zondag 3 april 2016

Kraanwater (Pelgrimspad I: Wellseind - Drunen)

's Ochtends worden wij wakker in ’t Kreekhuuske met uitzicht op de afgedamde Maas. We hebben de gordijnen open gelaten om direct van dit uitzicht te kunnen genieten. Deze Maasarm heeft voor scheepvaart geen functie meer, maar sinds 1996 pompt Dunea hier water op ten behoeve van de Haagse drinkwatervoorziening, zo staat in het boekje. Met leidingen wordt het water naar Katwijk vervoerd, waar het verder wordt gezuiverd. We drinken dus geen duinwater maar Maaswater, wat toch minder fris klinkt. Gelukkig is onlangs uit internationaal onderzoek gebleken dat het Nederlandse drinkwater van topkwaliteit is (Volkskrant, 29 feb. 2016). Op de heenreis naar Gorinchem gisteren lazen wij (Volkskrant, 2 april 2016) over de vele voordelen van kraanwater boven ‘bronwater’ uit een fles. Gebotteld water heeft vaak dezelfde herkomst als kraanwater, alleen is er honderden malen meer CO2-uitstoot voor nodig, wordt het op minder punten gecontroleerd en is het honderden malen duurder. Ik blijf mij sterk maken voor kraanwater, ook in restaurants. Gisteren kreeg ik in Amadeus tot mijn verrassing ongevraagd een glas water bij mijn wijn. Vaak zijn daar meerdere verzoeken voor nodig, soms zelfs discussie. Op restaurantsite Iens is de mogelijkheid kraanwater te krijgen een van de zoekcriteria.

Het heeft  ’s ochtends wat geregend maar als wij om half elf vertrekken uit onze B&B schijnt de zon. Omdat het veer van Nederhemert Noord tot 1 mei niet vaart op zondag lopen wij de alternatieve route naar het Bernse veer, dat wij onder meer delen met een antieke brandweerauto.

Vandaag trakteert het Pelgrimspad ons alweer op een prachtig vestingstadje, want wij passeren Heusden. Al van ver zien wij de puntige vestingwallen liggen. Via de Veer- of Waterpoort, langs de molen en over de ophaalbrug lopen wij de stad binnen. We passeren de Oude Haven en de visbank. Op de Botermarkt drinken we koffie in de zon. Er zijn hier 133 monumenten, staat in het boekje. Behalve prachtige gebouwen is er volop leven in Heusden.
 

We stoppen even in de Mariakapel naast de RK-kerk. Het beeld zou in 1421 zijn aangespoeld en tijdens de beeldenstorm in 1566 verstopt. Sinds 2002 heeft het deze eigen kapel. De muren zijn in de typische Maria-kleur lichtblauw geschilderd en er staan bossen witte rozen, zowel echte als zijden. Aan de muur hangt, ingelijst, een op middeleeuwse manier gekalligrafeerd gedicht.

Bij Oud-Heusden loopt het pad helaas een tijd langs een drukke verkeersweg. Dan vinden we de stilte weer op de Kooilaan, die langs natuurgebied Hooibroeken loopt. Tenslotte volgen we de kronkelige Zeedijk, aangelegd in de dertiende eeuw, richting Drunen. Daar eindigt onze etappe. Die besluiten wij op het terras van Café Westhoek, dat helaas deze maand de deuren zal sluiten. Per bus reizen wij naar ’s 's-Hertogenbosch.

zaterdag 2 april 2016

Gevelstenen (Pelgrimspad I: Gorinchem - Wellseind)



In Gorinchem lopen we vanaf het station langs de vestingwallen naar de Veerhaven. Dat het veer maar eens in het uur gaat biedt gelegenheid voor een koffiepauze in Sweet Ima, waar de aanblik van heerlijke broden en zelfgemaakte patisserie ons doet watertanden. Het interieur is ook het bekijken waard: oude bakstenen muren, een kroonluchter gemaakt van tientallen peertjes aan zwart draad, kunstig met haakjes aan het plafond gedrapeerd.

