zondag 18 maart 2018

Augustus in maart


Eigenlijk zouden we dit weekend verder lopen op het Drenthepad, maar het is zo gemeen koud dat we daarvan af zien. Het vriest een paar graden. De harde wind maakt het ijzig. Wandelen willen we wel. Traditiegetrouw gratis reizen op deze laatste zondag van de Boekenweek ook. We kiezen voor de NS-wandeling Eiland van Dordrecht en nemen de trein naar Dordrecht Stadspolders.

Naast het station ligt een mooi café waar alle wanden bedekt zijn met boekenkasten. We starten met een kop koffie. Dan lopen we naar het noorden, tot het Wantij, die de Beneden Merwede en de Nieuwe Merwede met elkaar verbindt. De naam Wantij verwijst naar vloedstromen van beide rivieren, die hier vroeger botsten. Met de aanleg van de Deltawerken kwam daar een einde aan. 

We kruisen een viaduct, steken de nieuwe Prinses Amaliabrug over en lopen over een glibberig modderpad door een parkje. Na een stukje door een woonwijk staan we tegenover Villa Augustus aan de Oranjelaan. Hier genieten we van een heerlijke lunch en bekijken we de moestuin, aangelegd op de plek waar vroeger de waterbassins van de watertoren lagen. 

Op dit moment staat er natuurlijk niet veel, maar de tuin maakt toch indruk door de fraaie indeling, de leifruitbomen en de citroenbomenkas. In de zomer moet het hier heerlijk zijn. We nemen ook een kijkje bij de entree van het hotel in de watertoren. Net zo leuk ingericht als het restaurant. Augustus doet me denken aan Hotel New York in Rotterdam en Schlemmer in Den Haag. Later lees ik dat Dorine de Vos in alle drie de interieurs de hand heeft gehad. Dat heeft ze bijzonder mooi gedaan.

We vervolgen ons pad richting het centrum van Dordrecht. Het Energieplein met de enorme bioscoop ziet er niet uitnodigend uit. Te weids, te nieuw, te veel wind. Bij het water komen we langs de plaats waar de waterbussen liggen. Hier steken we naar binnen, de stad in. We lopen niet helemaal goed, want we missen de oude stadspoort (Groothoofdpoort) maar passeren mooie, oude huizen. Een bedrijvige havenstad met historie, zo laat de stad zich aan ons zien.

Via het Hof van Nederland, oorspronkelijk een dertiende-eeuws klooster, en de Kloostertuin komen we bij het Dordrechts Museum. De tentoonstelling laten we zitten, maar we drinken koffie in het café van het museum. In de glazen serre met uitzicht op enorme platanen op het voorplein.

Door de oude binnenstad lopen we naar de Kalkhaven, waar we de negentiende-eeuwse draaibrug willen nemen naar de overkant. Helaas blijkt die op zondag niet in werking te zijn. Toch leuk om de brug te zien. Er is een klein pleintje aan het water. Via een andere weg bereiken we het station, waar onze wandeling eindigt.


zaterdag 24 februari 2018

Toewijding (Drenthepad: Appelscha - Veenhuizen - Roderesch)

Door slecht weer heeft het een tijd geduurd, maar vrijdagochtend vroeg nemen wij dan toch trein en bus naar Appelscha om het Drenthepad te vervolgen. Het is koud en zonnig, uitstekend wandelweer.

Vandaag lopen we een stuk door het Fochteloërveen, een bijna Afrikaans aandoend savanneachtig landschap. Ooit zagen grote delen van Nederland er zo uit. Turfwinning en ontginning om er landbouwgrond van te maken hebben het landschap ingrijpend veranderd. Maar hier is het nog zoals het was. Vanaf de uitkijktoren hebben we er prachtig zicht op. Een blond landschap, met die lichtgekleurde grassen.

Natuurmonumenten heeft zich over het gebied ontfermd. Dammen gaan ontwatering tegen. Want veenmos groeit alleen van voedselarm regenwater. En dan maar een millimeter per jaar. Het schijnt in dit gebied goed te gaan met het veen.

Even verderop ligt een gebied waar wel turf is gewonnen. Dat deden de armen die in de koloniën van de Maatschappij van Weldadigheid werden ondergebracht. Suzanna Jansen, nazaat van een kolonist, schreef er in 2007 ‘Het pauperparadijs’ over. Inmiddels wordt het verhaal ook als toneelstuk opgevoerd. Later werd Veenhuizen een ‘gewone’ gevangenis.

Twee van de oorspronkelijke drie inrichtingen in Veenhuizen staan er nog. In het tweede gesticht is het gevangenismuseum gevestigd. De andere inrichting is nog steeds een gevangenis: Esserheem. Zowel M. als ik hebben er lang geleden wel eens een gedetineerde cliënt opgezocht. Vlakbij ligt de gevangenis Norgerhaven, waar sinds een paar jaar ook Noorse gevangenen zitten.

