donderdag 23 juli 2015

Veere

Vandaag een dagwandeling rond het Veerse meer, samen met M, M en A. ’s Ochtends starten wij aan de Walcherse kant van de Veerse Dam, in de buurt van Vrouwenpolder. Langs een strandje waaraan witte strandhuisjes liggen komen we op een graspad dat het water volgt. Strandgangers zijn bezig hun huisjes te openen. Een van hen heeft al haar spulletjes mooi gestyled in roze: een kralengordijn langs de ingang, kussens, handdoeken etc. Bij een kleine jachthaven buigt het pad het binnenland in. We volgen een stukje dijk waarbij wij mooi uitzicht hebben over het lager gelegen land, waar volop gele bloemen bloeien. Jakobskruiskruid, zegt mijn wilde-planten-boekje.

We lopen door het Veerse Bos waarna het pad weer de kustlijn volgt. In de verte tekent zich het typische silhouet van de Campveerse Toren af. Via de vestingwerken lopen wij het prachtige Veere binnen. Na een lunch in de Struyskelder, waar wij niet in de kelder maar in de tuin achter het eeuwenoude pand zitten, gaan M en ik weer op pad want wij willen hier met het veer oversteken naar Kamperland om via de andere oever van het Veerse meer richting Breezand en de Veerse Dam terug te lopen. Dit is mogelijk omdat wij ’s ochtends met twee auto’s zijn vertrokken: die van A staat in Veere en die van M staat bij de Veerse Dam. M en A zullen met A’s auto terug rijden.


Als M en ik bij de afmeerplaats van het veer arriveren blijkt dat de veerpont pas over ruim een uur zal vertrekken en er bovendien drie kwartier over doet om naar de overkant te komen. Dat gaat te lang duren. Wij besluiten dezelfde weg terug te lopen, geen straf, want het is een prachtige route. Die overkant houden wij dan wel te goed. Een mooie aanleiding om nog eens naar Veere te gaan.


maandag 6 juli 2015

Schiermonnikoog (WaddenWandelen)

WaddenWandelen is een streekpad dat bestaat uit wandelroutes over zes waddeneilanden. Vandaag lopen wij een stuk van het pad op Schiermonnikoog. Eerst van de veerboot naar het dorp, een paar kilometer maar. We lopen bovenop de grasdijk en passeren de jachthaven. Het hooggelegen terras van de bijbehorende horecagelegenheid biedt een mooi uitzicht over de schepen en over het wad. Ter hoogte van de Reeweg dalen we via een trap het duin af. Al snel zijn we weer terug in het dorp.

Later op de dag fietsen we naar De Marlijn, in het noorden, waar we de fiets parkeren en een pad onderaan de duinrand nemen naar het oosten. Het is hier vrijwel uitgestorven. Links hebben we uitzicht over grassen en andere duinplanten, vaak bloeiend. In de verte ligt de zee. De vloed heeft her en der wat achtergelaten: schelpen, zeewier en flarden van netten. Bij een onderbreking in de duinenrij rechts, slufter genaamd, gaat het pad naar rechts. Wij lopen eerst even richting zee. Het zand verwaait van kleur van bijna wit naar donker. Witte schuimkoppen steken af bij de donkerblauwe zee en de lucht, die van een lichter blauw is vandaag. We lopen terug richting de duinen en nemen het pad dat aan de landzijde langs de duinen loopt. Zo gaan wij weer richting dorp. Links van ons is een natuurgebied dat tot half juli niet toegankelijk is vanwege het broedseizoen. Na een prachtige tocht van in totaal ongeveer tien kilometer zijn we terug bij De Marlijn.























zondag 21 juni 2015

Wierden (Pieterpad I: Garnwerd - Groningen)

