woensdag 13 februari 2019

Woon-werkverkeer

Het is een tijd geleden dat M. en ik op het Drenthepad liepen. Slechte weersverwachtingen gooiden al een paar keer roet door onze plannen voor het weekend.

Gelukkig kun je altijd wandelen, ook dicht bij huis. Je hoeft er niet eens een park voor op te zoeken. Als het een beetje redelijk weer is, loop ik graag van huis naar werk, of van een station naar de locatie waar ik moet zijn.

De dagen beginnen weer te lengen. Heerlijk. Deze foto van een zonsondergang maakte ik vanaf het Lange Voorhout.

zaterdag 19 januari 2019

Aurora in de Algarve


Nooit geweten hoe prachtig de kust van de Algarve is. En er zijn veel mogelijkheden om te wandelen. In januari is het overdag heerlijk warm in dit mediterrane klimaat en zijn er haast geen toeristen. Palmbomen, bougainville, bloeiende amandelbomen en sinaasappels, vooral veel sinaasappels. De bomen hangen er in deze streek vol mee.


's Ochtends vroeg maken we een wandeling door natuurgebied Pera March /Salgados Lagoon. Paralel aan het strand, dat hier Praia Grande de Pera heet, en verderop Praia de Salgados, loopt een pad van houten planken.

Als we starten tegen achten is alles wat op de bodem groeit, gras en lage planten, bedekt met een laagje rijp. 's Nachts is het hier koud, maar de zon zorgt snel voor warmte. In het uur dat wij hier lopen, verkleurt de lucht. Eerst lichtblauw met roze. Dan meer roze en oranje, in wisselende patronen. Aurora, de rozevingerige dageraad. De morgenstond heeft goud in de mond, een cliché dat waar is. Rond acht uur zien we de zon recht voor ons omhoog komen. Een zonnebril is geen overbodige luxe met zo'n zon die nog laag staat.

Dit natuurgebied ligt tussen de mondingen van twee rivieren, waar moeras is en een zoetwatermeer waar het vol vogels zit. Het Lagao dos Salgados. Vogels rusten er op weg naar en van Afrika. Er schijnen onder andere flamingo's, ooievaars en lepelaars te zitten. Die zie ik hier niet, wel kleine kwetterende vogeltjes met meerdere kleuren. En een prachtige felgekleurde vogel met groen, blauw en rood, misschien een bijeneter. Het is een ecologisch belangrijk gebied.

Het plankier loopt prettig. Natuurlijk is het leuk om op onverharde paden te lopen, maar op een verhard pad kun je lekker om je heen kijken en toch tempo houden. Links de natuur met laag struikgewas en hoge witte grasachtige pluimen. Rechts de intens blauwe zee. Recht vooruit de zon die steeds hoger komt. Je hoort zowel de vogelgeluiden als het geluid van de branding.

Na ongeveer een half uur keren we terug, met de zon in de rug. In de verte rijst de witte hoogbouw van Armacao de Pera op.

In dit gebied zijn verschillende wandelmogelijkheden, ook over het strand.

Een paar dagen later doen we de wandeling langs de zeven hangende valleien. Bij Praia da Marinha starten we. Bovenop op de rotsen hebben we een prachtig uitzicht over de rotsformaties. In grillige vormen rijzen ze steil op uit uit de diepblauwe zee. Ze zijn wit, lichtgeel, oker en koperkleurig. Het uitzicht is als een ansichtkaart. We lopen langs de kust, over de rotsen, naar het westen. Hoog boven de zee.

Onder ons, in de verte, liggen verschillende kleine strandjes. Daar is de ondiepe zee turquoise. De golven zijn bruisend wit. Het uitzicht verandert voortdurend en is steeds spectaculair.
Langs het pad staan lage jeneverbessen en mastiekbessen. In de verte pijnbomen en cipressen. Allerlei bloemen, gele kelken en kleine witte bloemetjes. Zo midden op de dag is het meer dan achttien graden, heerlijke temperatuur om te wandelen.

