woensdag 12 juli 2017

Van de Vuurtoren naar de Plompe Toren (Schouwen)


Het gebied rond de vuurtoren in Haamstede is een plek met een bijna magische aantrekkingskracht. De vuurtoren ligt aan een pleintje waaraan ook de zes huizen liggen die voor de vuurtorenwachters gebouwd zijn. De toren is gebouwd in 1837 en nog steeds in gebruik, maar niet meer bemand. In 1840 werd het licht hier voor het eerst ontstoken.

Vrijwel dagelijks lopen we via het vuurtorenpad naar het strand, waar we binnen tien minuten zijn. Als je daar naar links gaat en een stukje langs de branding loopt, kom je bij het Oude Vuur, de plaats waar in vroegere eeuwen de houten voorloper van de huidige rood-wit gestreepte vuurtoren stond. Zelfs in de zomer kom je hier nauwelijks iemand tegen.

De Kop van Schouwen is een prachtig natuurgebied, waar het goed wandelen is. Wij lopen naar het haventje van Burghsluis aan de Oosterschelde. Het is een gebied waar de zee altijd flink heeft huisgehouden. De watersnoodramp van 1953 was bepaald niet de eerste. Vroeger lag de zeedijk drie kilometer verderop in wat nu de Oosterschelde is. Hier waren veertien dorpen, die allemaal in de zee ten onder zijn gegaan. In de zestiende eeuw spoelde een vloedgolf het dorpje Koudekerke weg. Alleen de kerktoren is blijven staan. 

Nu is de Plompe Toren, zoals de toren wordt genoemd, een informatiecentrum van Natuurmonumenten. De legende wil dat een zeemeerman het dorp heeft laten vergaan omdat vissers zijn vrouw, de zeemeermin, hadden gevangen. Ondanks haar smeekbeden lieten ze haar niet gaan, waarop zij de laatste adem uitblies aan wal. Op de begane grond van de toren wordt de legende verteld:


‘ Westenschouwen, ’t zal u rouwen
Dat u geroofd hebt mijne vrouwe
Westenschouwen zal vergaan
Alleen de toren zal blijven bestaan.’ 

zaterdag 13 mei 2017

Toscane (Via Francigena: San Miniato - Siena)

Di 9 mei: San Miniato - Gambassi Terme
25 km, 650 m stijgen, 280 m dalen

Toscane heeft met een nat voorjaar te kampen gehad. Als M. en ik maandagavond op een overdekt terras van een restaurantje in San Miniato zitten, begint het te regenen. De regenbui voegt een regenboog toe aan het toch al schitterende uitzicht op de middeleeuwse burcht. Het avondlicht maakt de kleuren extra schilderachtig.

De volgende ochtend is het droog, en dat blijft het gedurende onze vijfdaagse wandeltocht van San Miniato naar Siena, over de oude pelgrimsroute naar Rome: de Via Francigena. Perfect wandelweer, zo’n twintig graden. We lopen door het typische Toscaanse landschap van glooiende heuvels met wijngaarden en olijfboomgaarden. Tegen de horizon de smalle donkergroene cipressen en de wat bredere pijnbomen op hun hoge stammen. De bloemen in het veld bloeien uitbundig. Veel rode klaverachtige bloemen, blauwe en paarse distelbloemen, boterbloemen, brem, madeliefjes, klaprozen, korenbloemen en nog tal van andere bloemen waarvan ik de naam niet weet.

In tuinen en op terrassen staan de rozen volop in bloei. Ook zien we veel citroenboompjes, die tegelijk bloemen en vruchten dragen. Staan er genoeg bij elkaar, dan komt de geur van oranjebloesem je tegemoet.

De struiken ritselen van de hagedissen, die zich soms even laten zien. Groen, of zwart met geel. Zwaluwen vliegen af en aan. Al het groen is fris van kleur en de lucht ruikt naar bloemen en kruiden. Wat is het voorjaar toch een prachtig seizoen om buiten te zijn. En wat is wandelen toch een prachtige manier om een landschap mee te maken.

