Posts tonen met het label Fries-Groningse kustpad. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Fries-Groningse kustpad. Alle posts tonen

dinsdag 17 september 2024

Langs oude dorpjes en industriegebied (Uithuizen - Appingedam - Termunten)


We lopen de laatste trajecten van het Fries-Groningse Kustpad, of Nederlands Kustpad 3: van Uithuizen naar Appingedam en van Appingedam de volgende dag naar Termunten in Groningen. 

Omdat we Uithuizen een minder leuk dorp vonden vorige keer, boekten we een B&B in Winsum, net buiten het centrum. Winsum is een prachtig dorp, door de Anwb eens uitgeroepen tot het mooiste dorp van Nederland. We eten bij de Gouden Karper en zitten daarna nog even aan het water, op de plek waar het Pieterpad het dorp binnenkomt.

De volgende ochtend gaan we na een heerlijk ontbijt op tijd op pad, eerst met de trein naar Uithuizen om daar de route weer op te pakken. Gelukkig loopt die spoorlijn hier, dat maakt alles zoveel makkelijker te bereiken.

We begonnen met een kop koffie op het terras van de Menkemaborg, net buiten Uithuizen. Een schitterend kasteel, tegenwoordig eigendom van het Gronings Museum dat het heeft ingericht met authentieke meubels. Het café is ook ingericht in oude stijl, erg de moeite waard.

Maar wij gaan door want we hebben vandaag zo'n 25 kilometer voor de boeg. Uiteindelijk wordt dat een kleine dertig kilometer want we lopen verkeerd. We wandelen langs akkers van vette klei, rijen bomen, nieuwgierige koeien, boerderijen met paarden. En we genieten van het schitterende Groningse landschap, dat zich met dit mooie weer op zijn best laat zien.

Op een van die akkers worden uien geoogst, machinaal. Er hangt een sterke uiengeur. De boer, die erbij staat te kijken, legt uit dat de uien dit jaar last hebben van een schimmel die de wortels vernietigt. Een deel van de uien staat er inderdaad treurig bij, met bruin slap loof. De boer laat een net geoogste ui zien die inderdaad geen wortels meer heeft. De onderkant van de ui is verrot. 

Aan het eind van de middag lopen we het oude stadje Appingedam binnen. Om de huizen groter te maken zonder dat daar plaats voor was zijn keukens aangebouwd boven het water van het Damsterdiep. Het is de hele dag mooi weer en het is nog steeds lekker warm, dus we eten buiten op het terras van het oude gerechtsgebouw, inmiddels een café-restaurant. Vlakbij de Nicolaï- of Nicolaaskerk. Daar is 's avonds blijkbaar iets te doen, want de lichten binnen gaan aan als het donker is. Het schijnt in prachtige tinten paars door de glas-in-lood-ramen.

Behalve het historische centrum is er niet zoveel te beleven in Appingedam. Veel horecazaken en winkels zijn gesloten, en er geldt een samenscholingsverbod op meerdere plekken waar we langs lopen. 

De volgende ochtend lopen we het stadje uit richting Delfzijl. Van oudsher een belangrijke havenstad, nu ook onderdeel van een industriegebied. Het hoort bij de Eemsdelta. We drinken koffie op het terras van het Eemshotel, een merkwaardige plek op de dijk aan de Waddenzee. Vanaf daar voert een voetgangersloopbrug ons hoog door de stad. Er staat een standbeeld van Georges Simenon, die hier een tijd verbleef en in ieder geval een van zijn boeken hier situeerde.

De rest van de dag lopen we langs de zeedijk met uitzicht op haven- en industriegebied. Pijpleidingen, containers, chemische fabrieken etc. De oude dorpjes zijn hierdoor opgeslokt. De oude begraafplaats van Oterdum, een van die dorpjes, is opnieuw ingericht op de dijk. Een mooi gebaar, maar het is een treurig gezicht.  

Na dat industriële geweld is het een verademing over een rustige grasdijk te lopen. Het pad voert boven langs de Valgenweg, langs en voorbij het Zeehavenkanaal. Hier liggen schapen te luieren. Het is altijd hetzelfde: als je doorloopt, blijven ze rustig liggen. Sta je stil, dan staan de schapen op en lopen weg. 

We lopen over het sluisje bij Termunterzijl. Een plaatsje met een klein eigen haventje, nu voor de pleziervaart. Vanaf hier is het nog maar een klein stukje naar Termunten, ons eindpunt van vandaag. Het is een klein dorp, maar er zijn meerdere restaurants. Verrassend. Wij eten een heerlijk visje. Slapen doen we bij Vrienden op de fiets. Dit keer hebben we wel een heel bijzondere slaapplek: een originele houten pipowagen in de tuin. 

Als we de volgende ochtend wakker worden, komt de zon in het oosten net boven de dijk uit. Een schitterende gezicht. Wat een geweldige manier om wakker te worden. Het is hier doodstil, je hoort alleen wat vogels. Het gras is bedekt met dauw. Het is direct warm genoeg om buiten te zitten.

Na het ontbijt aan de picknicktafel brengt onze gastheer ons met de auto naar station Delfzijl want helaas, er is hier op zondag geen openbaar vervoer. Dat komen we steeds vaker tegen. We wandelen vandaag niet meer want we hebben een behoorlijke reis naar huis voor de boeg. Volgende keer verder: de laatste etappe van het Fries-Groningse kustpad, naar Bad Nieuweschans. Het zit er bijna op.

Jaren geleden startten we in Sluis, Zeeuws Vlaanderen, met het eerste deel van het Nederlands Kustpad. Vorig jaar begonnen we aan dit laatste deel. In totaal is het Nederlands Kustpad 725 kilometer.

