Posts tonen met het label Toscane. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Toscane. Alle posts tonen

dinsdag 7 juni 2022

Lucca - wandelen over muren en door kathedralen

Na de wandeltocht vanaf Aulla op de Via Francigena blijven we nog een paar dagen in Lucca. De stad waar we vijf jaar geleden startten op dit pelgrimspad. Ons hotel Diana is vlak bij de beroemde Duomo di San Martino. Heerlijk om weer in deze schitterende stad te zijn.

In de hal van het hotel hangen fraaie affiches, o.a. van een meisje in Zeeuwse klederdracht. Ontbijten doen we om de hoek bij de aan ons hotel gelieerde Albergo San Martino, op een lieflijk terrasje onder jasmijnstruiken met rieten stoelen en witte linnen tafelkleden. Een prettige plek om de dag te beginnen.

Op onze eerste dag hier maken we een wandeling rondom de stad, over de brede oude stadsmuren. De muren, voorzien van schaduwrijke bomen, fungeren als stadspark en flaneerplek. Hier lopen hardlopers, stelletjes, jonge gezinnen met kinderwagens, ouderen in groepjes. We hebben een mooi overzicht van de stad en herkennen gebouwen waar we vijf jaar geleden zijn geweest.

Net als in 2017, toen we hier in Lucca aan ons eerste stuk van de Via Francigena begonnen, bezoeken we de kathedraal. Hij is in de twaalfde en dertiende eeuw gebouwd en is vol bezienswaardigheden, waarvan wij een deel bekijken. 

Het meest indruk maakt het grafmonument van Ilaria del Carretto, gemaakt door Jacopo della Quercia in 1407. Ilaria (1379-1405) was getrouwd met Paolo Guinigi, Heer van Lucca. Ze was zijn tweede vrouw. Na de geboorte van haar tweede kind, een dochter die net als zij Ilaria heette, overleed zij op 26-jarige leeftijd. De beeldhouwer heeft haar liefdevol geportretteerd, levensecht, met sierlijke haarlokken langs haar gezicht. Om haar hoofd heeft zij een krans met bloemen. Haar gewaad, bijeengehouden door een ceintuur, plooit alsof het stof is in plaats van marmer. Een hondje op het monument symboliseert Ilaria's trouw. Het grafmonument was net af toen Paolo Guinigi voor de derde keer in het huwelijk trad. Het krijgen van kinderen was, en is in grote delen van de wereld nog steeds, een levensgevaarlijke aangelegenheid voor vrouwen.


Aan de buitenkant van de kathedraal bekijken we het beroemde labyrint, dat we in de souvenirwinkels ook als afbeelding op T-shirts en tassen tegenkomen, en de afbeeldingen van de twaalf maanden van het jaar. 

Natuurlijk kijken we ook naar het beeld, hoog aan de muur aan de binnenkant van de kathedraal, van San Martino zelf. Naast het beeld is een deur, momenteel niet in gebruik, waarboven een schitterende draperie van gordijnen hangt. Ook dit zou, net als het gewaad van Ilaria, van marmer kunnen zijn, maar in dit geval is het stof, textiel.

Links in de kathedraal staat een kleine achthoekige kapel uit de vijftiende eeuw. Hier hangt een wereldberoemd beeld van Jezus, genaamd 'Het heilige gezicht', of 'Santa Croce', het heilige kruis. Er gaan verschillende legendes over het beeld, zoals wij later horen van de eigenaar van een platenzaak, die hier sinds een jaar of vijfentwintig woont. 


Zo zou de hand van de kunstenaar van bovenaf geleid zijn, zodat het beeld werkelijk de gelaatstrekken van Jezus heeft. Ook zou het beeld in een onbemand schip over zee hebben gevaren en in Lucca zijn aanbeland, terwijl meerdere steden aanspraak op het beeld maakten. In september is het jaarlijkse feest rondom dit beeld; vroeger werd het in processie door de stad gedragen maar tegenwoordig bezoeken de mensen het beeld in de kathedraal. Het gezicht van Jezus is donker; hij heeft felblauwe ogen. Een fascinerend gezicht. Het beeld speelt een belangrijke rol in deze stad.

De kathedraal ligt aan een plein met een fontein. Er is een café waar wij graag zitten, kijkend naar de imposante kathedraal. 