Het traject van vandaag is 25 kilometer. Dat lopen wij wel vaker op een dag, maar aan het stijgen en dalen zijn we minder gewend. Het valt soms niet mee. Hebben M. en ik precies hetzelfde tempo als we door vlak land lopen, hier blijf ik achter zodra het pad stijgt of daalt. We worden beloond door de overweldigend mooie uitzichten. De Via Francigena blijkt perfect te zijn gemarkeerd, met de ons bekende internationale rood-witte tekens plus een afbeelding van een pelgrim. Daarnaast blijven we zekerheidshalve onze routebeschrijving in de gaten houden.

Het pad voert grotendeels langs zgn. Strada bianca’s, witte halfverharde paden. Het is rustig: weinig verkeer, weinig wandelaars. We passeren wat agriturismo's met aantrekkelijke terrassen, maar er wordt jammer genoeg geen koffie geserveerd. Bij een iets verderop gelegen bar lukt dat wel.

In de middag wijkt de routebeschrijving af van de officiële Via Francigena. Ondanks intensief speurwerk kunnen we het alternatieve pad niet vinden en we besluiten de officiële weg te volgen, hoewel die een stuk over een asfaltweg gaat. Als we de eindbestemming van vandaag, het stadje Gambassi Terme, naderen, zoeken we de weg naar ons hotel op. Dat gaat een eind goed, maar door het ontbreken van een routebeschrijving van het laatste stuk vinden we het uiteindelijk niet. Als we vanaf het laatste punt waar we zeker wisten dat we goed zaten nog ongeveer een uur een asfaltweg omhoog hebben geklommen, bellen we het hotel. Al snel verschijnt Christina in haar Smart, die ons in tien minuten naar het hotel rijdt. Niemand kan die alternatieve route vinden, zegt zij.
Op het terras van Tenuta Sant’Ilario, een fraai gelegen en ingerichte agriturismo, komen we op adem. De avondzon verlicht het dal waar we op uitkijken. Later eten we verrukkelijk in het naastgelegen restaurant van het hotel en lopen vroeg naar onze kamer in een gebouw dat wat hoger op de heuvel ligt. Het getjilp van de zwaluwen in het nestje bij de trap, vlakbij onze kamer, is het enige dat onze welverdiende rust verstoort. Het was een flinke, maar prachtige tocht.

Wo 10 mei: Gambassi Terme - San Gimignano
18 km, 600 m stijgen, 550 m dalen

Na een ontbijt in de ochtendzon op het terras vertrekken we voor onze tweede etappe, die ons naar San Gimignano voert. Ook vandaag zijn we onder de indruk van de vergezichten en de bloemenweelde onderweg. Hier in Toscane is alles mooi. En dan hebben we de kunstschatten van Siena nog niet eens gezien.

Als het middag wordt zien we San Gimignano met zijn vele hoge torens in de verte liggen. Er schijnen er nog maar 15 van de oorspronkelijke 72 torens over te zijn.

Tegen vijven lopen wij door de noordelijke poort het stadje binnen. Precies zoals pelgrims en handelsreizigers dat al eeuwenlang gedaan hebben, te voet. In de Etruskische tijd was hier al een dorp, later een Romeins stadje. De huidige bebouwing is middeleeuws, net als de stadsmuren, die uit de dertiende eeuw stammen en nog helemaal intact zijn.

Ons hotel La Cisterna ligt zo centraal als maar mogelijk is. Een ruim plein met een grote waterput, cisterne, in het midden. Als we aankomen zijn er veel toeristen. We lopen door de smalle straatjes en borrelen op een terras met uitzicht naar het zuiden, waar we de volgende dag zullen lopen. Daarna wandelen we nog wat door het stadje. Zodra je uit de drukte van winkeltjes en toeristen bent waan je je in de middeleeuwen.