Als de veerboot richting Woudrichem vaart hebben we zicht op Gorinchem ongeveer zoals Vermeer Delft zag. Het silhouet van de stad met trapgevels en een molen, het spiegelende water ervoor. De veerboot zelf is ingericht met rechte banken van wit kunstleer. Hypermodern en jaren zeventig tegelijk. Een tochtje per veerboot is altijd een attractie tijdens een wandeling, en vandaag geldt dat des te meer.

We gaan van boord en lopen via de stadsmuren en de Gevangenpoort Woudrichem in, een overweldigend mooi vestingstadje. Inscripties in de stadspoort laten zien dat het water er in 1995 hoger heeft gestaan dan tijdens de stormvloed in 1953 (4,66 en 3,95 meter t.o.v. NAP).  In de Hoogstraat zijn de huizen gebouwd rond zestienhonderd, zo zien we aan de gevelstenen. Ik kijk mijn ogen uit. Op een van de gevels staat een wijze spreuk: ‘DIE TIDT IS CORT DIE DOOT IS SNEL WACHT V VAN SONDEN SO DOET GHY VEL 1608’. 

Langs het oude Raadhuis, nu een restaurant, verlaten we Woudrichem. We volgen de afgedamde Maas die we bij Poederoijensehoek oversteken. Dan zijn we in de Bommelerwaard, gelegen tussen de Maas en de Waal. Het gebied is vaak geteisterd door overstromingen. De dijken zijn er hoog en veel boerderijen liggen op terpen. De lente is onmiskenbaar. Vogels kwetteren erop los, bomen en struiken botten uit en overal in het gras staan gele, witte en paarse bloemen.

Voorbij Brakel pauzeren we even langs de Meidijk in theetuin de Welldaad, die achter de Zuilichemse molen ligt. Het is de eerste dag van het seizoen dat de theetuin weer open is en dat wordt gevierd met activiteiten als dromenvangers maken en massages. Wij houden het op een kop thee en lopen verder over de dijk, waar het erg druk is vandaag. Dat komt, legt eigenares Margje Beekenkamp uit, omdat hier alleen op zaterdag en niet op zondag wordt gevoetbald en vanwege een wegafzetting in de buurt. Zelfs te voet is het moeilijk doorkomen.
Via Aalst, waar fraaie dijkhuizen staan, lopen we langs de Drielsche wetering. De bewoners in deze streek zijn ware buxus-kunstenaars. Veel tuinen hebben strak gesnoeide hagen met daarin rozenstruiken. De leilindes voor de boerderijen zijn vaak mooi oud en knoestig. Tegen half zes arriveren wij bij B&B ’t Kreekhuuske in Wellseind. Ons appartement heeft een terras met uitzicht op de afgedamde Maas. Daar genieten wij van de karaf wijn die de gastvrouw voor ons heeft klaargezet. Bijzonder om zo vroeg in het jaar in de zon te kunnen borrelen. Later genieten wij van een diner in Amadeus, op een paar minuten loopafstand. Gamba’s en zalm, Carpaccio en snoekbaars, heerlijk. Ik probeer niet te veel te kijken naar de betreurenswaardige kreeften in het aquarium naast ons. De zaak zit vol en dat is terecht.

zondag 20 maart 2016

Schapen (Pelgrimspad I: Giessenburg - Gorinchem)

Wij doen het rustig aan vanmorgen. Na een heerlijk ontbijt in de Giessenhoeve gaan wij niet al te vroeg op pad, want we hebben vandaag maar zestien kilometer voor de boeg. We verlaten Hardinxveld langs het station, waar we gisteren hebben gegeten. Wij lopen vandaag door een open landschap met rivieren. Net als gisteren zijn er veel graspaden, zodat wij blij zijn dat het de laatste tijd droog is geweest. Vandaag schijnt zelfs af en toe de zon. We zien en horen volop weidevogels en komen verschillende kuddes schapen tegen. Als wij langs de Wijde Giessen lopen benadert een koppel eenden ons. Wij voeren ze wat van ons brood. Het vrouwtje is blijkbaar zo aan mensen gewend dat zij vrijwel uit de hand eet. 


