Ter hoogte van de Rooversbroekpolder, net ten zuiden van Lisse, nemen we de verharde weg richting het centrum van Lisse. Na enig zoeken vinden we een zaak waar we een cappucino-to-go halen. Als het voorjaar is gaan we deze wandeling nog eens doen, en dan helemaal. Dan zal het minder nat zijn, misschien ook minder waaien en dan kunnen we bovendien genieten van de bollenvelden hier.
zaterdag 30 januari 2021
Rondje Lisse
maandag 9 november 2020
Door het Castellum (Limespad: Bodegraven - Woerden - Utrecht - Bunnik - Cothen)
In september vervolgen we het pad langs de Romeinse Limes, de grens, die grotendeels langs de Rijn loopt. We begonnen met het Romeinse Limespad in augustus van dit jaar. Van Katwijk tot Bodegraven legden we zo'n zestig kilometer af. In Bodegraven pakken we nu de draad weer op, waarbij we min of meer de etappes van Wandelnet.nl volgen.
Aan het einde van het dorp buigen we naar het zuiden, richting de A12 die je helaas duidelijk hoort. We steken er met een tunneltje onderdoor. Verder naar het zuiden passeren we Driebruggen, dat nog maar twee van de oorspronkelijke drie bruggen heeft. Het Limespad loopt hier parallel met het Pelgrimspad.
Vanaf Driebruggen gaat het pad verder naar het gehucht Papekop, volgens de uitleg in het boekje een samenvoegsel van cope en paap. Een cope is een contract om een gebied te mogen ontginnen, in dit geval een moerassig gebied dat van de bisschop van Utrecht was. Deze gaf stuken grond uit, de zogenaamde copeontginning. De opbrengst ervan moest gebruikt worden om te voorzien in het levensonderhoud van de pastoor, de paap, van Waarder. We passeren boomgaarden waar de bomen vol appels hangen. Verder zijn er overal bessen: rood, roze en oranje. Verderop zien we een walnotenboom, ik moet even opzoeken wat het is. Behalve de bekende bast waarin je de noten in de winkel koopt, hebben ze nog een dikke groene schil.Langs de spoorlijn lopen we richting Woerden. Voordat we het plaatsje binnenlopen moeten we weer via een tunnel de A12 onderdoor. Niet voor de eerste keer betreur ik de hoofdrol die de auto in het verkeer gekregen heeft. Het kabaal verpest vele natuurgebieden.
Op een van de laatste boerderijen voordat we Woerden binnenlopen staat een fraaie verzameling pompoenen uitgestald. We hebben vandaag volop kunnen genieten van al het moois dat de herfst te bieden heeft.De maand erop, in oktober, reizen we weer per trein naar Woerden om ons pad weer op te pakken. We komen nu in het gebied waar de Rijn de Leidse Rijn heet. De Leidsche Rijn is eigenlijk een kanaal, gegraven omdat de Oude Rijn te ondiep werd door dichtslibbing. Het eerste deel van de tocht vandaag gaat over een zeventiende eeuw jaagpad langs de Oude Rijn. Er staan prachtige huizen met al even mooie tuinen. Het pad is wat drassig. Voor ons, met onze wandelschoenen, geen probleem, maar je kunt je voorstellen hoe het voor de schipper en zijn gezin geweest moet zijn om hier te lopen, ingespannen om de zware schuit te trekken, en dat steeds opnieuw. Het personenvervoer over het water liep sterk terug toen de treinen kwamen, maar voor goederenvervoer heeft het water nog tot ver in de vorige eeuw een rol gespeeld.
Dan lopen we de grootste attractie van deze etappe binnen: Castellum Hoge Woerd, op de plaats waar meer dan tweeduizend jaar geleden een Romeins fort stond. De wachttoren is nagebouwd. Als je het terrein oploopt, ervaar je echt hoe het in zo'n Romeinse legerplaats was. Het formaat is hetzelfde, de muren zijn even hoog. Het kabaal en de drukte van de soldaten moet je erbij denken.
Blij met wat we hier gezien hebben, lopen we verder richting Utrecht. Daarvoor steken we het Amsterdam-Rijnkanaal over via de Dafne Schippersbrug, de brug voor fietsers en voetgangers uit 1997 die Leidsche Rijn en Utrecht met elkaar verbindt. Hier, aan de rand van de Utrechtse wijk Oog in Al, eindigt onze tocht vandaag. Per bus en trein reizen we terug.