We lopen vandaag 15 kilometer en arriveren ruimschoots op tijd om het gevangenismuseum te bezoeken. Veel historische beelden en informatie, en ook een aardige uitleg van het strafrecht aan de hand van vier korte casussen in films, waar de bezoekers kunnen raden wat de rechter gaat opleggen. Verder cellen uit oude gevangenissen en cellen nu, en een aantal originele celdeuren uit allerlei gevangenissen.

Wij logeren in Bitter en Zoet, gevestigd in drie voormalige dienstwoningen aan de Hospitaallaan met de stichtelijke namen: Bitter en Zoet, Toewijding en Plichtsgevoel. De drie huizen bevatten ieder vijf hotelkamers en zijn via fraaie nieuwbouw op de begane grond aaneengesmeed. Wij logeren in Toewijding, vroeger het huis van de geneesheer-directeur van het ziekenhuis van de kolonie. In de nieuwbouw beneden is ook het restaurant, waar wij heerlijk eten. Een aanrader, ook leuk om wat langer te blijven.

Ons roept het Drenthepad de volgende ochtend. De dag begint met een koude, snijdende wind, maar al snel verschijnt de zon en gaat de wind wat liggen. Langs de begraafplaats lopen we Veenhuizen uit. In Westervelde, een dorp met mooi gerestaureerde boerderijen, bewonderen we een hunebed. Via Broekdijk arriveren we in het fraaie esdorp Norg, waar we koffie drinken in het Wapen van Norg. In het centrum staat een mooie bakstenen kerk. Het dorp leeft volop, met winkels en horecagelegenheden.

Bij een open water komen we een man tegen die met een peilstok de dikte van het ijs meet. Met Drenths accent legt hij uit dat de vooruitzichten voor het ijs goed waren, met die lage temperaturen, maar dat de zon te sterk was. Aan de schaduwkant is het ijs wel vijf centimeter dik, aan de zonkant maar één. Inmiddels gooit ook de wind roet in het eten. Aan de kant waar het ijs nog maar dun was, is het vandaag kapot gewaaid. Dat wordt voorlopig niet schaatsen hier.

Via Langelo, waar we niet doorheen maar langs lopen, komen we in een landschap rond het Lieverensche Diep, een beek die nog als vanouds kronkelt. Vroeger was er zo te zien een doe-het-zelf-pontje; nu is er een houten bruggetje.

In Roderesch nemen we de bus en reizen via Assen terug. We hebben er vandaag 21 kilometer opzitten.  

zondag 28 januari 2018

Mata Hari


In het Fries Museum is een grote tentoonstelling over Mata Hari. Café de Ossekop serveert de jaarlijkse boerenkoolmaaltijd. Leeuwarden is dit jaar culturele hoofdstad van Europa, en er is een NS-wandeling dwars door de stad. Genoeg redenen om Leeuwarden eens aan te doen.

Mata Hari, zoals de uit Leeuwarden afkomstige Margaretha Zelle zich noemde, fascineert mij al sinds mijn middelbare schooltijd, toen ik een scriptie over haar schreef. Inmiddels is er meer informatie beschikbaar dan toen. Correspondentie van Mata Hari met de familie van haar ex-echtgenoot, processen-verbaal van verhoor tijdens de laatste maanden van haar leven, foto’s die ik nog nooit had gezien. Allemaal te zien en te lezen in het Fries Museum. De mooiste foto blijft wat mij betreft die waarin zij met een Mona-Lisa-achtig glimlachje poseert in het uniform van een van haar vriendjes. Het staat haar prachtig, ondanks de bepaald niet elegante laarzen, die wel een paar maten te groot zullen zijn geweest.

Tegenover het Fries Museum ligt het midden-negentiende-eeuwse Paleis van Justitie. Hier pakken wij de stadswandeling op. Via de Oldenhove, de zestiende-eeuwse toren die al tijdens de bouw scheef zakte, zodat hij niet is afgebouwd, lopen we naar de Prinsentuin. Vandaar naar het Raadhuisplein, waar voor het Raadhuis een boom staat die is geplant in het kroningsjaar van Wilhelmina, 1898. Her en der zien we restanten van de feestelijke opening van Leeuwarden als culturele hoofdstad, die gisteren plaatsvond in aanwezigheid van de koning en koningin. Steigers en podia worden afgebroken. De wind laat kartonnen bekertjes en ander afval rondvliegen.