Ook hier veel knotwilgen. Sommige zien er oud en verweerd uit, de binnenkant is soms grotendeels verdwenen. Toch lopen ze weer uit. De lente is duidelijk aangebroken. Bomen en struiken staan in de knop, vogels bouwen nesten. Bij het oversteken van de A15 zien we een rijtje moderne – elektriciteit opwekkende - windmolens staan. Wat een verschil met de pittoreske houten molens die wij gisteren passeerden.


Langs een nieuw treinstation lopen wij Boven-Hardinxveld binnen. We volgen de Tiendweg, parallel aan de Boven Merwede. Het laatste stuk van het pad is een grasdijk langs de Steenenhoek. Een lange weg, die langs industrieterreinen voert. Gelukkig komen we ook hier weer schapen tegen. Nieuwsgierig staan ze naar ons te kijken. Komen we dichterbij, dan hollen ze geschrokken weg. Rond half twee lopen we Gorinchem binnen. Daar eindigt ons traject voor vandaag, omdat de veerpont over de Waal tot en met april niet vaart op zondag. Voordat we naar het station lopen gaan we nog even het oude centrum in en drinken wat op de Markt. We hebben er deze twee dagen in totaal zo’n veertig kilometer op zitten.

zaterdag 19 maart 2016

Knotwilgen (Pelgrimspad I: Groot-Ammers - Giessenburg)

We hebben deze wandeling een paar keer uitgesteld omdat het slecht weer was of omdat het langdurig had geregend, maar vandaag is het droog. En de hele afgelopen week is het droog geweest dus voor geglibber in de modder zijn wij niet bang. We starten niet eerder dan half elf met lopen omdat we na de treinreis naar Utrecht nog een uur in de bus richting Rotterdam zitten. Vanaf het Fortuijnplein in Groot-Ammers, waar net de catechisatie uitging toen we er vorige keer waren, lopen we naar het zuiden langs de Molenkade. 

We passeren een aantal groen geschilderde houten molens, waarvan het bovenste gedeelte met een steile trap te bereiken is. Zo te zien dienden deze molens om de polder te bemalen. De meeste draaien vandaag. Als je vlak bij de met zeil beklede zoevende wieken staat kun je je voorstellen dat een tik van de molen een behoorlijke impact heeft.  

We zijn in de Alblasserwaard. Het landschap is open en doorsneden door waterstromen. Opvallend is het grote aantal knotwilgen. Zo te zien is het nu de tijd om te knotten. Dat wordt aan het eind van de dag bevestigd door de eigenares van de B&B in Giessenburg, die zelf ook knotwilgen in de tuin heeft staan en vertelt dat de mannen vandaag geknot hebben.
Vroeger waren hier veel heuvels, rivierduinen uit de IJstijd, donken genaamd. Daarvan is een groot deel afgegraven. Een ervan, die zes meter boven de omgeving uitsteekt, is er nog. Het bevat een gehucht dat De Donk heet. Behalve eenden en ganzen zien we tijdens onze wandeling een groot aantal futen, reigers en waarschijnlijk ook kievieten. Helaas weten we de vogels niet goed te herkennen. Een wandelaar met een hond maakt ons attent op een witte reiger in de verte en vertelt dat die zojuist werd aangevallen door een kieviet. Op het pad zien we veel kapotte eierschalen. Lichtgroen; waarschijnlijk van eenden. Ook hier schiet onze kennis tekort. Verder liggen er veel grote schelpen, vaak in stukken, sommige zijn heel. Ze lijken uit de rivieren te komen want waar net gebaggerd is liggen de mooiste exemplaren. Ik neem er een paar mee.