Als we op ‘ons’ plein van de cisterne terugkomen, zijn de meeste toeristen vertrokken met hun auto’s of touringcars. Zo genieten wij in rust van de eeuwenoude schoonheid van dit plein, waar alles geschiedenis ademt.

Do 11 mei: San Gimignano - Gracciano
21 km, 200 m stijgen, 350 m dalen

De volgende ochtend verlaten wij San Gimignano via een stadspoort aan de zuidkant. Vandaag voert het pad ons ook door bossen, waar de vegetatie weer heel anders is. We zien veel varenachtige planten en tal van felroze wilde cyclamen. De rode klaverachtige plant komen we nog maar weinig tegen. Wel steeds brem, die heerlijk ruikt.

Drie keer voert het pad vandaag door een oversteekplaats bij een rivier. Het water staat laag en we kunnen makkelijk oversteken via de grote keien die erin liggen. In de middag drinken we een cappuccino bij een locale bar met plastic stoeltjes in Quartaia, het eerste dorp dat we tegenkomen.

Daarna is het niet ver meer naar hotel Il Pietreto, een agriturismo op een heuvel met kleine stenen huisjes met eigen terrasjes. Voor het hoofdgebouw staat een olijfboom uit 1870. Van het zwembad maken we geen gebruik, wel van een ouderwets Italiaans diner in het restaurant. Antipasto, primo piatto, secundo piatto en dolce. Voor M. dan nog een dubbelsterke espresso, een doppio, waaraan ik mij niet waag. De uitbaters van Il Pietreto zijn op leeftijd. Er zijn maar twee andere gasten. Na het diner drinken we nog een glas wijn op het terrasje voor onze kamer.

Vr 12 mei: Gracciano - Monteriggioni
13 km, 130 m stijgen, 50 m dalen

Na een ontbijt met een vers gekookt eitje en zelfgemaakte patisserie gaan we op pad voor een vrij korte etappe. De ‘officiële’ etappe loopt van San Gimignano naar Monteriggioni, dus zonder stop in Gracciano. Wij zijn blij met deze verdeling over twee dagen. Zo hebben we tijd over om niet alleen van de wandeling maar ook van de plaats van aankomst te genieten. 

We zien Monteriggione al van verre liggen, met zijn verdedigingstorens rondom. Vandaag weer overweldigend mooie bloemen: zeeën klaprozen in velden, maar ook op muurtjes, fel blauwe korenbloemen, een soort wilde orchidee en natuurlijk brem.

In een klein middeleeuws stadje, Strove, zoeken en vinden we een café om cappuccino te drinken. Strove heeft een kerk met een Mariabeeld aan de buitenkant. De kerk zelf is gesloten.
 
We passeren een bord dat ons goede reis wenst en waarop staat dat Rome nog 300 km is. De Via Francigena bevalt ons uitstekend, en we nemen ons voor volgend jaar verder te gaan, richting Rome. Als we zin hebben kunnen we doorlopen tot Jerusalem. Of de andere kant op, naar Canterbury in Engeland.

In de buurt van Monteriggione zien we ineens een grote slang in de berm liggen. Hij is zeker een meter lang. Ik nader hem om een foto te maken, maar durf niet al te dichtbij te komen.

Het pad is vandaag tamelijk vlak, alleen het laatste stuk naar de stadspoort is zeer steil. Als beloning arriveren we op een fraai middeleeuws plein, met een kleine kerk en een restaurant waar de tafels wit gedekt onder de grote parasols staan. We hebben vandaag tijd genoeg om uitgebreid te pauzeren.

Veel groter dan dit Piazza di Roma is het stadje niet. Het diende om Siena te verdedigen tegen Florence. De twee steden vochten om de macht over de Via Francigena, die niet alleen als pelgrimsroute maar ook als belangrijke handelsroute diende. Later zullen we er in Siena fresco’s van zien.

We verlaten Monteriggione via de andere poort – er zijn er maar twee. Na een paar kilometer arriveren we in Borgo Gallianaio, alweer een prachtige agriturismo. In deze oude burcht hebben wij een enorme kamer met een oud balkenplafond. Net als vanmiddag kiezen we vanavond voor pasta met truffel.