Garnwerd
Na ons diner in Garnwerd reizen wij zaterdagavond per bus en trein terug naar Groningen, waar wij in ons hotel (Weeva – Martinihotel) nog wat drinken. Wij hebben een slechte nachtrust omdat een groep dronken jongens de boel op stelten zet naast en tegenover onze kamer. Vanaf kwart over vier ‘s ochtends. Het kost ons dus geen enkele moeite om acht uur aan het ontbijt te zitten – aangeboden door het hotel, vanwege de overlast. Om negen uur lopen we naar station Groningen, om daar de stoptrein naar Winsum en vervolgens de belbus terug naar Garnwerd te nemen. Het weer is beduidend minder dan gisteren. Vanaf een uur of elf regent het. Wij kunnen er dankzij jassen en poncho’s goed tegen, maar in de zon loopt het toch lekkerder. Wat een goed idee om gisteren niet te stoppen in Winsum, maar door te lopen naar het mooie Garnwerd waar wij zo heerlijk hebben gezeten ’s avonds. Wij volgen vanaf Garnwerd het Reitdiep en zien later hoe de oorspronkelijke rivier de Hunze heeft gelopen, voordat het rechte Reitdiep werd gegraven. Wij passeren Oostum, een wierddorp waar alleen nog de kerk en het kerkhof over zijn. Het schijnt de meest gefotografeerde en geschilderde wierde van Groningen te zijn. Ook de echtgenoot van E., die met M. en mij meewandelt, heeft het kerkje op een schilderij van zijn geliefde Groningse land vereeuwigd. Het is een mooie, stille plek. Naast de kerk liggen oude en nieuwere graven, met stenen in de traditionele stijl.


Oostum
Oostum
Ook het volgende wierddorp is niet meer dan een kerkhof: Wierum. De weg ernaar toe heet Dodelaan, omdat de laan naar het kerkhof leidt. Bij ons wekt de naam andere associaties. Aan het begin van de Dodelaan staat een hek met bordjes: ‘Betreden op eigen risico’ en ‘Pas op STIER’. E. weet uit ervaring dat zo’n waarschuwing niet loos is. Afgelopen zomer werd zij eens achterna gezeten door een stier, waarbij zij zich kon redden door over een hek te klimmen. Wij betreden het pad, op eigen risico dus, en zien inderdaad een stier staan in het weiland. Gelukkig is het weiland afgescheiden van het pad door een hek. Het rode jackje van een van ons zou de stier nog wel eens op ideeën kunnen brengen. Na Wierum passeren we nog een wierde, een onbebouwde, genaamd de Paddepoel. Naar deze wierde is de weg vernoemd die van Wierum over het Van Starkenborghkanaal naar Groningen voert. Na het kanaal begint langzamerhand de bebouwing van de stad, te beginnen met moderne universiteitsgebouwen. Het eerste gebouw dat opdoemt is van een merkwaardige kleur groen, die detoneert bij het groen van de natuur. De architect heeft vast lang over deze kleur nagedacht, denken wij. Door Noord-Groningen lopen wij langzamerhand het centrum in. Groningen is een prachtige stad. Wij passeren de Brugstraat, Der A-kerk, de Vismarkt en de Folkingestraat. Het valt ons op dat er vrij veel winkels open zijn vandaag, zondag. Wij zijn inmiddels behoorlijk natgeregend en besluiten te lunchen in de stad. Tegen half vier nemen wij de trein terug naar huis. Het slaapgebrek van de nacht zorgt ervoor dat wij in de trein in slaap vallen.   


 






zaterdag 20 juni 2015

Er gaat niets boven (Pieterpad I: Pieterburen - Garnwerd)


Nu wij eerder dit jaar het tweede deel van het Pieterpad hebben afgerond reizen wij af naar Pieterburen om aan deel 1 te beginnen. Groningen: er gaat niets boven. Om kwart over twaalf arriveren wij in Pieterburen. Eerst een kop koffie in een mooi ouderwets café. Aan de muur uitsluitend schilderijen van de zee. Wij reizen het laatste stuk, vanaf Winsum, in een klein streekbusje met nog twee gezelschappen Pieterpadders. Ook zij drinken hier koffie. Wij vertrekken als eerste om niet in een rijtje te hoeven lopen.

