Posts tonen met het label Westerwolde. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Westerwolde. Alle posts tonen

woensdag 20 augustus 2025

Bourtange

Verder op het Noaberpad, nog steeds in het fraaie Westerwold. We starten in het volledig gerestaureerde vestingplaatsje Bourtange, waar we eind van de middag arriveren. We logeren midden in de vesting in B&B Bij de Friesche Poort, met uitzicht -zoals de naam al zegt - op de Friesche Poort van de vesting, en schuin tegenover de oude synagoge, een eenvoudig wit gebouwtje. 

Stap je de voordeur uit, dan zie je het Marktplein in het midden van de vesting al liggen. Er zijn meerdere restaurants en we kiezen een van de terrassen uit om te eten. Het is heerlijk weer; ook 's avonds nog warm genoeg om buiten te zitten. Het plein is omzoomd door bomen waarvan er een een hartvorm heeft. Een idyllische plek, heerlijk om hier te zijn.

Na een heerlijk ontbijt in de voorkamer beneden van onze B&B gaan we weer op pad. Het Noaberpad slingert vlakbij de grens met Duitsland naar beneden. Door mooie landschappen en leuke dorpen. Noaberpad betekent nabuurpad vanwege de grensstreek. Helaas is het openbaar vervoer hier zelden nabij. Het is telkens een enorme puzzel om bussen uit te zoeken voor de heen- en terugweg. Maar zoals altijd is het ook deze keer weer gelukt. 

Aan de uitgebreide vestingwerken rond Bourtange kun je zien dat hier behoorlijk is gevochten. Langs Rijsdam en Jipsinghuizen lopen we langs de rand van de Sellinger bossen. 

We eten wat in Westerkamp, een dorp met horeca en een supermarkt, dat komen we niet vaak tegen in deze streken. Net als Wedde, Vlagtwedde en Sellingen is het een middeleeuws esdorp. 

Dan zijn we al vlakbij Ter Borg, een natuurgebied. Met heidevelden, bossen, vennen, weilanden met bloemen en akkers. Het riviertje de Ruiten Aa is nooit ver weg. 

We komen schitterende paddenstoelen tegen. Twee enorme ronde paddenstoelen die op biefstukken lijken, boleten waarschijnlijk. En een paddenstoel die ik nooit eerder heb gezien, hij lijkt op een spons. Jammer genoeg heb ik geen app op paddenstoelen te determineren. Thuisgekomen zoek ik ze op in mijn paddenstoelenboeken, maar ik kom er niet uit. AI weet het natuurlijk: de bruine is een boleet, mogelijk een gewone boleet of Beukenboleet. De sponsvormige paddenstoel is waarschijnlijk een Eikhaas, of misschien een berken- of zwavelzwam.

We lopen langs de Ruiten Aa, die hier door het landschap meandert en ons pad meandert mee. Later volgen we het Ruiten Aakanaal. Bij Ter Wisch komen we de Ruiten Aa weer tegen. Dan is Ter Apel niet ver weg meer.

Ter Apel is het grootste dorp in de gemeente Westerwolde. Het ontstond in de dertiende eeuw rond het klooster, dat er nog steeds staat. Inmiddels aan de rand van het dorp, in het Noordoosten.

Aan de andere kant van het dorp, in het Zuidwesten, staat het asielzoekerscentrum waar Ter Apel inmiddels vooral bekend door is. Het werd daar in 1995 gevestigd. Vrijwel iedereen die asiel in Nederland wil aanvragen moet zich hier melden. Het is er regelmatig te vol, zelfs zo vol dat een paar jaar geleden mensen buiten moesten slapen. Ik benijd de burgemeester van Westerwolde niet. Het Noaberpad blijft aan de Oostkant van Ter Apel, dus wij komen niet langs het AZC. 

Vanavond logeren we bij een leuk adres van Vrienden op de fiets: een tuinhuis voor onszelf, compleet met badkamer, koffieapparaat en ijskast voor het ontbijt. Gelegen in een schitterende tuin achter het huis, waar de eigenaren veel aan doen. Eerst eten we heerlijk op het terras van Hotel Boschhuis, vlakbij het klooster.

