decorstukken en namaakgebouwen bestaat, lopen we de vlakke Westpolder in. We passeren rijen abelen, ook wel 'ogenbomen' genoemd. Via een doorbreking van de dijk lopen we het mooie dorp Vierhuizen binnen. Aan het begin van de Hoofdstraat staat molen De Onderneming, een korenmolen uit 1858. Centraal in het dorp staat de witgepleisterde kerk, oorspronkelijk een dertiende eeuws tufstenen gebouw, gerestaureerd in 2007. Pal daarnaast is B&B d'Olle Pastorie waar wij de nacht doorbrengen, een absolute aanrader. 

Maandagochtend, de derde dag van deze wandeltocht, krijgen we een heerlijk ontbijt van Irene in D'Olle Pastorie. Alle mogelijke soorten brood, crackers, kaas, vleeswaren, zoet beleg, eieren, verse vruchten, yoghurt en meer staan voor ons klaar. Zelfs aan plastic zakjes om een lunchpakket te maken is gedacht. Omdat we tijdens het ontbijt aan de praat raken met andere wandelaars vertrekken we pas om half tien. 


Ook vandaag is het droog, maar er is wel regen voorspeld. Er staat nog steeds een harde oostenwind en aangezien wij pal naar het oosten lopen, lopen we daar steeds tegenin. Al snel laten we ons plan om door te lopen  naar Baflo varen. In Leens, dat wij ten onrechte aanzien voor de geboorteplaats van de Groninger zanger Ede Staal (het is Warffum), nemen we de bus naar Groningen. Want met koude wind én regen die inmiddels is begonnen, loopt het niet zo lekker. Volgende keer verder.




 

zondag 28 januari 2024

Van Den Haag naar Leiden

De zon stond laag in het oosten toen we begonnen 's ochtends, en laag in het westen toen we de bestemming bereikten. Op deze zonnige zaterdag liepen wij van Den Haag naar Leiden. Door Clingendael, waar de velden nog berijpt waren. Via Oosterbeek naar het Haagse Bos.

We hebben hier al vaak gelopen. Deze wandeling is een deel van het Marskramerpad (van Den Haag naar Bad Bentheim) en het Romeinse Limespad (van Katwijk naar Berg en Dal bij Nijmegen). Door het Haagse bos lopen we achter het Louwman museum langs naar Marlot.

We steken het kruispunt bij Van der Valk over. Helaas hoor je die drukke wegen al van een grote afstand. Dan duiken we de Horsten in, waar we een stuk van de landgoederenroute lopen. Langs Rust en Vreugd, de Wittenburg, waar zo te zien voorbereidingen voor een feest werden getroffen, Backershagen, met het theekoepeltje op de (kunstmatige) heuvel, en de Pauw. We lopen parallel aan de Rijksstraatweg. Op enige afstand, maar je  moet het verkeerslawaai wegdenken.


Het gemeentehuis van Wassenaar is lang in renovatie geweest, maar ziet er nu weer schitterend uit, voorzien van nieuw bladgoud op de ornamenten. 

In de buurt van de Prinses Marielaan wijst een wandelaarster met een hond ons op een torenuil die hoog in een boom zit. Leuk, die hadden we zelf nooit gezien.
Dan steken we via de Erik Hazelhof Roelfzema tunnel, met fraai mozaiek van een zeegezicht, De Deijl over naar de Horsten. We eten soep in het altijd weer prachtige theehuis. Het is druk, maar we hebben geluk en krijgen een plek. Buiten wordt niet bediend.
Via het Wilgenlaantje, mijn favoriete pad in deze streken, lopen we naar de andere kant van het landgoed, richting Voorschoten. 

Dan lopen we een eind langs de Vliet. Als we Leiden binnenlopen, onder de weg door bij de Lammenschansweg, doorkruisen we een mooi klein bosje. Ik herinner me dat het hier in het voorjaar vol staat met daslook. De grond bezaaid met witte bloemetjes en een duidelijk aanwezige uiengeur.

Via het mooie centrum van Leiden, waar markt is, lopen we naar het station. Eerst wat drinken bij Van der Werff. Teruggekeerd in Den Haag besluiten we onze dag bij de Posthoorn. En we lopen naar huis, langs het Paleis op het Voorhout waar een lichtshow is. De teller staat op zo'n 33 kilometer vandaag.