We passeren het Hofplein. Hier staat het Stadhouderlijk Hof, nu een hotel, en bevindt zich de MMS die Margaretha bezocht. Later passeren we het imposante pand aan de Kerkstraat 212, waarnaar zij op haar zesde verhuisde, toen het haar vader zakelijk voor de wind ging. Het drama in haar leven begon toen zij twaalf was. Haar vader ging failliet en vertrok naar Den Haag, Margaretha verhuisde met haar moeder en broertjes naar een bovenhuis. Een jaar later scheidden haar ouders en kort daarna overleed Margaretha’s moeder aan tuberculose. Margaretha werd tijdelijk bij familie in Sneek ondergebracht, haar broertjes elders. Toen ze vijftien was ging ze naar de kweekschool voor het kleuteronderwijs in Leiden. In Friesland zou ze nooit meer terugkeren.
Wij vervolgen onze route langs zeventiende-eeuwse huisjes, een voormalige synagoge en een pand waar Slauerhoff heeft gewoond. Er is nog een steeds een bedrijf met de naam Slauerhoff gevestigd. Aan de gevel een plaquette met het bekende gedicht 'Alleen in mijn gedichten kan ik wonen'.

Dan is het tijd om naar café De Ossekop te gaan, een prachtig oud café waar vele jaren weinig aan het interieur is veranderd. Het ligt schuin tegenover het geboortehuis van Saskia van Uylenburg, de vrouw van Rembrandt van Rijn. Nu is hier het kantoor van de gebroeders Anker gevestigd. Ook de Ossekop biedt een gedicht, gemaakt door Drs P. en afgedrukt op de achterkant van de bonnetjes.

De volgende dag, in de trein terug, lees ik ademloos de biografie die Jan Brokken schreef. Hij heeft de versie uit 1975 herzien en uitgebreid. Dat komt goed uit, vooral omdat ik mijn exemplaar uit 1975 kwijt ben. 

zondag 3 december 2017

Rond Amsterdam

Wandelen met mijn zoon, die in Amsterdam studeert. De afgelopen vijf jaar is het er niet van gekomen, maar op deze zondag lukt het dan toch. We treffen elkaar ’s ochtends op Amsterdam Centraal. 

Binnen twintig minuten zijn we per bus in het schilderachtige Broek in Waterland. Walvisvaarders bouwden hier in de zeventiende eeuw de prachtige houten huizen. Nu zijn ze geschilderd in gedekte tinten grijs, beige en blauw. Aan de gevels zie je waar vroeger de rijkdom vandaan kwam. 

Vanaf hier lopen wij langs Zuiderwoude en Durgerdam naar IJburg, zo’n twintig kilometer langs de soms rafelige randen van de stad. Een stukje van het Trekvogelpad.

Het regent de hele dag. Dat geeft niet. We lopen, we praten, we zwijgen. Hebben het over het leven. In IJburg drinken we wat. 

Dan nemen we de tram naar Centraal, waar onze wegen zich scheiden. Met natte schoenen en jas zit ik even later in de trein naar huis. Innig tevreden.      


zaterdag 7 oktober 2017

Regen

Het is somber en druilerig weer. Regen, de hele dag. Toch wil ik naar buiten, ik heb me er de hele week op verheugd. Regenjack aan en op pad. Via Clingendael loop ik naar de Benoordenhoutseweg. Aan de overkant ga ik het Haagse bos in. Ik volg hier een stukje van het Marskramerpad, het pad dat M. en ik als eerste gezamenlijke pad liepen.

Door het Haagse bos loop ik achter museum Louwman langs. Zo arriveer ik in de wijk Marlot. Mooie huizen, maar er is niets te doen: geen winkels, geen horeca. Ik passeer De Hoogwerf, een voormalige boerderij waar vroeger een restaurant was, waar mijn opa en oma hun verjaardagen wel eens vierden. Nu is het particulier bewoond, zo te zien.

Na het viaduct van de Landscheidingsweg steek ik de N44 over. Zoals iedere keer als ik hier loop verbaas ik me er weer over dat je van het centrum van Den Haag helemaal door het groen naar Voorschoten kunt lopen. Je passeert maar een paar kruispunten. Wonderlijk, zo midden in de Randstad. Wat is Den Haag toch een heerlijke stad.

Nog steeds regent het. Erg vind ik het niet. Het water zorgt ervoor dat de kleuren intenser zijn. De bomen beginnen de verkleuren, maar er zijn nog steeds vele tinten groen. De paddenstoelen beginnen te verrotten.

Het pad loopt nu langs verschillende landgoederen. Beukenhorst, Wittenburg, Oud Wassenaar, de Pauw, Backershagen en Rust en Vreugd. Sommige huizen staan er nog, sommige hebben plaatsgemaakt voor appartementen. Tussen de landgoederen Rust en Vreugd en Witzanck staan luxueuze appartementengebouwen die een soort kantelen hebben. Ze lijken op kastelen. Wat beveiliging betreft zijn er zeker overeenkomsten. Er hangen veel camera's. Mooi is het niet. Hier verschanst welgesteld Wassenaar zich als de tuin te veel werk wordt.