Later in de maand oktober pakken we de draad weer op. Vandaag gaan we dwars door Utrecht. De wijk Oog in Al heeft een verrassing: het park Oog in Al. Hier was vroeger een buitenplaats. We passeren een houten koepeltje, zo te zien een folly die misschien wel bij het buitenhuis hoorde. Vijf jaar heb ik in Utrecht gewoond, maar hier ben ik nooit geweest. Er is ook een leuk restaurant: Landhuis in de stad. Nu uiteraard dicht vanwege de coronamaatregelen.
Na Oog in Al passeren we het gebouw van de Rijksmunt. Hier lopen we tussen de oude wijk Lombok en het Jaarbeursgebied in. Het Jaarbeursgebied is treurigstemmend lelijk, maar Lombok is onverwacht leuk. Opgeknapte huizen waar zo te zien jonge gezinnen wonen.
Dan duiken we het Jaarbeursgebied in, waar auto's de hoofdrol in het verkeer hebben. We passeren de Jaarbeurszijde van Hoog Catharijne en steken de spoorlijnen over via de Moreelse brug. Deze leidt ons naar de andere kant van het station, het Moreelse park.
Nu voert het pad ons door het centrum van Utrecht. Ook hier was een Romeinse nederzetting, vlak bij het Castellum in De Meern. Op het Domplein zijn er resten van te zien. De naam Utrecht herinnert aan de Romeinse naam Trajectum, letterlijk: oversteekplaats.
Bij het Ledig Erf houdt het oude centrum op. Het water heet hier de Vaartsche Rijn. We lopen door de weinig interessante wijken Hooggraven en Lunetten, waar het verkeerslawaai prominent aanwezig is. Bij het Knooppunt Lunetten kruisen de A12 en de A27 elkaar.
Bunnik - Cothen
Begin november vervolgen we het Limespad in Oud Amelisweerd. Net als de vorige drie keren hebben we prachtig weer. Volop zon en weinig wind. Ideaal voor een herfstwandeling. We lopen naar kasteel Rhijnauwen, vlakbij Amelisweerd, en volgen vanaf daar de Kromme Rijn. Links aan de overkant van het water ligt Fort Rhijnauwen. We zien het niet liggen, maar wel de Hofstede Rhijnauwen, een achttiende eeuwse boerderij die bij het landgoed hoort.
Bunnik is een aardig dorp met een oude kern. Als we eromheen zijn gelopen kruisen we weer de A12. Hier staan geluidsschermen, die goed werken. De Kromme Rijn meandert hier verder. In de volgende bocht ligt het dorpje Odijk. Dorpen zijn kennelijk ontstaan in de bocht van de rivier.
Ten zuiden van Odijk, richting Werkhoven, komen we een schitterend wit kasteel tegen, Beverweerd. Van oorsprong is dit een dertiende eeuws kasteel en ridderhofstad. . Ooit was het kasteel eigendom van de familie Oranje-Nassau. Sinds 2004 wordt het bewoond door Geert Jan Jansen, een kunstvervalser van wie ik tot nu toe nooit had gehoord. Hij heeft er een paar jaar gevangenisstraf wegens het vervalsen van werken van onder meer Karel Appel op zitten. Nu woont en werkt hij in dit luisterrijke kasteel. Dat kan slechter. Jansen is een soort Van Meegeren van deze tijd.
We blijven de Kromme Rijn volgen, langs Werkhoven. Het pad maakt een soort lus langs een watertoren. Richting Cothen wordt de rivier wat breder. Op veel plaatsen staan knotwilgen langs de oevers. Soms zijn ze oud, knoestig en gebarsten. Maar ze blijven uitlopen. Hoe ouder, hoe mooier ze zijn. Af en toe is een stukje berm langs het pad bezaaid met bloemen. Klaprozen, korenbloemen en een soort margrietjes. Prachtig om te zien, en onverwacht. Want ik dacht dat dit voorjaarsbloemen waren. We lopen langs de rand van het dorp Cothen. Ook hier weer fraaie huizen. De snelweg is hier helemaal niet meer te horen. Wat een verademing. Wat dat betreft is het slechter toeven bij Amelisweerd, waar het knooppunt Lunetten ligt, de kruising van de A12 en de A27. Tegen de aanleg van het stuk A27 is in de jaren zeventig en ook weer in deze eeuw veel geprotesteerd. Tevergeefs.
