In dit fraaie stadje eindigden wij vorige keer de etappe op het Noaberpad, een lange afstandswandelpad dat langs de Duitse grens slingert. Ootmarsum is een echte stad, het heeft sinds de dertiende eeuw stadsrechten, maar het is aangenaam klein gebleven. Anders dan steden als Enschede is het niet meegegroeid toen de textielindustrie in dit gebied een grote vlucht nam. Ootmarsum heeft een imposante kerk, een gezellig plein, leuke originele winkels en een autovrij centrum. Genoeg reden om hier zaterdagmiddag te verblijven. We lopen wat rond, dineren, drinken nog wat in ons hotel en gaan op tijd slapen om zondagochtend te starten met de volgende wandeletappe.
Vandaag lopen wij een kilometer of twintig naar De Lutte. Als we net op weg zijn gaat het regenen en onweren. Net als ik denk dat het best link is met dat onweer passeren we een zwartgeblakerde stomp van een eikenboom met een bordje dat hier de bliksem insloeg, een paar jaar geleden. Een wandelaar werd door de luchtdruk tegen de grond geslagen maar overleefde het. Ons treft de bliksem gelukkig niet.Het pad voert ons door Dinkelland, natuurgebied Voltherbroek en een stukje langs het kanaal Almelo-Nordhorn. Dat wordt zo te zien niet meer bevaren, want het is er heel rustig en het water ligt vol fraaie waterlelies.
Het landschap is schitterend. Overal bloeien bloemen. Papavers, vingerhoedskruid, wilde lupine, paardenbloemen, fluitekruid, vergeet-me-niet, paarse klaver en nog allerlei andere bloemen waarvan ik de naam niet weet.
Af en toe komen we een schuur tegen waar je koffie en andere lekkere dingen kunt pakken. Je betaalt door geld in een kistje achter te laten en soms is er een qr-code. De mensen zijn vriendelijk. Fijne streek, Twente.
Hoewel het zondag is, is het rustig. Een paar andere wandelaars, een paar fietsers. Geen drukke autowegen. Behalve het onweer 's ochtends is het de rest van de dag droog en zonnig. Het is boven de twintig graden.
's Middags komen we over de Paasberg, 80 m boven NAP, onderdeel van de Oldenzaalse stuwwal. Waarschijnlijk is de berg genoemd naar de paasvuren die hier van oudsher ontstoken worden om de terugkeer van de lente en het licht te vieren. Pasen blijft toch ook een heidens feest, met de vuren, de paaseieren en de paashaas.
Aan het eind van de middag, als we al bijna bij het dorp De Lutte zijn, hebben we nog een flinke regenbui. We drinken een colaatje bij een klein tentje aan de Bentheimerweg, Tante Lies, om te schuilen. Zodra het droog is, lopen we door. De laatste twintig minuten.
Gelukkig heb ik mooie slippers bij me omdat ik 's avonds graag mijn schoenen uittrek en heb ik in Ootmarsum een jurk gekocht. Mijn wandelpartner heeft een overhemd aan. Zo verschijnen wij toch nog redelijk netjes aan het diner, ondanks de twintig kilometer die wij er vandaag op hebben zitten.
En wát voor een diner, het is werkelijk verrukkelijk. Als hoofdgerecht heb ik een geweldige ravioli met kaas en daslooksaus, mijn partner een botermalse biefstuk. Een heerlijke rode wijn erbij. De locatie is prachtig, het personeel vriendelijk en voorkomend.
De reusachtige zwarte hond op leeftijd van de eigenaar, Bella, is een extra attractie. We hebben hier een heerlijke avond. Ook de kamer voldoet aan alle verwachtingen. We hebben vrij uitzicht op de groene omgeving en in de hoek van de kamer staat een golftas met inhoud klaar, mochten wij willen golven hier. Goede bedden, prima geoutilleerde badkamer.De volgende ochtend ontbijten we hier niet, want dan gaan we te laat op pad en we hebben ook vandaag twintig kilometer voor de boeg. Daarna hebben we nog een paar uur reistijd naar huis. Dus we ontbijten met de koffie en de vruchten die we op de kamer hebben. Om negen uur zijn we weer en route.
Vanaf het hotel steken we de Bentheimerweg over. Bad Bentheim is het eindpunt van het Marskramerpad, het eerste pad dat wij liepen. We komen door het dorp De Lutte, een levendig dorp met horecagelegenheden en winkels, maar de supermarkt is er een paar maanden geleden mee gestopt, horen wij.
Vandaag is het minder warm dan gisteren en minder zonnig, maar wel de hele dag droog. Perfect wandelweer. We steken een spoorbaan en een snelweg over en lopen dan door een bos dat merkwaardig genoeg het Haagse Bos heet. In 'ons' Haagse bos hoor je altijd auto's rijden. In dit Twentse Haagse Bos hoor je alleen de vogels en het ruisen van de bomen. Een verademing, dit gebied.Af en toe komen we oude grensstenen tegen, markestenen genaamd. De laatste kilometers passeren we de grens met Duitsland. Dat is alleen te zien aan de opschriften op de winkels en straatnamen. Vroeger was Glanerbrug een streng bewaakte grensovergang.
Hier, bij station Glanerbrug, eindigt onze wandeling van vandaag. Elk half uur gaat er een stoptrein naar Enschedé. Ook de volgende etappes van het Noaberpad gaan nog door het mooie Twente. We verheugen ons erop.