Ook de andere grote kathedraal, die van San Michele, bekijken wij. Hier kun je nog gewoon binnenlopen, zonder entree; het is er minder vol dan in de San Martino. Ook deze kathedraal ligt aan een prettig plein waar wij regelmatig zitten. Hier om de hoek zit de Trattoria di Leo waar wij, net als vijf jaar geleden, een paar keer eten.

In het Palazzo Ducale aan de Piazza Napoleone is een foto-expositie: 'You can call it love', met foto's en films over de verschillende soorten liefde. Romantische liefde, liefde tussen ouders en kinderen, binnen families, tussen mensen en dieren, etc. 

Bijzonder is een korte speelfilm van een maakster van Russische origine over het leven van haar moeder, Svetlana. De moeder speelt zichzelf, de rol van de dochter - die de regie heeft - wordt vertolkt door een actrice. Svetlana had in 1996 genoeg van het leven dat zij leidde met man en twee kinderen in een flat in Rusland. Ze droomde weg bij afleveringen van de serie Santa Barbara. Dat was het leven dat zij zich wenste. 
Svetlana zette een contactadvertentie in een krant in Santa Barbara en toen een man daarop reageerde, vertrok ze met haar twee kinderen naar de VS. 

Een echt succesverhaal werd het niet, want de man was veel ouder en minder aantrekkelijk dan zij verwachtte. Bovendien verliet hij Svetlana na acht jaar, waarna zij en haar kinderen in een opvanghuis terecht kwamen. Contact met de man is er niet meer. 'Hield je van hem?' vraagt de dochter in de film. 'Ik heb geleerd van hem te houden', antwoordt Svetlana. 'Eerst wist ik het verschil niet tussen liefde en dankbaarheid.' Later zegt Svetlana dat ze geen vergeving nodig heeft van haar dochter, maar liefde.

Na een paar heerlijke dagen zit het er weer op. We verlaten Lucca, een stad waar we zeker nog terug zullen keren.

vrijdag 27 mei 2022

Via Francigena: van Aulla naar Lucca

Eerste etappe: Aulla - Sarzana

Drie jaar nadat wij Rome hebben bereikt lopen we nog een stuk op de Via Francigena, de oude pelgrimsroute van Canterbury naar Rome. In 2017 liepen we van San Miniato naar Sienna, in 2018 van Sienna naar Viterbo en in 2019 van Viterbo naar Rome. Daarna hield het even op. Nu beginnen we ten noorden van de eerste etappe die we liepen: in Aulla. Ons einddoel is Lucca, in vier wandeldagen.

Ons eerste hotel ligt ligt in Podenzana, volgens de reisbeschrijving 1,5 kilometer ten westen van Aulla, en het station ligt precies aan de andere kant. We komen tegen zevenen aan, veel later dan verwacht, want het vliegtuig heeft meer dan een uur vertraging en de trein van Pisa naar Aulla ook. Op het station van Aulla bellen we een van de twee taxi's die er zijn en zo'n drie kwartier later rijden we weg. Het is ongeveer een kwartier rijden langs een bergweg, dus we besluiten deze taxichauffeur ook voor de volgende ochtend te vragen om ons naar Aulla te brengen.

Op de eerste wandeldag zijn we om kwart voor tien bij de kathedraal van Aulla, waar onze tocht begint. We vinden al snel de Via Apua, die we moeten hebben. Maar het is toch niet goed, we komen niet op de route, vinden geen markering en ook de rivier niet, die we over moeten. Terug naar de kathedraal, nog eens proberen. 

Ondanks verschillende pogingen lukt het ons niet de route te vinden. We lopen langs onaangename autowegen en zien niets dat bekend voorkomt. Inmiddels is het half twaalf, het is de vraag of we onze bestemming Sarzana nog bij daglicht gaan bereiken. Dan zien we iets wat we kennen: een bordje 'stazione'. We zijn dus helemaal verkeerd, want het station is ten oosten van Aulla en wij zouden inmiddels behoorlijk naar het zuiden moeten zijn afgezakt. Enfin. Soms moet je je verlies nemen. We lopen naar het station en nemen de trein naar Sarzana, waar we aan het eind van de middag aankomen. Morgen beter... 