Op Landgoed Backershagen staat een beeldig hertenhuisje, nu in gebruik als woonhuis van iemand die erg boft.

Voor het laatste stuk moet ik weer naar de rechterkant van de N44. Er is een tunneltje voor voetgangers en fietsers, voorzien van fraai mozaiek van strand en zee. Via de Papeweg betreed ik de Horsten. Sinds de koning er woont is er weer een bemand loket bij de ingang.

Bij het theepaviljoen houdt ik het voor gezien. Met al die regen is vijftien kilometer genoeg. Ik hoef niet terug met de bus, want M. komt mij ophalen. Het klaart zowaar wat op, en we zitten nog even heerlijk buiten.


donderdag 5 oktober 2017

Strand

De zomer loopt op zijn eind. Dit weekend zullen de strandtenten verdwijnen. Reden om nog eens naar onze favoriet te wandelen. In de duinen zijn nog bramen, maar ze zijn niet lekker. Het lijkt alsof ze al verrotten voordat ze rijp zijn. Mijn eigen frambozenstruik thuis daarentegen geeft volop heerlijke frambozen, vrijwel elke ochtend een  hand vol. En anders dan eerder deze zomer heb ik geen concurrentie van de vogels. Die lieten vaak alleen wat aangevroten restanten voor mij over.

Mooi zijn de bramen wel, net als de andere bessen en vruchten die we zien. Rood, roze en oranje. Ik houd van de combinatie oranje met het grijsgroene blad van de duindoorn. Op de grond melkwitte paddenstoelen in allerlei formaten.

Op het strand is het lekker. Nauwelijks wind, dus we zitten niet achter glas maar in het zand. Er zwemmen verschillende mensen in zee. Verder zijn er veel wandelaars, al dan niet met hond. Genieten van de weidsheid van het strand, het geruis van de zee en de wisselende kleuren van de lucht.



zaterdag 23 september 2017

Eindpunt (Pieterpad I: Laren - Vorden)

We hebben nog dertien kilometer te gaan om het Pieterpad af te ronden. Dat doen wij op deze prachtige nazomerdag. Voor zo’n klein eindje hoeven we niet vroeg op te staan. M. en ik arriveren dan ook pas tegen twaalven in Laren (Gelderland).  Tegenover de kerk drinken we koffie op een zonnig terras. Geen haast. Dan pakken we het pad weer op, in zuidelijke richting.

Al snel verlaten we het dorp en lopen door zonovergoten velden. We steken de spoorlijn over, vervolgens het Twente-kanaal en dan het riviertje de Berkel. Het Pieterpad voert ons na de brug rechtdoor. Wij laten het pad dat direct na de brug langs de rivier loopt, links liggen. Dat gaat naar de Staringkoepel, naast Hoeve Draafsel, een melkveehouderij waar een Boerenbed-camping is gevestigd. Een jaar of twaalf geleden logeerde ik er eens. Het is een prachtige omgeving.

We maakten toen een kanotocht over de Berkel. Bij een stuw hier vlakbij moeten de kano’s uit het water worden getild om er na de stuw weer in te gaan. In het najaar van 2007 gebeurde er een vreselijk ongeluk. Een groep Kruidvat-personeelsleden op een bedrijfsuitje zakte de rivier op een vlot af. Bij de stuw ging het mis en het vlot stortte naar beneden. Twee mensen kwamen om het leven. Het evenementenbureau dat de tocht had georganiseerd kreeg straf.

We vervolgen onze tocht door de bossen van landgoed Velhorst. Mijn paddenstoelenhart springt op, want er staat allerlei prachtigs. Parelbovist, inktzwam, eekhoorntjesbrood, vliegenzwam en verschillende soorten waarvan ik de naam niet weet. Er staan zoveel aardappelbovisten dat het lijkt of iemand emmers aardappeltjes heeft rondgestrooid. Eerder vandaag zagen we in een weiland reusachtige champignons met hoeden van bijna een halve meter doorsnee.

Na de negentiende-eeuwse buitenplaats het Enzerinck passeren we een fraai kasteeltje: Den Bramel. Hier schijnt sinds de veertiende eeuw al een gebouw te hebben gestaan. Wat er nu staat, stamt uit de achttiende eeuw, met een gevel uit de negentiende eeuw. Het wordt particulier bewoond.


Dan lopen we Vorden binnen. Door het dorp bereiken we Kasteel Vorden, het eindpunt. Vier jaar geleden begonnen we op deze plek. Eerst liepen we naar de Pietersberg in het Zuiden, waarna we van Pieterburen in het noorden naar Vorden zijn gelopen. In totaal 236 en 262 kilometer, dus op twee na vijfhonderd kilometer. Een prestatie om trots op te zijn, en dat zijn we dan ook. We drinken er een glas wijn op in de zon bij het kasteel.