We passeren de Betuwelijn en komen langs een punt waar het graf van een vrouw is gevonden. Vlak bij haar is een hond begraven. Bij het aanleggen van de spoorlijn zijn op voormalige rivierdonken resten van bewoning gevonden van 5000 voor Christus. De vrouw is om voor de hand liggende reden postuum ‘Trijntje’ genoemd.

Via Bleskensgraaf naderen wij Giessenburg. Het laatste lange rechte stuk lijkt erg lang… Wij lopen vandaag zo’n 23 kilometer. Tegen vijven arriveren wij in Bed & Breakfast De Giessenhoeve, gevestigd in het oude stalgedeelte van een zeventiende-eeuwse boerderij. We hebben er een heerlijke kamer met keuken en badkamer. Op advies van de eigenares gaan wij eten in restaurant 'De Koperen Snor', gevestigd in het gebouw dat vroeger bij het treinstation hoorde. 

zaterdag 5 maart 2016

Randstad (Clingendael - De Horsten - Voorschoten)

We wilden dit weekend verder gaan op het Pelgrimspad, maar het heeft de afgelopen week zo geregend dat we er vanaf zien. Vandaag is het weliswaar droog, maar door al die regen van de afgelopen dagen zullen de paden nat, modderig en slecht begaanbaar zijn. Veel paden zijn onverhard. Dus we bewaren het Pelgrimspad voor een volgende keer. Vandaag maken we een wandeling dichter bij huis, waar het door de zandgrond minder modderig is.
Via Clingendael lopen wij naar Wassenaar. Geen onbekend terrein, want we volgen een stuk van het Marskramerpad, het eerste pad dat wij samen hebben gelopen (vanaf 2011). Bij de Bijhorst steken we de weg naar Leidschendam over en vervolgens links de Rijksstraatweg. Parallel aan de Rijksstraatweg lopen we een stuk van de Landgoederenroute.  We passeren De Wittenburg en Oud Wassenaar. Dan langs Park Rust en Vreugd. Hier staan nieuwe luxueuze appartementen in gebouwen die iets van kastelen hebben. Mooi is het niet.

We komen uit bij Raadhuis de Pauw, dat grondig wordt opgeknapt. Pleisterwerk vervangen, metalen ornamenten verguld, alles in strak in de verf.
Bij de Deijl steken we de  Rijksstraatweg weer over. De eerste keer dat ik hier liep nam ik de paardenoversteekplaats, wat nog niet meeviel omdat ik maar met moeite bij de knop kon waarmee het stoplicht wordt bediend. Net zo’n knop als bij een voetgangersoversteekplaats, maar dan op ruiterhoogte. Later bleek dat er een voetgangerstunnel is, even verderop. Dat gaat veel beter en dan kom je ook niet midden op de Papelaan uit maar op het voetpad aan de zijkant.


We betreden Landgoed De Horsten en drinken koffie in het prachtige paviljoen, versierd met jachttrofeeën en de wapens van de jachtmeesters van het Koninklijk Huis. Vorige keer zag ik hier vlakbij de koning rijden. We komen langs het Wilgenlaantje, een prachtig pad. Het heeft aan weerszijden water, omzoomd door wilgen. Bij Duivenvoorde verlaten we het landgoed om naar station Voorschoten te lopen, waar onze wandeling eindigt. Geweldig dat je dwars door de Randstad van station naar station kunt lopen, vrijwel helemaal door het groen. Geen Pelgrimspad vandaag, maar wel heerlijk gewandeld en genoten van deze zonnige dag.

zondag 10 januari 2016

Zilver (Pelgrimspad I: Haastrecht - Groot-Ammers)


Om tien uur starten wij in Haastrecht waar wij de vorige keer voortijdig zijn gestopt vanwege zeer slecht weer. Iets ten zuiden van de stad komen wij bij het riviertje de Vlist, dat wij het grootste deel van de dag volgen. Het pad loopt er vlak langs. Aan beide oevers staan knotwilgen, een boom die we ook op veel erven zien staan. Het is een mooie, rustige omgeving. Het aan de rivier gelegen dorpje Vlist stelt niet veel voor. Alleen aan een huis met het opschrift ‘Het wapen van Vlist’ kun je zien dat je er bent en daarna ben je er alweer voorbij.