Tweede etappe: Sarzana - Marina di Massa

Sarzana is een schitterend stadje met een mooie kathedraal waarin een beroemd twaalfde-eeuws Christusbeeld hangt, gemaakt door Mastro Guglielmo. We zitten graag op het plein schuin achter de kathedraal, waar een paar terrasjes zijn. De gevels hebben er pastelkleuren. Er lopen scholieren langs, moeders met kinderwagens, groepjes vrienden en vriendinnen of collega's. Tegen de muur van de kathedraal zitten de mannen uit het stadje 's avonds op witte plastic stoelen te discussiëren en spelletjes te doen. 
De volgende ochtend breekt dan de eerste echte wandeldag aan. We verlaten Sarzana via de heuvels. Prachtig landschap vol bloeiende bloemen, cypressen en pijnbomen. Veel olijf- en wijngaarden. We genieten van de geuren van brem en jasmijn. De tuinen staan allemaal vol uitbundig bloeiende rozenstruiken. We passeren twee grote bevers langs de waterkant; als ze ons zien, laten ze zich rustig in het water zakken en zwemmen weg. Bij de Romeinse plaats Luni lopen we langs een amfitheater.

Halverwege lunchen we in Avenza. Als we Massa naderen zoeken we een markering die van de hoofdroute afbuigt naar zee, want daar moeten wij zijn. Maar we vinden geen markeringen en onze reisgids heeft het er niet over. Uiteindelijk buigen we af richting zee op het punt waar wij Marina di Massa aan het eind van de weg verwachten, maar dit leidt ons langs een onaangenaam stuk Via Nationale. Zonder stoep, uiteraard. Langs de weg veel marmerbedrijven met gigantische blokken wit en grijs marmer, we zitten vlakbij Carrara. 


Uiteindelijk arriveren we in de plaats van bestemming. De badplaats doet een beetje Zuid-Frans aan. We eten aan zee, waar, grappig genoeg net als bij ons in Scheveningen, een pier en een reuzenrad zijn.

Derde etappe: Marina di Massa - Pietrasanta - Camaiore

De volgende ochtend nemen we de bus van Marina di Massa naar Massa, waar het traject begint bij de kathedraal van Franciscus en Petrus. Met moeite vinden we de juiste weg de stad uit. In het oude centrum zijn weinig markeringen. We lopen veel langs autowegen, later ook langs mooie wandelpaden. We stijgen en dalen behoorlijk. Waarschijnlijk hebben we door Ben Teunissen in zijn reisgids genoemde omweg genomen want het duurt onverwacht lang voordat we in Pietrasanta komen, pas rond half drie. 

We lopen langs het plein en de kathedraal, waar zo te zien net een huwelijk is gevierd. Vrouwen in prachtige jurken lopen als paradijsvogels rond, allemaal op hakken; de mannen zijn in pak. We spreken een Nederlandse kunstenaar, Eppe de Haan, die vertelt dat hij hier al 25 jaar woont. Hij werkt met marmer en exposeert o.a. op het Lange Voorhout. Helaas hebben we geen tijd dit mooie stadje te bekijken, anders halen we Camaiore niet, onze eindbestemming van vandaag.

We arriveren  tegen zevenen in Camaiore, na een lange wandeldag. De naam van de stad komt van Campus Maior. Ons hotel ligt op een centraal plein waar een feest aan de gang is, met een podium waarop ons onbekende artiesten optreden. Een professioneel danspaar voert een tango uit. We drinken een borrel op een terrasje waar veel mensen uit het stadje zitten die zich op hun paasbest hebben gekleed. Als de schemering valt, is het feest afgelopen en wordt alles opgeruimd. Wij lopen een van de straatjes die uitkomt op het plein in en hebben een heerlijk diner. 

In Camaiore is veel te zien, maar we hebben er geen tijd voor want de laatste etappe is ook flink.

Vierde etappe: Camaiore - Lucca

De volgende ochtend verlaten we Camaiore. We bezoeken nog een kerk, de Chiesa dei Dolori, waar een angstaanjagend Mariabeeld staat. 

Als we de stad uit zijn volgen we net als gisteren de Torrente Lucese, de rivier waar het stadje aan ligt. De markering is schaars en we lopen verkeerd. Een joggende man wijst ons erop. We geloven hem maar half, proberen toch de richting die hij aangeeft en hij blijkt gelijk te hebben. Gelukkig, want in dit bergachtige gebied verdwaal je makkelijk. 

Zowel in Camaiore als in Valpromaro, dat daar niet ver vandaan ligt, is een pelgrimshuis waar je kunt overnachten.