 

dinsdag 7 juni 2022

Lucca - wandelen over muren en door kathedralen

Na de wandeltocht vanaf Aulla op de Via Francigena blijven we nog een paar dagen in Lucca. De stad waar we vijf jaar geleden startten op dit pelgrimspad. Ons hotel Diana is vlak bij de beroemde Duomo di San Martino. Heerlijk om weer in deze schitterende stad te zijn.

In de hal van het hotel hangen fraaie affiches, o.a. van een meisje in Zeeuwse klederdracht. Ontbijten doen we om de hoek bij de aan ons hotel gelieerde Albergo San Martino, op een lieflijk terrasje onder jasmijnstruiken met rieten stoelen en witte linnen tafelkleden. Een prettige plek om de dag te beginnen.

Op onze eerste dag hier maken we een wandeling rondom de stad, over de brede oude stadsmuren. De muren, voorzien van schaduwrijke bomen, fungeren als stadspark en flaneerplek. Hier lopen hardlopers, stelletjes, jonge gezinnen met kinderwagens, ouderen in groepjes. We hebben een mooi overzicht van de stad en herkennen gebouwen waar we vijf jaar geleden zijn geweest.

Net als in 2017, toen we hier in Lucca aan ons eerste stuk van de Via Francigena begonnen, bezoeken we de kathedraal. Hij is in de twaalfde en dertiende eeuw gebouwd en is vol bezienswaardigheden, waarvan wij een deel bekijken. 

Het meest indruk maakt het grafmonument van Ilaria del Carretto, gemaakt door Jacopo della Quercia in 1407. Ilaria (1379-1405) was getrouwd met Paolo Guinigi, Heer van Lucca. Ze was zijn tweede vrouw. Na de geboorte van haar tweede kind, een dochter die net als zij Ilaria heette, overleed zij op 26-jarige leeftijd. De beeldhouwer heeft haar liefdevol geportretteerd, levensecht, met sierlijke haarlokken langs haar gezicht. Om haar hoofd heeft zij een krans met bloemen. Haar gewaad, bijeengehouden door een ceintuur, plooit alsof het stof is in plaats van marmer. Een hondje op het monument symboliseert Ilaria's trouw. Het grafmonument was net af toen Paolo Guinigi voor de derde keer in het huwelijk trad. Het krijgen van kinderen was, en is in grote delen van de wereld nog steeds, een levensgevaarlijke aangelegenheid voor vrouwen.


Aan de buitenkant van de kathedraal bekijken we het beroemde labyrint, dat we in de souvenirwinkels ook als afbeelding op T-shirts en tassen tegenkomen, en de afbeeldingen van de twaalf maanden van het jaar. 

Natuurlijk kijken we ook naar het beeld, hoog aan de muur aan de binnenkant van de kathedraal, van San Martino zelf. Naast het beeld is een deur, momenteel niet in gebruik, waarboven een schitterende draperie van gordijnen hangt. Ook dit zou, net als het gewaad van Ilaria, van marmer kunnen zijn, maar in dit geval is het stof, textiel.

Links in de kathedraal staat een kleine achthoekige kapel uit de vijftiende eeuw. Hier hangt een wereldberoemd beeld van Jezus, genaamd 'Het heilige gezicht', of 'Santa Croce', het heilige kruis. Er gaan verschillende legendes over het beeld, zoals wij later horen van de eigenaar van een platenzaak, die hier sinds een jaar of vijfentwintig woont. 


Zo zou de hand van de kunstenaar van bovenaf geleid zijn, zodat het beeld werkelijk de gelaatstrekken van Jezus heeft. Ook zou het beeld in een onbemand schip over zee hebben gevaren en in Lucca zijn aanbeland, terwijl meerdere steden aanspraak op het beeld maakten. In september is het jaarlijkse feest rondom dit beeld; vroeger werd het in processie door de stad gedragen maar tegenwoordig bezoeken de mensen het beeld in de kathedraal. Het gezicht van Jezus is donker; hij heeft felblauwe ogen. Een fascinerend gezicht. Het beeld speelt een belangrijke rol in deze stad.

De kathedraal ligt aan een plein met een fontein. Er is een café waar wij graag zitten, kijkend naar de imposante kathedraal. 