Bij de ingang van onze kamer zit een zwaluwnestje, net te hoog om in te kunnen kijken. Als we na het diner naar onze kamer gaan zien we twee zwaluwen zitten, een in het nest en een ernaast, doodstil. Vlakbij. We laten ze gauw weer alleen.

Za 13 mei: Monteriggioni - Siena
20 km, 220 m stijgen, 250 m dalen

Vandaag de laatste etappe van onze voettocht. We passeren een kasteel dat eruit ziet zoals je je een kasteel voorstelt: Castelli della Chiocciola. De brede toren in het groen met klaprozen op de voorgrond levert een fraai gezicht op.
 
In het dorp Vila passeren we een informatiepunt, gedreven door Marcello. Hij heeft zijn tuin ingericht als pleisterplaats voor de pelgrim en biedt van alles: koffie en thee, vruchten, gekookte eieren, boeken om in te kijken, een badkamer. We treffen een ouder Engels stel dat zes weken loopt over de Via Francigena. Daarna houden ze nog een paar weken vakantie. Al hun bagage, voor een week of tien, hebben ze in de rugzak. Een prestatie.

We treffen deze dagen weinig mede-wandelaars. Dat is op een pad als de Camino naar Santiago de Compostella wel anders, schijnt het. We prijzen ons gelukkig met de keuze voor de Via Francigena.

Ook vandaag weer uitzichten en bloemen, weer andere dan andere dagen: een grote witte bloem met een geel hart, roze dagkoekoeksbloemen, en weer velden vol klaprozen.

Na een pittig laatste stuk, over stijgende asfaltwegen, passeren we het eerste voorportaal van Siena, al snel gevolgd door de Porta Camollia. Het zit erop: het eindpunt is bereikt. Zo'n honderd kilometer door dit geweldige landschap.


vrijdag 21 april 2017

Sint Servaas (Pelgrimspad II: Schin op Geul - Maastricht)



 Vandaag ronden wij het Pelgrimspad af. We zijn gisteravond al naar Maastricht vertrokken, dus de aanreistijd vandaag naar Schin op Geul is maar een kwartier met de trein. We lopen parallel aan de spoorlijn die door het Geuldal loopt. Af en toe zien wij het riviertje de Geul even aan de linkerkant.

We beklimmen de Schaelsberg, een flinke klim. Op de berg ligt een zeventiende-eeuws kluizenaarshuis, de Kluis, met bijbehorende kapel. Het is uit mergel opgetrokken in opdracht van de heer van Kasteel Schaloen, Graaf Hoen van Cartiels. Hier heerste eenzaamheid en soberheid. Tot 1930 heeft hier een kluizenaar gewoond. De kapel is gewijd aan Sint Rochus, patroonheilige van lijders aan de pest. Nog steeds vindt jaarlijks een bedevaart naar de kapel plaats. Nu niet alleen voor de pest, maar in het algemeen om besmettelijke ziektes af te wenden.

Als we de berg zijn afgedaald, passeren we kasteel Schaloen, waarin nu hotelkamers, appartementen en een horecagelegenheid gevestigd zijn. Het ligt prachtig op een eiland in een brede slotgracht. De oprijlaan is voorzien van leibomen die naar elkaar toe zijn gebogen, zodat poorten zijn ontstaan. Een van de bomen is van binnen hol en lijkt dood, maar schijn bedriegt. Er ontspruiten nieuwe loten uit takken van de boom.

Hier vlakbij liggen nog twee kastelen: Gelhoes en Oud-Valkenburg. Niet verwonderlijk dat men graag in dit mooie glooiende landschap woonde. We passeren verschillende akkers vol aspergebedden en verheugen ons op het witte goud van Limburg.