Nederlands Kustpad I (Sluis - Hoek van Holland) (237 km)
Nederlandse Kustpad II (Hoek van Holland - Den Helder) (213 km)
Nederlandses Kustpad III (Stavoren - Bad Nieuweschans) (275)


maandag 11 maart 2024

Langs Friese kust en Groninger Hoge Land

Een lang weekend Fries-Groningse kustpad langs de Friese Waddenkust, een uitstap naar Schiermonnikoog en een tocht door het Groningse Hogeland.

Met trein, bus en belbus arriveren we zaterdag rond het middaguur in Moddergat, een dorp met mooie vissershuizen in het noorden van Friesland. Vorige keer zijn we gekomen tot Nes, waar we in de theaterkerk de tentoonstelling over de walvisvaarders bezochten van Anne-Goaitske Breteler, die daar eerder een mooi boek over schreef  ('De traanjagers. Herinneringen van naoorlogse walvisvaarders'). 

Via Paesens, dat tegen Moddergat aanligt, lopen we over de zeedijk. Er staat een straffe oostenwind - waar we dus recht tegenin lopen. Na een kilometer of acht komen we bij de sluizen van het Lauwersmeer, tot eind jaren zestig nog een flinke zee tot diep in het land, een inham van de Waddenzee. Het is nu een natuurgebied met de naam Nationaal Park Lauwersoog.

We hebben nog tijd voor dat we de veerboot van half vier nemen, en lunchen in het restaurant aan de haven met uitzicht op de Waddenzee. Dan drie kwartier op de boot. We arriveren rond half vijf in hotel Duinzicht. Het is druk op het eiland, vanwege een muziekfestival. We lopen een stukje over het eiland, door de Langstreek, Middenstreek en Voorstreek, langs de witte vuurtoren die aan de zuidkant van het eiland staat. Dan is het tijd voor borrel en diner bij de Vier Dames in de Langstreek. Heerlijk om weer op dit mooie eiland te zijn, al is het nu maar voor één avond.

Er schijnt een goede kans te zijn dat er vanavond noorderlicht te zien is aan de Nederlandse kust. Als het helemaal donker is, na een uur of negen, lopen we de Badweg af naar het strand aan de noordkant van het eiland. De Badweg is verlicht, maar bij het strand is het aardedonker. Hier is geen lichtvervuiling, zoals bij ons in de Randstad. Jammer genoeg zien we geen noorderlicht. Ik maak een foto, voor de zekerheid, want je kunt het met je blote oog niet zien omdat je geen kleuren ziet in het donker. Door de lens van de camera ziet het noorderlicht er groenig uit. Ik maak een foto met een sluitertijd van twee seconden, maar helaas: de foto is pikzwart.

Maar dankzij de kans op noorderlicht hebben we deze mooie avondwandeling gemaakt, wat we anders niet gedaan zouden hebben. 
We gaan nog even naar de gelagkamer van Hotel Van der Werff en dan vroeg naar bed.


Zondagochtend, de tweede dag, keren we met de boot van 10.30 u terug naar Lauwersoog. Hier begint onze wandeling door het Groningse Hogeland, te beginnen met een gebied dat vroeger zee was. Via het Lauwersoogbos slingert het pad richting de Marnewaard, een militair oefenterrein. Volgens het routeboekje kun je zonder gevaar het betonpad volgen over het uitgestrekte terrein, zelfs als er een rode vlag hangt. Dat pad is afgesloten met hekken. De markering van het pad geeft geen omleiding aan, dus we klimmen erover heen en volgen het pad. Nergens hangt een rode vlag. Het is dan ook zondag - hoewel we later van andere wandelaars horen dat dit niet betekent dat er niet geoefend wordt. We zien heel wat lege patroonhulzen liggen, maar bespeuren verder geen enkel teken van militaire activiteit. 
Na het oefendorp Marnehuizen, dat alleen uit decorstukken en namaakgebouwen bestaat, lopen we de vlakke Westpolder in. We passeren rijen abelen, ook wel 'ogenbomen' genoemd. Via een doorbreking van de dijk lopen we het mooie dorp Vierhuizen binnen. Aan het begin van de Hoofdstraat staat molen De Onderneming, een korenmolen uit 1858. Centraal in het dorp staat de witgepleisterde kerk, oorspronkelijk een dertiende eeuws tufstenen gebouw, gerestaureerd in 2007. Pal daarnaast is B&B d'Olle Pastorie waar wij de nacht doorbrengen, een absolute aanrader. 

Maandagochtend, de derde dag van deze wandeltocht, krijgen we een heerlijk ontbijt van Irene in D'Olle Pastorie. Alle mogelijke soorten brood, crackers, kaas, vleeswaren, zoet beleg, eieren, verse vruchten, yoghurt en meer staan voor ons klaar. Zelfs aan plastic zakjes om een lunchpakket te maken is gedacht. Omdat we tijdens het ontbijt aan de praat raken met andere wandelaars vertrekken we pas om half tien. 


Ook vandaag is het droog, maar er is wel regen voorspeld. Er staat nog steeds een harde oostenwind en aangezien wij pal naar het oosten lopen, lopen we daar steeds tegenin. Al snel laten we ons plan om door te lopen  naar Baflo varen. In Leens, dat wij ten onrechte aanzien voor de geboorteplaats van de Groninger zanger Ede Staal (het is Warffum), nemen we de bus naar Groningen. Want met koude wind én regen die inmiddels is begonnen, loopt het niet zo lekker. Volgende keer verder.