zondag 25 oktober 2020
Vliegenzwammen en andere paddenstoelen
Behalve de bekende vliegenzwammen staan er heel veel andere paddenstoelen in het bos, die ik helaas niet kan determineren. Alleen parelbovisten, met hun witte ronde vorm, herken ik. Sommige boomstammen zijn bezaaid met paddenstoelen. De giftige groene knolamaniet schijnt hier algemeen voor te komen, maar ik heb hem nog niet gezien. Afgelopen week was het herfstvakantie en daarom erg druk in het bos. Regelmatig dook ik de berm in om de noodzakelijke anderhalve meter afstand te houden. Vlak na een bui is het bos op zijn best. Dan zijn er nauwelijks of geen andere wandelaars en ruikt het heerlijk herfstig. De natte stammen van vooral beukenbomen hebben wat weg van de huid van dieren, de structuur doet aan nijlpaarden of olifanten denken. En die vochtige herfstlucht zorgt voor veel fraaie paddenstoelen.
Gelukkig is ook hier Den Haag een markt waar je paddenstoelen kunt kopen. Elke woensdag is er boerenmarkt op de Hofplaats, vlakbij het Binnenhof. Heerlijke groenten en vruchten, maar ook brood, kaas en vlees. En natuurlijk staat hier de onvolprezen verkoper van allerlei paddenstoelen, sommige gekweekt, sommige wild geplukt. Zijn kraam is een lust voor het oog. Vaak is er reuzenbovist, die in plakken wordt verkocht. Afgelopen week maakte ik een risotto met cantharellen, heerlijk. Nu de restaurants dicht zijn, is er des te meer reden op de markt goede producten te kopen om zelf thuis lekker te koken.
donderdag 13 augustus 2020
In de voetsporen van de Romeinen (Limespad: Katwijk - Leiden - Bodegraven)
Een nieuw pad, dichter bij huis dan het Elfstedenpad: het Limespad.
Dit lange afstandswandelpad volgt de Romeinse grens van tweeduizend jaar
geleden, van Katwijk aan zee tot Berg en Dal bij Nijmegen, of eventueel verder
door Duitsland. ‘Limes’ betekent grens of pad. De Romeinen wilden de Germanen
overwinnen en trokken daarom naar het noorden op, maar de pogingen bleven
steken langs de Rijn. Het pad volgt dan ook grotendeels de loop van de Rijn,
waar de Romeinen legerkampen en nederzettingen aanlegden. Langs de route zijn
op verschillende plaatsen resten of reconstructies te zien. Een fascinerend pad.
De Romeinen komen tot leven.
In januari starten we in Katwijk op het strand. In de Romeinse tijd heette Katwijk Lugdunum Batavorum. Lang is gedacht dat met die naam Leiden werd bedoeld, ten onrechte. Aan het begin van de route staat een bronzen kunstwerk van Nicolas Dings, Brittenburg genaamd, waarop soldaten van keizer Caligula staan afgebeeld. Langs de kerk en door een mooi opgeknapt oud visserswijkje lopen we naar Katwijk a/d Rijn. Langs de Oude Rijn passeren we Valkenburg en lopen naar het noorden, richting Oegstgeest. Dit is het gebied waar Jan Wolkers in zijn jeugd graag rondstruinde. Hier ontstond zijn liefde voor de natuur met alle kleine planten en beestjes. Hij beschrijft dat in verschillende van zijn boeken.
We pauzeren op het landgoed Oud-Poelgeest, dat in de zeventiende eeuw eigendom was van hoogleraar Boerhaave. Hij was onder meer arts, rector magnificus van de Leidse Universiteit en directeur van de hortus botanicus. Poelgeest is prachtig opgeknapt. In de gang hangt een enorme foto van Jan Wolkers met het beeld dat hij het ‘tillenbeest’ noemde. Er stonden er twee van in Oud-Poelgeest, aan weerszijden van een schouw, en Jan nam er eentje mee. Pas na zijn dood is het beeld teruggevonden, vertelt een personeelslid van het restaurant.