Door het glooiende landschap met weides van het Gerendal zakken we af richting Scheulder. Het laatste stuk lopen we dwars door de weilanden. We zien de kerk van Scheulder liggen. In het gras liggen koeien, die zich door ons niet laten opschrikken. Het zijn Laura’s, vertelt de boer, een Fries Holstein ras. Behalve een melkveebedrijf met ongeveer 55 Laura’s, die in de zomer dag en nacht buiten leven, zijn hier ook een paar vakantiewoningen: Logeren bij Laura. Alle koeien heten Laura. Elke koe heeft haar eigen nummer.

We drinken koffie in Scheulder en vervolgen onze weg langs de bosrand die de Schiepersberg omzoomt. Als we Cadier en Keer naderen, missen we een pad naar links waardoor we een paar kilometer omlopen. We zien nog een merkwaardige boom: hij heeft een gezichtje. Bij de Zwarteweg pakken we de route weer op. We passeren boeren die takkenbossen in brand steken. Met de tractor wordt het hout omhoog getild, er wordt wat stro onder gelegd, waarna de brand erin gaat. De tractor schudt het hout op zodat er lucht bij kan. Als het goed brandt rijdt de boer de tractor weg, waarna de vlammen hoog oplaaien.

Bij Cadier en Keer begint het stedelijk gebied. Mooie huizen, maar de straten zijn toch niet aantrekkelijk. Via Randwijck lopen we Maastricht binnen. Langs het Mecc voert de route ons naar de Maas. Langs de oever is een laag gelegen pad voor fietsers en wandelaars aangelegd, waarvan niet alleen toeristen maar ook Maastrichtenaren veel gebruik maken. We volgen de oever langs het Bonnefantenmuseum tot de Sint Servaas brug, waar we de rivier oversteken.

Door het centrum van Maastricht lopen we op het Vrijthof af. Daar ligt de heilige Servaas, bisschop van Tongeren en later van Maastricht, overleden in 384. Boven zijn graf is de luisterrijke Sint Servaasbasiliek verrezen. Maastricht is al sinds de vroege middeleeuwen een bedevaartsstad. Het is dan ook een uitgelezen plek als doel van het Pelgrimspad. Wij hebben dat niet uit religieuze overwegingen gelopen, maar krijgen toch wat mee van de sfeer die hier hangt.

We blijven in Maastricht en brengen de volgende ochtend een bezoek aan de Sint Servaasbasiliek. In de schatkamers prijken de rijkdommen van de kerk: relikwieën in ivoren, zilveren en gouden omhulsels, in kleine pakketjes van linnen of zijde, en zelfs in uitgeholde eendeneieren en kokosnoten, voorzien van perkamenten certificaten met lakstempels. Het borstkruis, de bisschopsstaf en de pelgrimsstaf van Servaas, de sleutel waarmee hij net als Petrus de hemelpoort kon openen, portretten van de heilige, een gouden kist waarin zijn gebeente rust, van buiten rijk versierd met bijbelse taferelen en bezet met halfedelstenen, waardoor het Byzantijns aandoet. Verder antieke doeken, rijk geborduurde kazuivels, versierde missalen en andere kerk-attributen.

Het meeste indruk maakt de eenvoudige wit gepleisterde grafkelder van Servaas, die onder de basiliek ligt. De ruimte is afgesloten met een ijzeren hekwerk. De stenen drempel aan het begin, bij de deuropening, is volledig uitgesleten door de duizenden pelgrims die hier voet hebben gezet. Naast de grafkelder ligt een schriftje, waarin bezoekers hun wens mogen schrijven. M. noteert onze wensen. Maandag zullen deze tijdens de mis worden voorgelezen.