We komen verschillende kleine pleisterplaatsen tegen voor pelgrims, met Mariabeelden en altijd bloemen en planten. Soms staan er portretjes bij, misschien van dierbare overledenen van de gelovigen die deze plaatsen onderhouden. 

Ook vandaag lopen we door bergachtig gebied. We hebben schitterende uitzichten en passeren mooie oude stadjes, zoals Piazzano. Helaas is er weinig leven, maar gelukkig komen we af en toe een kraan tegen om onze waterflessen bij te vullen. In Piazzano is geen horeca en geen winkel, maar bij de begraafplaats iets buiten de stad vinden we een kraan. Vanaf dat punt hebben we er een mooi uitzicht op het stadje dat achter ons ligt.

De paden zijn meestal makkelijk begaanbaar, maar vandaag hebben we een paar steile stukken. Ik pak nog net de meegenomen wandelstokken niet, maar eigenlijk zouden die vandaag wel van pas zijn gekomen.

Tegen het eind van de dag naderen we Lucca, onze eindbestemming. We volgen een mooi aangelegd breed wandel- en fietspad langs de rivier de Serchio, en zo bereiken we de buitenwijken van de stad. Lucca is klein, dus we hoeven niet zoals bij grotere steden als Sienna en Rome lang langs drukke autowegen door buitenwijken te lopen. We lopen al snel de Porta san Donato binnen. Ons hotel ligt letterlijk op een paar stappen van de Duomo. Schitterend om daar aan te komen lopen. Een mooi einde van deze tocht, in Lucca, de plaats waar we in 2017 voor het eerst onze stappen op de Via Francigena zetten. 



















 





zaterdag 13 mei 2017

Toscane (Via Francigena: San Miniato - Siena)

Di 9 mei: San Miniato - Gambassi Terme
25 km, 650 m stijgen, 280 m dalen

Toscane heeft met een nat voorjaar te kampen gehad. Als M. en ik maandagavond op een overdekt terras van een restaurantje in San Miniato zitten, begint het te regenen. De regenbui voegt een regenboog toe aan het toch al schitterende uitzicht op de middeleeuwse burcht. Het avondlicht maakt de kleuren extra schilderachtig.

De volgende ochtend is het droog, en dat blijft het gedurende onze vijfdaagse wandeltocht van San Miniato naar Siena, over de oude pelgrimsroute naar Rome: de Via Francigena. Perfect wandelweer, zo’n twintig graden. We lopen door het typische Toscaanse landschap van glooiende heuvels met wijngaarden en olijfboomgaarden. Tegen de horizon de smalle donkergroene cipressen en de wat bredere pijnbomen op hun hoge stammen. De bloemen in het veld bloeien uitbundig. Veel rode klaverachtige bloemen, blauwe en paarse distelbloemen, boterbloemen, brem, madeliefjes, klaprozen, korenbloemen en nog tal van andere bloemen waarvan ik de naam niet weet.

In tuinen en op terrassen staan de rozen volop in bloei. Ook zien we veel citroenboompjes, die tegelijk bloemen en vruchten dragen. Staan er genoeg bij elkaar, dan komt de geur van oranjebloesem je tegemoet.

De struiken ritselen van de hagedissen, die zich soms even laten zien. Groen, of zwart met geel. Zwaluwen vliegen af en aan. Al het groen is fris van kleur en de lucht ruikt naar bloemen en kruiden. Wat is het voorjaar toch een prachtig seizoen om buiten te zijn. En wat is wandelen toch een prachtige manier om een landschap mee te maken.

Het traject van vandaag is 25 kilometer. Dat lopen wij wel vaker op een dag, maar aan het stijgen en dalen zijn we minder gewend. Het valt soms niet mee. Hebben M. en ik precies hetzelfde tempo als we door vlak land lopen, hier blijf ik achter zodra het pad stijgt of daalt. We worden beloond door de overweldigend mooie uitzichten. De Via Francigena blijkt perfect te zijn gemarkeerd, met de ons bekende internationale rood-witte tekens plus een afbeelding van een pelgrim. Daarnaast blijven we zekerheidshalve onze routebeschrijving in de gaten houden.

Het pad voert grotendeels langs zgn. Strada bianca’s, witte halfverharde paden. Het is rustig: weinig verkeer, weinig wandelaars. We passeren wat agriturismo's met aantrekkelijke terrassen, maar er wordt jammer genoeg geen koffie geserveerd. Bij een iets verderop gelegen bar lukt dat wel.