Ook de andere grote kathedraal, die van San Michele, bekijken wij. Hier kun je nog gewoon binnenlopen, zonder entree; het is er minder vol dan in de San Martino. Ook deze kathedraal ligt aan een prettig plein waar wij regelmatig zitten. Hier om de hoek zit de Trattoria di Leo waar wij, net als vijf jaar geleden, een paar keer eten.

In het Palazzo Ducale aan de Piazza Napoleone is een foto-expositie: 'You can call it love', met foto's en films over de verschillende soorten liefde. Romantische liefde, liefde tussen ouders en kinderen, binnen families, tussen mensen en dieren, etc. 

Bijzonder is een korte speelfilm van een maakster van Russische origine over het leven van haar moeder, Svetlana. De moeder speelt zichzelf, de rol van de dochter - die de regie heeft - wordt vertolkt door een actrice. Svetlana had in 1996 genoeg van het leven dat zij leidde met man en twee kinderen in een flat in Rusland. Ze droomde weg bij afleveringen van de serie Santa Barbara. Dat was het leven dat zij zich wenste. 
Svetlana zette een contactadvertentie in een krant in Santa Barbara en toen een man daarop reageerde, vertrok ze met haar twee kinderen naar de VS. 

Een echt succesverhaal werd het niet, want de man was veel ouder en minder aantrekkelijk dan zij verwachtte. Bovendien verliet hij Svetlana na acht jaar, waarna zij en haar kinderen in een opvanghuis terecht kwamen. Contact met de man is er niet meer. 'Hield je van hem?' vraagt de dochter in de film. 'Ik heb geleerd van hem te houden', antwoordt Svetlana. 'Eerst wist ik het verschil niet tussen liefde en dankbaarheid.' Later zegt Svetlana dat ze geen vergeving nodig heeft van haar dochter, maar liefde.

Na een paar heerlijke dagen zit het er weer op. We verlaten Lucca, een stad waar we zeker nog terug zullen keren.

vrijdag 27 mei 2022

Via Francigena: van Aulla naar Lucca

Eerste etappe: Aulla - Sarzana

Drie jaar nadat wij Rome hebben bereikt lopen we nog een stuk op de Via Francigena, de oude pelgrimsroute van Canterbury naar Rome. In 2017 liepen we van San Miniato naar Sienna, in 2018 van Sienna naar Viterbo en in 2019 van Viterbo naar Rome. Daarna hield het even op. Nu beginnen we ten noorden van de eerste etappe die we liepen: in Aulla. Ons einddoel is Lucca, in vier wandeldagen.

Ons eerste hotel ligt ligt in Podenzana, volgens de reisbeschrijving 1,5 kilometer ten westen van Aulla, en het station ligt precies aan de andere kant. We komen tegen zevenen aan, veel later dan verwacht, want het vliegtuig heeft meer dan een uur vertraging en de trein van Pisa naar Aulla ook. Op het station van Aulla bellen we een van de twee taxi's die er zijn en zo'n drie kwartier later rijden we weg. Het is ongeveer een kwartier rijden langs een bergweg, dus we besluiten deze taxichauffeur ook voor de volgende ochtend te vragen om ons naar Aulla te brengen.

Op de eerste wandeldag zijn we om kwart voor tien bij de kathedraal van Aulla, waar onze tocht begint. We vinden al snel de Via Apua, die we moeten hebben. Maar het is toch niet goed, we komen niet op de route, vinden geen markering en ook de rivier niet, die we over moeten. Terug naar de kathedraal, nog eens proberen. 

Ondanks verschillende pogingen lukt het ons niet de route te vinden. We lopen langs onaangename autowegen en zien niets dat bekend voorkomt. Inmiddels is het half twaalf, het is de vraag of we onze bestemming Sarzana nog bij daglicht gaan bereiken. Dan zien we iets wat we kennen: een bordje 'stazione'. We zijn dus helemaal verkeerd, want het station is ten oosten van Aulla en wij zouden inmiddels behoorlijk naar het zuiden moeten zijn afgezakt. Enfin. Soms moet je je verlies nemen. We lopen naar het station en nemen de trein naar Sarzana, waar we aan het eind van de middag aankomen. Morgen beter... 