We branden kaarsjes en laten Sint Servaas achter ons, voldaan over onze pelgrimstocht. We hebben er een kleine 500 kilometer op zitten, vanaf Amsterdam, en volop genoten van wat natuur en cultuur ons onderweg te bieden hadden. Voor ons geen Sint Jacob in Compostela, maar Sint Servaas in Maastricht.


zaterdag 8 april 2017

Heuvelland (Pelgrimspad II: Spaubeek - Ubachsberg - Schin op Geul)

Na maanden trekken wij vandaag en morgen weer verder op het Pelgrimspad. Op weg naar Spaubeek hebben we pech: er is iets aan de hand met een trein voor ons, waardoor niemand verder kan op dit baanvak. Via een omweg – terug naar Eindhoven, en dan via Venlo, Roermond en Sittard - bereiken we Spaubeek om één uur in plaats van elf uur, zoals gepland. We zetten dus de pas erin en stoppen zo min mogelijk. Weinig tijd voor foto's. 

Het Limburgse landschap wordt steeds glooiender. We passeren diverse kapelletjes, kastelen en vakwerkhuizen. Het gebied is on-Nederlands en doet mij aan Oost-Europa denken.

Via Nuth, Wijnandsrade – waar wij het kasteel rechts laten liggen – passeren wij kasteel Puth en even later kasteel Cortenbach. Van oorsprong middeleeuws, ver- en herbouwd tot in de achttiende eeuw. Beide kastelen zijn in gebruik. Deze grandeur zien wij niet veel bij ons in het westen.

We genieten de hele dag van de mooie natuur. Het laatste stuk biedt ons weidse vergezichten. Tegen zessen arriveren we op ons logeeradres in Ubachsberg. Ondanks het heuvelachtige gebied is onze gemiddelde snelheid vandaag tegen de vijf kilometer.

We slapen in een klassieke Limburgse boerderij met een toegangspoort waarachter een binnenplaats ligt, die is ingericht als tuin. De eigenaren hebben een zeer bijzondere winkel, Ottelien.  Als enigen in Nederland zijn zij helemaal gespecialiseerd in communiekleding. Vooral de jurkjes zijn betoverend. In alle tinten wit, versierd met snoezige bloemetjes, pareltjes, linten en meer. Natuurlijk horen er vestjes bij, en schoentjes en tasjes. De inkoop gebeurt vooral op beurzen in Spanje en Italië.

In de tuin, op het terras achter de winkel, staat een standbeeld van Maria met kind uit de jaren vijftig. Het heeft tot voor kort op het dorpspleintje gestaan, tot het werd vervangen door een wit marmeren Maria, met Aziatische trekken en zonder kind. Een verbetering is dat niet. Het oude beeld is goed terecht gekomen, met zoveel aanloop van kinderen die binnenkort ter communie zullen gaan.

We eten in de monumentale Bernardushoeve in Mingersborg, een dorpje verderop, met een schitterend uitzicht over het heuvellandschap. Heen krijgen wij een lift van onze gastvrouw, terug lopen we een paar kilometer, voornamelijk naar beneden.

Na een ontbijt vertrekken we de volgende ochtend in zuidelijke richting. We passeren Mingersborg en strijken opnieuw neer in de Bernardushoeve, deze keer voor koffie, omdat je daar zo heerlijk over het land uitkijkt. Op het kruispunt tegenover de toegangspoort staat een kapelletje met een Mariabeeld.

Het wordt nu nog heuvelachtiger dan gisteren. Af en toe is het echt klimmen. Via Eyserheide en door de Eyser bossen komen we bij Gulpen, waar we hotel Troisfontaine zien liggen, waar ik ooit heb gelogeerd. We passeren Wijlre, waar we eerst achter de brouwerij van Brand langs lopen en vervolgens een pad nemen dat dwars door de velden gaat. Vanaf hier volgen we de rivier de Geul, die woest door het landschap slingert.

Als we Schin op  Geul naderen lopen we langs een aantal campings. De streek is hier zo mooi dat het niet verwonderlijk is dat er veel toeristen op af komen. In Schin op Geul zit onze tocht voor vandaag erop. Tegenover de kerk is een mooi terras, in de zon. Bij de kerk een plaquette waarop Schin op Geul samen vermeld staat met Ljubljana, waar ik twee weken geleden toevallig was, na vele jaren. Een bijzonder toeval.