Vanaf Oud-Poelgeest komen we Leiden binnen langs het LUMC,
waar een standbeeld van Boerhaave staat. Het pad voert door de historische
binnenstad. We besluiten de wandeling in het Rijksmuseum
van Oudheden, waar een grote afdeling met Romeinse vondsten is. Er is onder
meer een wassen reconstructie te zien van het gezicht van Julius Caesar.
Fascinerend om die man in de ogen te kijken. Op school besteedden wij vele uren
aan het vertalen van zijn boek over de oorlog tegen de Galliërs, ‘De bello
gallico’.
In maart lopen we verder op het Limespad. Deze keer heeft een andere beroemdheid de hoofdrol, Rembrandt. We komen langs de plaats waar zijn geboortehuis stond. Interessant om te zien, net na het lezen van de biografie van de jonge Rembrandt door Onno Blom, die eerder een geweldige biografie van Jan Wolkers schreef.
Via de Lammebrug lopen we Leiden aan de zuidkant uit. Onder de A4 door komen we door Zoeterwoude-dorp, van waar we naar het westen lopen in de richting van Hazerswoude-Rijndijk. Door de weilanden en langs molens arriveren we in Alphen aan de Rijn.
Na een paar kilometer zien we aan de overkant van de rivier Zwammerdam
liggen, in de Romeinse tijd Nigrum Pullum genaamd. Hier zijn in de jaren zeventig
zes Romeinse eikenhouten schepen gevonden. Drie kano’s en drie platbodems,
waarvan de grootste meer dan 30 meter lang was. Onderzoek wees uit dat een van
de schepen een van de oudste Romeinse rivierschepen gevonden in West-Europa is.
Het hout is van bomen die gekapt zijn in de tweede eeuw na het begin van onze
jaartelling.
In Zwammerdam strijken we neer op het terras van een cafetaria. Twee wandelaars vertrekken daar net, zij lopen ook het Limespad. Even later komt een groep van zes mensen aan die ook het Limespad lopen. We komen niet vaak zoveel medewandelaars tegen.
Via de Warmoeskade lopen we Bodegraven binnen. Ook hier zijn veel Romeinse resten gevonden, waaronder in 1995 een groot castellum dat nog niet helemaal onderzocht is. Bodegraven is verder de bakermat van Andrélon. Oprichter kapper André de Jong noemde zijn bedrijf naar de kapsalon van zijn vader, die dezelfde voornaam had: ‘André’s kapsalon’. We besluiten onze wandeldag op het zonnige terras van Brouwcafé de Molen.dinsdag 28 juli 2020
Langs de Zuiderzee (Elfstedenpad: Stavoren - Workum - Bolsward)

De hoogste tijd om weer eens verder te lopen op het Elfstedenpad. De laatste keer was in november vorig jaar. Dit voorjaar kwam het er niet van door ziekte en coronamaatregelen; meer dan een rondje in de buurt zat er niet in. Heerlijk dus om weer in de trein te stappen, zij het met mondkapje op.
Onze etappe begint in Stavoren, maar Hindeloopen is zo'n prachtig stadje dat we daar naar toe reizen om te overnachten.Onze kamer in de Stadsboerderij heeft klassiek beschilderd Hindeloopens meubilair. Ik neem snel een kijkje in het Schaatsmuseum dat om de hoek ligt.
We lopen door het schilderachtige stadje. Hindeloopen was vroeger een belangrijke stad waar handel werd gedreven op de Oostzee. Nu is het rustig. Smalle straten, veel bruggetjes, fraai gerestaureerde kapiteinshuizen. Aan de kant van het water en de haven zijn veel toeristen. In de stad zelf is het veel stiller.We eten buiten op een terras, met uitzicht op een beeld van Vrouwe Justitia dat aan de gevel van het naburige pand is bevestigd. Vroeger waren in dit gebouw het stadhuis, het gerecht en de gevangenis gevestigd.
De volgende ochtend gaan we verder op het pad. We reizen per trein naar Stavoren, waar het pad langs de voormalige Zuiderzee loopt. Het is schitterend weer, zonnig en niet te warm, perfect om te wandelen.
Halverwege Stavoren en Hindeloopen, bij Molkwerum, zien we een groepje paarden dat in het water wordt geleid. 'Aquajogging', zegt de begeleider. Goed voor de spieren. Even later zien we een platbodem varen met bruine en witte zeilen.