Tweede etappe: Sarzana - Marina di Massa

Sarzana is een schitterend stadje met een mooie kathedraal waarin een beroemd twaalfde-eeuws Christusbeeld hangt, gemaakt door Mastro Guglielmo. We zitten graag op het plein schuin achter de kathedraal, waar een paar terrasjes zijn. De gevels hebben er pastelkleuren. Er lopen scholieren langs, moeders met kinderwagens, groepjes vrienden en vriendinnen of collega's. Tegen de muur van de kathedraal zitten de mannen uit het stadje 's avonds op witte plastic stoelen te discussiëren en spelletjes te doen. 
De volgende ochtend breekt dan de eerste echte wandeldag aan. We verlaten Sarzana via de heuvels. Prachtig landschap vol bloeiende bloemen, cypressen en pijnbomen. Veel olijf- en wijngaarden. We genieten van de geuren van brem en jasmijn. De tuinen staan allemaal vol uitbundig bloeiende rozenstruiken. We passeren twee grote bevers langs de waterkant; als ze ons zien, laten ze zich rustig in het water zakken en zwemmen weg. Bij de Romeinse plaats Luni lopen we langs een amfitheater.

Halverwege lunchen we in Avenza. Als we Massa naderen zoeken we een markering die van de hoofdroute afbuigt naar zee, want daar moeten wij zijn. Maar we vinden geen markeringen en onze reisgids heeft het er niet over. Uiteindelijk buigen we af richting zee op het punt waar wij Marina di Massa aan het eind van de weg verwachten, maar dit leidt ons langs een onaangenaam stuk Via Nationale. Zonder stoep, uiteraard. Langs de weg veel marmerbedrijven met gigantische blokken wit en grijs marmer, we zitten vlakbij Carrara. 


Uiteindelijk arriveren we in de plaats van bestemming. De badplaats doet een beetje Zuid-Frans aan. We eten aan zee, waar, grappig genoeg net als bij ons in Scheveningen, een pier en een reuzenrad zijn.

Derde etappe: Marina di Massa - Pietrasanta - Camaiore

De volgende ochtend nemen we de bus van Marina di Massa naar Massa, waar het traject begint bij de kathedraal van Franciscus en Petrus. Met moeite vinden we de juiste weg de stad uit. In het oude centrum zijn weinig markeringen. We lopen veel langs autowegen, later ook langs mooie wandelpaden. We stijgen en dalen behoorlijk. Waarschijnlijk hebben we door Ben Teunissen in zijn reisgids genoemde omweg genomen want het duurt onverwacht lang voordat we in Pietrasanta komen, pas rond half drie. 

We lopen langs het plein en de kathedraal, waar zo te zien net een huwelijk is gevierd. Vrouwen in prachtige jurken lopen als paradijsvogels rond, allemaal op hakken; de mannen zijn in pak. We spreken een Nederlandse kunstenaar, Eppe de Haan, die vertelt dat hij hier al 25 jaar woont. Hij werkt met marmer en exposeert o.a. op het Lange Voorhout. Helaas hebben we geen tijd dit mooie stadje te bekijken, anders halen we Camaiore niet, onze eindbestemming van vandaag.

We arriveren  tegen zevenen in Camaiore, na een lange wandeldag. De naam van de stad komt van Campus Maior. Ons hotel ligt op een centraal plein waar een feest aan de gang is, met een podium waarop ons onbekende artiesten optreden. Een professioneel danspaar voert een tango uit. We drinken een borrel op een terrasje waar veel mensen uit het stadje zitten die zich op hun paasbest hebben gekleed. Als de schemering valt, is het feest afgelopen en wordt alles opgeruimd. Wij lopen een van de straatjes die uitkomt op het plein in en hebben een heerlijk diner. 

In Camaiore is veel te zien, maar we hebben er geen tijd voor want de laatste etappe is ook flink.

Vierde etappe: Camaiore - Lucca

De volgende ochtend verlaten we Camaiore. We bezoeken nog een kerk, de Chiesa dei Dolori, waar een angstaanjagend Mariabeeld staat. 

Als we de stad uit zijn volgen we net als gisteren de Torrente Lucese, de rivier waar het stadje aan ligt. De markering is schaars en we lopen verkeerd. Een joggende man wijst ons erop. We geloven hem maar half, proberen toch de richting die hij aangeeft en hij blijkt gelijk te hebben. Gelukkig, want in dit bergachtige gebied verdwaal je makkelijk. 