De volgende ochtend verlaten wij na het ontbijt Ter Apel. Daarmee verlaten we ook het gebied (en de gemeente) Westerwolde en we betreden Zuidoost-Drenthe. 

Oorspronkelijk wilden we ook deze tweede dag een heel eind verder komen, maar we hebben gisteren een mooi natuurgebied rond Ter Apel overgeslagen uit tijdgebrek. We besluiten dat stukje van het pad vandaag alsnog te lopen, en dan maar minder ver te komen. Bovendien is het vandaag eigenlijk te warm om te wandelen.


Een goed besluit, want we lopen door een heerlijk bos. Een extra attractie is dat je hier een water dat uitkomt op het Ruiten Aa-kanaal oversteekt met een kabelbaan. Aan een kabel hangt een ouderwetse groen geverfde metalen cabine met een rad binnenin. Je haalt de cabine naar de oever toe, stapt in en als je op het bankje zit draai je met twee handen aan dat rad en daardoor verplaats je de cabine naar de overkant van het water. Vinden we leuk.

Daarna is het nog maar een klein stukje naar bushalte Sluis 8 aan de Barnflair, iets ten Zuiden van Ter Apel. Hier eindigt onze tocht deze keer. 





 

woensdag 2 juli 2025

Westerwolde


Eindelijk weer eens verder op het Noaberpad, een pad langs de grens met Duitsland. Twee prachtige zomerse wandeldagen door een schitterend landschap. Met op twee plekken een gruwelijke geschiedenis.

Vorig jaar liepen we de eerste trajecten, van Bad Nieuweschans naar Bellingwolde (Groningen). Deze keer starten wij in Winschoten, waar we overnachten. 

De dorpen hier vallen onder de gemeente Westerwolde, vlakbij de Duitse grens. In het oosten dus. De naam Westerwolde verraadt dat dit gebied ooit bij Duitsland hoorde. Vanuit dat land bezien ligt deze streek in het westen. 

Voordat we aan onze wandeling beginnen lopen we door Winschoten. In de negentiende eeuw woonde hier de grootste Joodse gemeenschap van Nederland, na Amsterdam. Ruim tien procent van de inwoners hier was Joods, in Amsterdam was dat bijna twaalf. 

De bijnaam van Winschoten was dan ook Lutje Mokum, klein Amsterdam. Er is niets van over. In de tweede wereldoorlog werden alle Joodse inwoners weggevoerd naar concentratiekampen en vermoord. In het centrum van Winschoten staat nog de synagoge, achter de voormalige woning van de rabbijn. 

Tegenwoordig heeft Den Haag de op een na grootste Joodse gemeenschap van Nederland.

De volgende ochtend reizen we per bus naar het punt tot waar we vorige keer zijn gekomen in Bellingwolde. We starten onze wandeling bij de kerk.

Bellingwolde staat vol gigantische huizen, gebouwd door boeren die rijk zijn geworden door het graan. Zij lieten het breed hangen, maar niet iedereen profiteerde van de welvaart. De landarbeiders bleven arm. Daar ligt de kiem voor het communisme in de provincie Groningen. 
 
Het is goed wandelweer, niet te warm, af en toe een licht buitje dat geen naam mag hebben. Langs het Veendiep en Wedderbergen lopen we naar Wedde. Het is een prachtig, afwisselend gebied met bossen, vlaktes en heel veel wilde bloemen. Daar is het nu de perfecte tijd voor. In wit, roze, geel, blauw en paars bloeit het langs ons pad.

In de vroege middag komen we aan bij ons logeeradres in Wedde. We logeren bij Vrienden op de fiets. Wedde betekent doorwaadbare plaats. Vroeger was het hier moerasgebied. 

We zijn mooi op tijd om iets heel bijzonders te bekijken: de Burcht Wedde, nu verbouwd tot kinderhotel. Een hotel voor kinderen 'die aan de andere kant van het geluk zijn geboren'. Het is een schitterend gerestaureerd gebouw, dat uit de veertiende eeuw dateert en nu wordt beheerd door vrijwilligers. Onder hen ook onze gastheer- en vrouw van vandaag.