In de middag wijkt de routebeschrijving af van de officiële Via Francigena. Ondanks intensief speurwerk kunnen we het alternatieve pad niet vinden en we besluiten de officiële weg te volgen, hoewel die een stuk over een asfaltweg gaat. Als we de eindbestemming van vandaag, het stadje Gambassi Terme, naderen, zoeken we de weg naar ons hotel op. Dat gaat een eind goed, maar door het ontbreken van een routebeschrijving van het laatste stuk vinden we het uiteindelijk niet. Als we vanaf het laatste punt waar we zeker wisten dat we goed zaten nog ongeveer een uur een asfaltweg omhoog hebben geklommen, bellen we het hotel. Al snel verschijnt Christina in haar Smart, die ons in tien minuten naar het hotel rijdt. Niemand kan die alternatieve route vinden, zegt zij.
Op het terras van Tenuta Sant’Ilario, een fraai gelegen en ingerichte agriturismo, komen we op adem. De avondzon verlicht het dal waar we op uitkijken. Later eten we verrukkelijk in het naastgelegen restaurant van het hotel en lopen vroeg naar onze kamer in een gebouw dat wat hoger op de heuvel ligt. Het getjilp van de zwaluwen in het nestje bij de trap, vlakbij onze kamer, is het enige dat onze welverdiende rust verstoort. Het was een flinke, maar prachtige tocht.

Wo 10 mei: Gambassi Terme - San Gimignano
18 km, 600 m stijgen, 550 m dalen

Na een ontbijt in de ochtendzon op het terras vertrekken we voor onze tweede etappe, die ons naar San Gimignano voert. Ook vandaag zijn we onder de indruk van de vergezichten en de bloemenweelde onderweg. Hier in Toscane is alles mooi. En dan hebben we de kunstschatten van Siena nog niet eens gezien.

Als het middag wordt zien we San Gimignano met zijn vele hoge torens in de verte liggen. Er schijnen er nog maar 15 van de oorspronkelijke 72 torens over te zijn.

Tegen vijven lopen wij door de noordelijke poort het stadje binnen. Precies zoals pelgrims en handelsreizigers dat al eeuwenlang gedaan hebben, te voet. In de Etruskische tijd was hier al een dorp, later een Romeins stadje. De huidige bebouwing is middeleeuws, net als de stadsmuren, die uit de dertiende eeuw stammen en nog helemaal intact zijn.

Ons hotel La Cisterna ligt zo centraal als maar mogelijk is. Een ruim plein met een grote waterput, cisterne, in het midden. Als we aankomen zijn er veel toeristen. We lopen door de smalle straatjes en borrelen op een terras met uitzicht naar het zuiden, waar we de volgende dag zullen lopen. Daarna wandelen we nog wat door het stadje. Zodra je uit de drukte van winkeltjes en toeristen bent waan je je in de middeleeuwen.

Als we op ‘ons’ plein van de cisterne terugkomen, zijn de meeste toeristen vertrokken met hun auto’s of touringcars. Zo genieten wij in rust van de eeuwenoude schoonheid van dit plein, waar alles geschiedenis ademt.

Do 11 mei: San Gimignano - Gracciano
21 km, 200 m stijgen, 350 m dalen

De volgende ochtend verlaten wij San Gimignano via een stadspoort aan de zuidkant. Vandaag voert het pad ons ook door bossen, waar de vegetatie weer heel anders is. We zien veel varenachtige planten en tal van felroze wilde cyclamen. De rode klaverachtige plant komen we nog maar weinig tegen. Wel steeds brem, die heerlijk ruikt.

Drie keer voert het pad vandaag door een oversteekplaats bij een rivier. Het water staat laag en we kunnen makkelijk oversteken via de grote keien die erin liggen. In de middag drinken we een cappuccino bij een locale bar met plastic stoeltjes in Quartaia, het eerste dorp dat we tegenkomen.

Daarna is het niet ver meer naar hotel Il Pietreto, een agriturismo op een heuvel met kleine stenen huisjes met eigen terrasjes. Voor het hoofdgebouw staat een olijfboom uit 1870. Van het zwembad maken we geen gebruik, wel van een ouderwets Italiaans diner in het restaurant. Antipasto, primo piatto, secundo piatto en dolce. Voor M. dan nog een dubbelsterke espresso, een doppio, waaraan ik mij niet waag. De uitbaters van Il Pietreto zijn op leeftijd. Er zijn maar twee andere gasten. Na het diner drinken we nog een glas wijn op het terrasje voor onze kamer.