We lopen richting het oosten. Het waait hard en het is fris, maar droog. Vóór ons een blauwe lucht, achter ons is het donkerder en neigt de kleur van de hemel naar paars. Er is regen voorspeld vanuit het westen, maar we houden het vandaag gelukkig net droog. Hoewel het januari is bloeien in verschillende tuinen de rozen. In de berm bloeien madeliefjes en andere wilde bloemen. Een merkwaardig gezicht.

Iets boven Schoonhoven passeren wij de molen Bonrepas. Net als andere molens die wij gezien hebben is ook deze mooi opgeknapt en strak in de verf. De molen dient om de polders te bemalen, hetgeen inmiddels door een vrijwilliger gebeurt, zo lees ik op een informatieve website die Nederlandse en Belgische molens beschrijft. De molendatabase bevat meer dan 30.000 beschrijvingen. Leuk dat dit erfgoed zo wordt gekoesterd.

Via de buitenwijken lopen wij de zilverstad Schoonhoven in. Het centrum is gebouwd in de zestiende en zeventiende eeuw. Dankzij het zilver was het een welvarende stad. We passeren vooral in de Haven verschillende winkels waar zilver wordt verkocht, maar omdat het zondag is en alles is gesloten zijn de meeste voorwerpen uit de etalages verwijderd. Begrijpelijk maar jammer, want het gaat niet alleen om klassiek zilver maar ook om voorwerpen die hedendaagse ontwerpers maken en daar had ik graag wat van gezien. Grappig is dat de paaltjes die bijvoorbeeld worden gebruikt om straten voor auto’s af te sluiten zijn voorzien van een zilverkleurige bal bovenop.

Door de Veerse poort, een zeventiende-eeuwse stadspoort aan de zuidkant van de stad, komen we op de Lekdijk. Hier ligt het fraaie restaurant Belvedère, waar wij mosterdsoep nemen. We hebben uitzicht op de Lek en op het rijtje platanen dat bijna anderhalve eeuw geleden is geplant aan de rand van het terras.


Met het pontje steken we de rivier over. Altijd een attractie. Via de Veerse Dijk lopen we naar Nieuwpoort, een vestingstadje waarvan de bastions duidelijk te zien zijn. Maar we laten het links liggen omdat het pad ons rechtsaf stuurt, de Wilgenweg op. Een lange rechte weg langs een industrieterrein, die langer lijkt dan de krap tweeëneenhalve kilometer die hij is. Bij Liesveld, waar van 1969 tot 1999 zoveel ooievaars zijn gefokt dat deze vogel niet meer zeldzaam is in Nederland, volgen we een graspad langs een greppel en later een pad bovenop een grasdijk. Dan arriveren wij in Groot-Ammers, waar net de catechisatie uitgaat. De streekbus brengt ons naar Utrecht . Als we daar aankomen regent het. 

zaterdag 14 november 2015

Molens (Pelgrimspad I: Aarlanderveen - Hogebrug - Haastrecht)

Vandaag gaan wij vroeg op pad want we zijn gisterenavond al naar Aarlanderveen vertrokken. Heerlijk tapas gegeten in Het Oude Rechthuis en geslapen in Hoeve Suydeinde. Zoals in veel dorpen in deze streek heet de hoofdstraat in het midden Dorpsstraat en aan de uiteinden respectievelijk Noord- en Zuideinde. Veel meer straten zijn er niet. Er is voor vandaag slecht weer voorspeld, zeer slecht zelfs, met regen en onweersbuien in de middag. Wij nemen ons voor om zo vroeg mogelijk aan te komen in Hogebrug.