We krijgen een rondleiding door het kasteel, horen over de geschiedenis en bekijken vondsten die hier zijn aangetroffen, waaronder een mes, speciaal gemaakt voor een huwelijk. De inscripties zijn zo minuscuul dat je ze pas kunt zien op de foto van het mes. 

Ook is er een stempel gevonden om munten te slaan. Die lag bij de toegangspoort. Waarschijnlijk hebben de toenmalige bewoners die verstopt, want zij hadden het recht niet om munten te slaan en maakten zich dus schuldig aan valsemunterij. Twee leden van de familie die het slot eeuwenlang bewoonde zijn vermoord door buurtbewoners. Ze hebben zich in de omgeving kennelijk niet populair gemaakt. 

De burcht was lange tijd in gebruik als locatie van rechtspraak. Gruwelijke dingen zijn hier gebeurd. Veroordeelden en vast ook verdachten werden gemarteld en gebrandmerkt. 

Ook werden er de doodsvonnissen uitgesproken. De ter dood veroordeelden werden op de galgenheuvel de Geselberg (lokaal ‘Giezelbaarg’) net buiten het dorp Wedde terechtgesteld. 

Onder de ter dood veroordeelden bevonden zich ook 'heksen'. Om te bepalen of iemand een heks was of niet, werd de persoon in de gracht rondom de burcht gegooid, in de hoek rechts voor. Ter nagedachtenis is daar nu een fontein. Bleef de verdachte drijven, dan was het een heks. Zo niet, dan volgde vrijspraak. 

Ik probeer me voor te stellen hoe dat moet zijn gegaan. Werd je in het water gegooid en slaagde je erin je hoofd boven water te houden door met je armen en benen te bewegen - zwemles bestond uiteraard nog niet, dan verdronk je niet. Maar dan wachtte je een gruwelijke dood. Lukte het niet om boven water te blijven, dan zonk je en verdronk je bijna. Dan moest je hopen dat je op tijd naar boven gehaald zou worden. De beste optie was om je te laten zinken, dan was je geen heks en werd je niet levend verbrand. Maar dat gaat tegen de menselijke natuur in. Een duivels dilemma. Laveren tussen Scylla en Charybdis. 

De volgend ochtend verlaten we Wedde. Een stukje voorbij de burcht passeren we de Geselberg. Er staat een gedenksteen ter nagedachtenis van een aantal mensen die hier om het leven zijn gebracht. 

In 1587 is een zekere Ricque Sebens niet alleen in het water gegooid, maar ook 'ter tortuir' gesteld, gemarteld. Dat kon dus blijkbaar ook. Maar Ricque werd tegen betaling van tweehonderd gulden vrijgelaten. 

Was een vrouw als heks verbrand, dan werd aan haar echtgenoot de turf voor het vuur in rekening gebracht, zo staat fijntjes onderaan de gedenkplaat.

Gisteren hebben we ruim twintig kilometer gelopen, vandaag zal dat niet anders zijn, want we lopen door tot Bourtange. Vanwege het openbaar vervoer, dat hier bijzonder dun gezaaid is.

Op weg van Wedde naar het ten zuiden daarvan gelegen Vlagtwedde lopen we langs het riviertje de Ruiten Aa. Het dal van de Ruiten Aa is een natuurgebied van de Vereniging voor Natuurmonumenten. De loop van het water is vroeger her en der gekanaliseerd, maar nu is de oorspronkelijke loop teruggebracht. Het is dal is breed voor de kleine rivier, omdat die vroeger veel breder is geweest.

De Ruiten Aa meandert in oude glorie door het landschap, en het wandelpad meandert mee. 

Ook hier weer volop wilde bloemen, waarvan ik de namen jammer genoeg niet weet, op een paar na: klaproos of papaver, de felblauwe korenbloem, chicorei die iets meer naar lila neigt, en valeriaan, met witte schermbloemen die naar roze zwemen. 

In de middag bereiken we Bourtange, waar we de bus nemen. Volgende keer verder op het Noaberpad.