De omgeving is veel mooier dan wij hadden verwacht: geen kale winderige vlaktes, maar een vriendelijk landschap met veel planten langs de weg, dieren in de weilanden en af en toe een mooi oud dorpje. Er bloeien klaprozen, margrieten, boterbloemen, distels, klaver en tal van bloemen waarvan ik de naam niet weet. Af en toe komen we een enorme berenklauw tegen, waarvan de witte schermbloemen deels nog in de knop staan. Binnenkort barsten ze open. Het zingen van vogels en het gekwaak van kikkers begeleiden ons vandaag.
De dorpen zijn hier op verhogingen gebouwd, wierden genaamd, om ze te beschermen tegen het water. De vloed omspoelde de wierden. De Romeinse schrijver Plinius (23-79) schreef erover: ‘Twee keer keer per etmaal komt de oceaan daar met geweldige watermassa’s over een onmetelijke afstand opzetten en bedekt eeuwig een gebied waarvan het onduidelijk is of het bij het vasteland hoort of bij de zee. Daar bewoont dat arme volk hoge wierden of dammen die ze eigenhandig hebben opgeworpen tot de hoogste waterstand die ze hebben meegemaakt. Met hun hutten die ze erop hebben gebouwd lijken ze wel zeelieden wanneer water het omringende land bedekt, maar schipbreukelingen wanneer het water zich heeft teruggetrokken, en ze jagen rondom hun hutten op vissen.’
Na verloop van tijd bleek dat de grond van de wierden heel vruchtbaar was geworden, en daarmee geld waard. De bewoners staken grote delen van de wierden af om te verkopen. Vaak stopte men met afgraven bij het kerkhof en de kerk. Inmiddels zijn die afgravingen op sommige plaatsen weer hersteld.

Het eerste wierdedorp dat wij tegenkomen is Eenrum, met een mooie oude kerk. Bij Mensingeweer gaan we het Mensingeweerster loopdiep volgen. Het dorp heeft een imposante molen. Over de vaart is een hoge loopbrug gebouwd.  Hier voegt zich een ‘local’, zoals ze  zelf zegt, bij ons. Wij raken aan de praat en ze loopt een stukje met ons mee naar Winsum, waar zij een fiets gaat ophalen. Winsum is levendig: veel winkels en horeca. We zien meerdere Pieterpadders zitten op het terras van ‘De Gouden Karper’, waar wij uitrusten in de zon. De etappe eindigt hier, na 12 kilometer, maar het is prachtig weer en wij hebben nog wel zin in een stukje lopen. We besluiten door te gaan naar Garnwerd, een kleine vijf kilometer verderop. Vlak buiten Winsum verdwalen wij. Een man in een auto wijst ons de weg. Omdat zijn drie honden achterin de auto hard blaffen stapt hij uit om ons te woord te staan. Erg vriendelijk. Het pad voert ons dwars door de weilanden. Na het graspad belanden we op een asfaltweg, waar geen fietspad naast is en ook geen voetgangerspad. Er zijn veel auto’s, veel lawaai, en wij lopen noodgedwongen achter elkaar. Dat kan beter. En inderdaad. Een vrouw op een fiets roept ons en vertelt dat er een nieuw pad is dwars door de weilanden; het is wel gemarkeerd maar het staat nog niet in het boekje. Ook op de website heb ik het niet gezien. Onze redster, ook een wandelaar, loopt met haar fiets aan de hand met ons terug naar het begin van het nieuwe graspad en wijst ons hoe we er komen. Wij zijn haar zeer dankbaar. Aardige mensen, de Groningers. Het pad door de weilanden is een verademing. Aan de overkant van het Reitdiep straalt Garnwerd ons tegemoet met de molen en Café Hammingh. In het water liggen oude houten platbodems en er is een terras ‘Garnwerd aan zee’. Het ziet er aantrekkelijk uit, maar tegen het wat hoger gelegen terras van Café Hammingh kan niets op. Wij strijken er neer en omdat we moeten wachten op de belbus borrelen we daar niet alleen, maar eten er ook. Buiten, achter glas. Een goede keuze.






vrijdag 19 juni 2015

Etappeoverzicht Pieterpad I (Pieterburen - Vorden)

Het eerste deel van het Pieterpad loopt van Pieterburen in Groningen tot Vorden in Gelderland. De lengte is 236 kilometer. Het tweede deel van het Pieterpad, van Vorden naar de St Pietersberg bij Maastricht - 257 kilometer - rondden wij in 2015 af. Als wij weer in Vorden zijn aangeland hebben wij er 493 kilometer opzitten.