Zo'n soort boot ligt ook bij de kade bij de Stadsboerderij in Hindeloopen, waar we halverwege de dag weer even neerstrijken. Het Elfstedenpad loopt door het stadje. We verlaten het op dezelfde manier als we dat vanmorgen deden, over een houten loopbrug.Het pad volgt nog een stukje de Zuiderzeedijk en buigt dan landinwaarts af. We lopen grotendeels over grasdijken die vol met schapen liggen. Als je doorloopt, blijven ze liggen maar als je ze probeert aan te raken, springen ze op het laatste moment op en gaan er op een holletje vandoor. Vooral de lammetjes zijn nieuwsgierig, maar durven toch niet te blijven staan. Heel af en toe lukt het zo'n vettig vachtje aan te raken.

In de loop van de middag arriveren we in Workum. Net zo'n mooi oud stadje als Hindeloopen, wat minder toeristisch. Er zijn wat meer 'normale' winkels, zo te zien. We zijn nog op tijd om het Jopie Huismanmuseum te bezoeken, het museum van de autodidact die vooral oude spullen schilderde. Veel over gehoord, nu eindelijk gezien. Vooral een schilderij van een verstelde gebreide lange onderbroek maakt indruk. Hyperrealistisch. 'Ik brei met verf', zei Jopie daarover.
We hebben er ongeveer 18 kilometer opzitten en voelen dat wel. Omdat het zo lang geleden is dat we wat langere afstanden liepen.In Workum logeren we in Op de hoek van de stal, in de hoofdstraat. Het is een negentiende eeuwse stolpboerderij op een historische plek, bij de ingang van het stadje en aan de Zuiderzee. 's Avonds eten we buiten, op een van de terrassen op het plein bij de reusachtige kerk.
Na een heerlijk ontbijt in de voormalige stal beneden vertrekken we de volgende ochtend niet al te vroeg voor de tweede etappe dit weekend: van Workum naar Bolsward. Na een rondje door de oude stad lopen we via een zestiende eeuws kerkepad Workum uit. Stad en platteland grenzen hier scherp aan elkaar. Achterom kijkend hebben we een fraai uitzicht op de kerk van Workum.
Ook vandaag lopen we veel over grasdijken. We passeren een paar mooie kerken, zoals in Ferwoude. Het mooiste dorp is Allingawier, dat ook het Friese Museumdorp wordt genoemd. Een oud terpdorp ten oosten van Makkum, waar een paar gebouwtjes zijn ingericht zoals vroeger. We pauzeren op het terras van It Ferhaal, dat binnen sfeervol is ingericht met oude balken en blauw geverfde muren.

Het staat vol zomerbloemen: klaver, boterbloemen, blauwe distel, koekoeksbloem en veel meer. In de steden staat het vol stokrozen in alle kleuren.Via Exmorra arriveren we in Bolsward. Het openbaar vervoer rijdt hier niet frequent, zeker niet op zondag, dus we haasten ons voor de bus. De terugreis duurt drieëneenhalf uur. Ver reizen, maar dan heb je ook wat. Wat een geweldige provincie, en wat een prachtig pad. De wegen zijn soms heel recht - deze twee dagen trouwens niet, het is lekker lopen over die grasdijken, maar de elf steden maken alles goed.
zaterdag 18 april 2020
Groene longen (Clingendael, april 2020)
Lange wandelingen zijn er voorlopig niet bij. Een ommetje in
de buurt, dat is het. Nu kan je het een stuk slechter treffen dan in
Den Haag, groene stad achter de duinen. Den Haag heeft vele groene ‘longen’:
bossen, parken en oude landgoederen die voor rust en frisse lucht zorgen.
De laatste barones Van Brienen, Marguerite
Marie (1871-1939), werd Freule Daisy genoemd. Zij was gek op Engeland en reisde daar vaak naartoe. Zij woonde in het grote huis met haar hondjes. Achter het huis, onder een grote
boom, is een klein hondenkerkhof voor degenen die haar ontvielen.Wie graag in het voorjaar naar de Japanse tuin gaat kijken, kan haar dankbaar zijn, want zij is degene die de tuin heeft gemaakt. Zij interesseerde zich voor de Japanse tuincultuur en had contact met Japanse diplomaten in Den Haag. Ornamenten voor de tuin kocht de barones in Japan, waar zij per schip naar toe reisde. Ik ben benieuwd of we eind deze maand de tuin kunnen bezoeken. Na de persconferentie van volgende week dinsdag, 21 april, weten we meer.