Zowel in Camaiore als in Valpromaro, dat daar niet ver vandaan ligt, is een pelgrimshuis waar je kunt overnachten.

We komen verschillende kleine pleisterplaatsen tegen voor pelgrims, met Mariabeelden en altijd bloemen en planten. Soms staan er portretjes bij, misschien van dierbare overledenen van de gelovigen die deze plaatsen onderhouden. 

Ook vandaag lopen we door bergachtig gebied. We hebben schitterende uitzichten en passeren mooie oude stadjes, zoals Piazzano. Helaas is er weinig leven, maar gelukkig komen we af en toe een kraan tegen om onze waterflessen bij te vullen. In Piazzano is geen horeca en geen winkel, maar bij de begraafplaats iets buiten de stad vinden we een kraan. Vanaf dat punt hebben we er een mooi uitzicht op het stadje dat achter ons ligt.

De paden zijn meestal makkelijk begaanbaar, maar vandaag hebben we een paar steile stukken. Ik pak nog net de meegenomen wandelstokken niet, maar eigenlijk zouden die vandaag wel van pas zijn gekomen.

Tegen het eind van de dag naderen we Lucca, onze eindbestemming. We volgen een mooi aangelegd breed wandel- en fietspad langs de rivier de Serchio, en zo bereiken we de buitenwijken van de stad. Lucca is klein, dus we hoeven niet zoals bij grotere steden als Sienna en Rome lang langs drukke autowegen door buitenwijken te lopen. We lopen al snel de Porta san Donato binnen. Ons hotel ligt letterlijk op een paar stappen van de Duomo. Schitterend om daar aan te komen lopen. Een mooi einde van deze tocht, in Lucca, de plaats waar we in 2017 voor het eerst onze stappen op de Via Francigena zetten. 



















 





zaterdag 30 januari 2021

Rondje Lisse

 Nu heel Nederland aan het wandelen geslagen is -  op zichzelf toe te juichen - is het op mijn gebruikelijke wandelroutes érg druk. Vooral in het weekend trekken veel mensen de natuur en de parken in. Dat is logisch, want verder is er helemaal niets te doen. De Lange Afstands Wandelpaden die wij lopen liggen te ver weg voor een dagtocht. Daarom bestel ik twee nieuwe wandelgidsen: een met wandelingen in het Rijnland en een met wandelingen in Den Haag. Bij uitgeverij Gegarandeerd Onregelmatig, die tientallen interessante wandelgidsen heeft. 

Op deze koude zaterdagochtend gaan we voor een rondje Lisse, wandeling nr 2 uit het Rijnlandboekje, 'De bollenstreek'. Vanuit het centrum van Lisse lopen we onder een met graffiti opgesierd viaduct door en steken de Elkabrug over. Vlak daarna gaan we rechtsaf het weiland in. We volgen een graspad over de kruin van de dijk. Rechts ligt een vaart, links ligt het land een stuk lager. Ook de sloten liggen laag. De sloten en vaarten zijn ooit gegraven om het duinwater af te voeren, zodat er landbouwgrond kwam. De kalkrijke grond bleek later heel geschikt voor de bloembollenteelt, die in de zeventiende eeuw ontstond.

Hier volgen we een deel van de gemarkeerde wandelroute 'ommetje Poelpolder'. We volgen de dijk en buigen later linksaf het weiland in, langs een sloot. Het weiland is erg drassig. We stappen verschillende hekken over. Met een trekpontje steken we een sloot over. Altijd leuk. Maar aan de andere kant van de sloot is het weiland nog veel natter, het lijkt wel een moeras. We zakken bijna tot de enkels in de zuigende blubber. Als we bij een asfaltweg aankomen, besluiten we het deel van de wandeling dat naar Sassenheim gaat, te laten voor wat het is. Want op de kaart is te zien dat je daar steeds door grasland gaat.


Ter hoogte van de Rooversbroekpolder, net ten zuiden van Lisse, nemen we de verharde weg richting het centrum van Lisse. Na enig zoeken vinden we een zaak waar we een cappucino-to-go halen. Als het voorjaar is gaan we deze wandeling nog eens doen, en dan helemaal. Dan zal het minder nat zijn, misschien ook minder waaien en dan kunnen we bovendien genieten van de bollenvelden hier.