De route staat beschreven op Wandelnet.nl.

  • 20 en 21 juni 2015: Pieterburen - Garnwerd - Groningen
  • 7 en  8 november 2015: Groningen - Zuidlaren -  Rolde
  • 16 en 17 april 2016: Rolde -  Schoonlo -  Sleen

zondag 12 april 2015

Eindpunt (Pieterpad: Strabeek - St Pietersberg)

De volgende ochtend verlaten wij Strabeek en dalen af naar het Geuldal. Het is prachtig weer. We volgen de meanderende Geul. Aan de overkant zien we het rode kasteel St Gerlach liggen. Voor Berg buiten wij linksaf naar het zuiden. 

De omgeving is heuvelachtig, bergachtig zou ik bijna zeggen. Ik kende Limburg nauwelijks. De hoogteverschillen, de stenige bodem, de huizen van natuursteen en de vele kapelletjes op kruisingen doen mij denken aan midden- en Oost-Europa. Dit heeft niets met Holland te maken. Het voelt alsof we op vakantie zijn en eigenlijk is zo’n weekend wandelen in een prachtige omgeving ook een kleine vakantie. Aan de markeringen te zien lopen hier vele wandelroutes. 

Bij Bemelen zien we in de rotsen uitgehakte grotten. Daar werd de mergel vandaan gehaald. De steen is geelachtig van kleur. Langs een pad dat zo te zien vaak modderig is lopen we langs de voet van de Bemelerberg naar het mooie plaatsje Bemelen. Hier wonen de ouders van E., die ons met zuidelijke gastvrijheid onthalen. Moeder heeft venkelsoep met geitenkaas gemaakt en vader heeft verse rijstevlaai gehaald bij een bakker in een naburig dorp. Wij verpozen een uurtje en hervatten onze wandeling. 

Op de weg het dorp uit kijken we even in de lieflijke kerk van Bemelen, zeer gewild om te trouwen. Een van de ooms van E. is hier pastoor geweest. Langs het voormalige gemeentehuis van mergelsteen lopen we het dorp uit. 

Dan komen we al snel de buitenwijken van Maastricht binnen. Eigenlijk zijn het voormalige dorpen, zoals Scharn, die nu aan de stad zijn vastgegroeid. Als wij het station zijn gepasseerd begint het mooie oude gedeelte van de stad. Over de St. Servaasbrug lopen wij het centrum binnen. Door de mooi gerestaureerde Stokstraat met haar winkels komen wij op het Onze Lieve Vrouweplein. We kunnen niet nalaten even een blik in de kerk te werpen. Langs de St. Pieterstraat vervolgen we onze weg. We lopen langs heel oude stukken stadsmuur. 

Als wij het politiebureau met de groene luifels passeren naderen wij de St. Pietersberg, eindpunt van onze tocht. We lopen omhoog, over het met gras bedekte plateau. Een soort recreatiegebied. Links zien we de ENCI-groeve, die over een paar jaar dicht gaat. Even kunnen we het eindpunt van het pad niet vinden. Dat ligt verder dan we dachten. Het is gemarkeerd met wat stenen en een wegwijzer. Trots poseren we daaronder. Op een steen staat een dankwoord van het Nivon aan Toos Goorhuis en Betje Jens, die het Pieterpad in 1983 bedachten. We komen meerdere Pieterpadlopers tegen, onder andere de drie mannen van wie er een zo snel liep gisteren. Ze komen later dan wij binnen.  
Wij lopen terug, pauzeren bij Chalet Bergrust waar we een oorkonde krijgen. Niet helemaal terecht staat daarop, voorzien van stempel en handtekening, dat wij het Pieterpad van Pieterburen naar de Sint Pietersberg, 485 kilometer, hebben afgelegd. De eerste helft, van Pieterburen naar Vorden, hebben wij nog te gaan. Na onze welverdiende pauze lopen wij terug naar het station in Maastricht. Trots zijn we. We hebben er 257 kilometer op zitten.