zondag 10 november 2019
Woudsend en verder (Elfstedenpad: Woudsend - Balk; Laaksum - Stavoren; Balk - Laaksum)
We wandelen door het dorp, passeren verschillende keren de Midstrjitte
die dwars door het dorp loopt en kijken naar de gerestaureerde oude panden en
naar de jachthaven. We borrelen in een kleine schuilkerk uit de achttiende eeuw,
’t Ponkje, genoemd naar de zwarte zak aan
een stok die tijdens kerkdiensten rond ging voor de collectes. De kerk is verbouwd tot
restaurant met behoud van originele details, zoals een paar kerkbanken. Ook ’t
ponkje is er nog, het staat tegen de muur.
Het weer is bij vertrek redelijk, maar in de loop van de dag
krijgen we nogal wat motregen. We lopen via Ypecolsga, een gehucht, naar het
zuiden. Langs het Slotermeer komen we in het dorp Balk. Via de Wyckelerdijk,
waar we later op de dag zullen terugkeren omdat wij hier logeren, gaan we naar
Wyckel, een oud plaatsje met een kerk in het midden. Ten zuiden van Wyckel komt
het pad bij de Ie en voert ons naar het noorden, naar de oude vestingstad
Sloten. Na Leeuwarden, Sneek en IJlst is dit de vierde stad van de elf die we
aandoen. Een kleine stad met bolwerken, een molen en oude grachtenpanden. We
pauzeren er voor een kop soep.
Vanaf Sloten passeren we nog een keer, nu vanaf de andere
kant, Wyckel. Bij Ruigahuizen eindigen we onze etappe en lopen we naar het
noorden, terug naar de Wyckelerdijk in Balk waar we logeren in ‘De Kopse kant’,
het laatste huis van het dorp Balk, een adres via Vrienden op de fiets. We
lopen terug naar het centrum van Balk en eten bij Teernstra, een
gezellig restaurant. Het zit op deze zaterdagavond helemaal vol, net als het
café ernaast.
Laaksum heeft een piepklein haventje aan het IJsselmeer. Sinds
de Zuiderzee is afgesloten valt er niet veel meer te vissen. Het pad loopt
langs het IJsselmeer en volgt hetzelfde traject als een ander wandelpad, het
Zuiderzeepad. De kust ziet er uit als die van een zee, met golfbrekers en
kleine zandstrandjes. Vergeleken met de Noordzeekust is het hier een oase van
rust.
In de verte zien we Stavoren
liggen, de vijfde stad van het Elfstedenpad en ons eindpunt van vandaag. Het
schijnt de oudste stad van Nederland te zijn, want de stadsrechten ontstonden al
in de elfde eeuw. Vroeger een belangrijke Hanzestad, tot de haven verzandde in
de Middeleeuwen. Volgens de legende
is dat de schuld van de Vrouwe van Stavoren. Zij had een van haar schippers
opdracht gegeven haar de kostbaarste handelswaar te brengen die hij kon vinden.
Toen hij terugkwam met een scheepslading graan en niet goud, dat zij gewild
had, werd zij woedend en beval hem de lading in de zee te storten. Daarmee riep
zij een vloek over Stavoren af. In de haven staat een klein bronzen beeldje van
de Vrouwe van Stavoren.
Een paar maanden later reizen wij weer naar het verre Friesland om het nog ontbrekende stukje op deze etappe te lopen: Balk - Laaksum. In november hebben we dat noodgedwongen overgeslagen omdat er op zondag geen openbaar vervoer is.Op een zaterdag begin februari 2020 starten wij in Balk en lopen via Ruigahuizen naar het haventje van Laaksum, van waar wij vorige keer naar Stavoren liepen. Het is een afstand van plm 24 kilometer. Helaas gaat het regenen en hard waaien, net als wij langs de IJsselmeerdijk lopen. Gelukkig komen we precies op tijd aan voor het busje in Laaksum, dat eens in het uur gaat. In Stavoren nemen we direct de trein terug, want de weersvoorspellingen zijn slecht. Volgende keer verder.

