Door de polders lopen wij naar Zwammerdam, waar vroeger een Romeinse legerplaats was. Wij passeren de Molenviergang, een viertal molens waarvan drie op een rij staan. Zij zorgen er sinds de achttiende eeuw voor dat de polder droog blijft. Door het afgraven van het veen om turf te maken is de bodem ingeklonken en verzakt. Het gebied is doorsneden met watergangen. De vier molens zijn prachtig opgeknapt en werken alle vier. Dit schijnt uniek in de wereld te zijn. Door een openstaand luik zien we hoe schepraderen binnenin de molen met kracht het water verplaatsen. Bij een van de molens komt net de molenaar naar buiten om mollenvangen te zetten.

Ten zuiden van Zwammerdam gaat het pad dwars door weilanden. De lucht ziet er wat dreigend uit, maar het is nog steeds droog. Dat kan van het pad niet gezegd worden. We doen ons best niet uit te glijden in de glibberige modder. Ter hoogte van Bodegraven lopen we over de Ringdijk. Het polderland aan weerszijden van deze dijk ligt meters lager. We lopen onder het viaduct van de A12 door naar Reeuwijk. Het is nog steeds droog. We pauzeren in het paviljoen aan de Reeuwijkse plassen, waar het nieuws over de aanslagen in Parijs de avond ervoor pas tot ons komt.

Als wij verder lopen begint het te regenen. We halen de poncho’s tevoorschijn waarop de regen stopt. Poncho’s uit, en even later weer aan.Want de buien zetten toch door. Maar harde regen blijft uit, evenals het voorspelde onweer. Gelukkig. Het pad gaat over een dijk die dwars door de Reeuwijkse plassen loopt. Voorbij Sluipwijk en Oukoop volgen wij de Kippenkade, een pad dat prachtig uitzicht biedt op het water. Aan de landzijde staan een paar leuke optrekjes, vaak met een kleine ophaalbrug over de sloot naar het pad. Het is hier helemaal stil, op het gekwetter en getjilp van de vogels na. Langs de kant van de weg bloeit nog van alles: paardenbloemen, boterbloemen, madeliefjes, witte dovenetel. En natuurlijk zijn er volop bessen in prachtig fel oranje en rood.

In het gehucht Driebruggen doen we een paar boodschappen. Langs de Dubbele Wiericke, een water, komen we aan bij de spoorlijn. Hier lopen we verkeerd. Nadere bestudering van de kaart leert dat we aan de andere kant van het spoor moeten zijn, dus we lopen tot het punt waar we onder het spoor door kunnen. Vanaf de spoorwegonderdoorgang volgen we de Poppelendam die later Ruige Weide gaat heten. Hier vinden wij onze Bed & Breakfast Ruige Weide, prachtig gestyled en comfortabel ingericht door eigenares Nicole. Het is inmiddels tegen vijven. We hebben vandaag rond de dertig kilometer gelopen  en daar vrij lang over gedaan omdat we veel drassige weilandpaden volgden. Het plan om per taxi heen en weer naar Oudewater te gaan laten wij snel varen. De meegenomen magnetronmaaltijd smaakt ook prima.

De volgende ochtend gaan wij na een riant ontbijt (o.a. versgebakken broodjes, kaas uit de streek, zelfgemaakte jam) op tijd op pad. Ons plan is zo’n zeventien kilometer te lopen. Ook voor vandaag is slecht weer voorspeld. Anders dan gisteren komt de voorspelling vandaag wél uit. Er staat een harde wind uit het zuidwesten, precies de richting waarin het pad ons voert. We volgen de lange Tiendweg richting Gouda, waarbij wij via opstapjes een groot aantal veehekken passeren. Als het begint te regenen besluiten wij het voor vandaag verder voor gezien te houden. In Haastrecht stappen wij op de bus. De route langs de mooie Vlist lopen wij als het beter weer is.