Vr 12 mei: Gracciano - Monteriggioni
13 km, 130 m stijgen, 50 m dalen

Na een ontbijt met een vers gekookt eitje en zelfgemaakte patisserie gaan we op pad voor een vrij korte etappe. De ‘officiële’ etappe loopt van San Gimignano naar Monteriggioni, dus zonder stop in Gracciano. Wij zijn blij met deze verdeling over twee dagen. Zo hebben we tijd over om niet alleen van de wandeling maar ook van de plaats van aankomst te genieten. 

We zien Monteriggione al van verre liggen, met zijn verdedigingstorens rondom. Vandaag weer overweldigend mooie bloemen: zeeën klaprozen in velden, maar ook op muurtjes, fel blauwe korenbloemen, een soort wilde orchidee en natuurlijk brem.

In een klein middeleeuws stadje, Strove, zoeken en vinden we een café om cappuccino te drinken. Strove heeft een kerk met een Mariabeeld aan de buitenkant. De kerk zelf is gesloten.
 
We passeren een bord dat ons goede reis wenst en waarop staat dat Rome nog 300 km is. De Via Francigena bevalt ons uitstekend, en we nemen ons voor volgend jaar verder te gaan, richting Rome. Als we zin hebben kunnen we doorlopen tot Jerusalem. Of de andere kant op, naar Canterbury in Engeland.

In de buurt van Monteriggione zien we ineens een grote slang in de berm liggen. Hij is zeker een meter lang. Ik nader hem om een foto te maken, maar durf niet al te dichtbij te komen.

Het pad is vandaag tamelijk vlak, alleen het laatste stuk naar de stadspoort is zeer steil. Als beloning arriveren we op een fraai middeleeuws plein, met een kleine kerk en een restaurant waar de tafels wit gedekt onder de grote parasols staan. We hebben vandaag tijd genoeg om uitgebreid te pauzeren.

Veel groter dan dit Piazza di Roma is het stadje niet. Het diende om Siena te verdedigen tegen Florence. De twee steden vochten om de macht over de Via Francigena, die niet alleen als pelgrimsroute maar ook als belangrijke handelsroute diende. Later zullen we er in Siena fresco’s van zien.

We verlaten Monteriggione via de andere poort – er zijn er maar twee. Na een paar kilometer arriveren we in Borgo Gallianaio, alweer een prachtige agriturismo. In deze oude burcht hebben wij een enorme kamer met een oud balkenplafond. Net als vanmiddag kiezen we vanavond voor pasta met truffel.

Bij de ingang van onze kamer zit een zwaluwnestje, net te hoog om in te kunnen kijken. Als we na het diner naar onze kamer gaan zien we twee zwaluwen zitten, een in het nest en een ernaast, doodstil. Vlakbij. We laten ze gauw weer alleen.

Za 13 mei: Monteriggioni - Siena
20 km, 220 m stijgen, 250 m dalen

Vandaag de laatste etappe van onze voettocht. We passeren een kasteel dat eruit ziet zoals je je een kasteel voorstelt: Castelli della Chiocciola. De brede toren in het groen met klaprozen op de voorgrond levert een fraai gezicht op.
 
In het dorp Vila passeren we een informatiepunt, gedreven door Marcello. Hij heeft zijn tuin ingericht als pleisterplaats voor de pelgrim en biedt van alles: koffie en thee, vruchten, gekookte eieren, boeken om in te kijken, een badkamer. We treffen een ouder Engels stel dat zes weken loopt over de Via Francigena. Daarna houden ze nog een paar weken vakantie. Al hun bagage, voor een week of tien, hebben ze in de rugzak. Een prestatie.

We treffen deze dagen weinig mede-wandelaars. Dat is op een pad als de Camino naar Santiago de Compostella wel anders, schijnt het. We prijzen ons gelukkig met de keuze voor de Via Francigena.

Ook vandaag weer uitzichten en bloemen, weer andere dan andere dagen: een grote witte bloem met een geel hart, roze dagkoekoeksbloemen, en weer velden vol klaprozen.

Na een pittig laatste stuk, over stijgende asfaltwegen, passeren we het eerste voorportaal van Siena, al snel gevolgd door de Porta Camollia. Het zit erop: het eindpunt is bereikt. Zo'n honderd kilometer door dit geweldige landschap.