Een dag later gaan we weer naar het gebied van de zeven valleien, maar nu gaan we naar Praia de Benagil om een boottocht te maken langs de kust. De zon schijnt, alweer. Wat een geluk. Benagil is een klein vissersplaatsje met wit met blauwe huisjes. Als we het kleine zandstrand oplopen, in een inham van de rotsen, zien we ineens een dolfijn uit het water opduiken. Van kop tot staart boven water, zodat we hem goed kunnen zien. Heel even. We zien er daarna nog een paar, maar niet zo duidelijk als die eerste.

Dan stappen we in een open boot en daar gaan we, de zee op. De kliffen en grotten waar we tijdens de wandeling op uitkeken zien we nu van dichtbij. Elke grot varen we in. Sommige hebben daglicht omdat er openingen in de rots boven zijn, sommige zijn helemaal donker. De steen is verweerd aan de onderkant, waar het water komt. Het gesteente bevat mineralen die kleur geven: onderaan donkerrood, paarsachtig, dan wat lichter, tot roze, en dan oranje, geel en wit. Duizenden jaren heeft de zee erover gedaan om deze vormen uit de steen te slijpen.

De zee is intens blauw, en turquoise. Ook de lucht is stralend blauw. Wat een kleuren. Ongetwijfeld is in die prachtige kleuren blauw de inspiratie gevonden om de huizen wit met blauw te schilderen. We passeren verschillende kleine strandjes tussen de rotsen. In vijf kwartier bestrijken we de kust. Een hoge rots met een vuurtoren erop is ons eindpunt.

In de Algarve kun je niet alleen heerlijk in de natuur te wandelen, er zijn ook schitterende steden. We maken een stadswandeling door Silves, de vroegere hoofdstad van de Algarve toen die nog Al-Gharb heette. De Moorse burcht uit de vroege middeleeuwen domineert de stad. Door smalle straatjes lopen we omhoog. Veel huizen zijn wit met blauw. Andere zijn roze, groen of feloranje. De bougainville bloeit volop, in die hardroze kleur die zo mooi afsteekt tegen het blauw van de lucht en van de huizen. In perkjes langs de bredere straten staan sinaasappelbomen vol vruchten

We bezoeken de burcht, waarvan de muren helemaal gerestaureerd zijn, zodat je er rondom overheen kunt lopen. De steen is rood van kleur, de rode zandsteen uit deze streek. We hebben fraai uitzicht op de omgeving. Beneden zien we de vijftiende eeuwse brug over de rivier de Arade. Binnenin de burcht zijn de gebouwen niet hersteld, maar je kunt wel zien waar de muren stonden.

Buiten de toegangspoort van de burcht staat een meer dan levensgroot bronzen beeld van Koning Sancho I, die Silves in 1189 met hulp van kruisvaarders op de Moren veroverde. Ernaast is een zaak waar ze wijn, port en andere producten van de streek verkopen, met een heerlijk terras. De banken zijn bedekt met geweven kleden in mooie kleuren. We hebben uitzicht op de oude Moorse stadsmuur.

Via een andere weg zakken we weer af naar beneden. Nu door straatjes waar geen winkels zijn, alleen woonhuizen. Verschillende huizen hebben een voordeur in twee delen met op elke smalle deur een metalen klopper in de vorm van een handje. Ook hier beschilderde huizen. Van sommige is de verf aan het afbladderen, waardoor eerdere verfkleuren tevoorschijn komen. Ook mooi.

Meer informatie over wandelen bij Salgados en de zeven hangende valleien: walkalgarve.com.






zondag 30 december 2018

Er gaat niets boven (Schiermonnikoog, december 2018)

‘Er gaat niets boven’, dat is de slogan van de gemeente Groningen. Die gaat natuurlijk net zo goed op voor Schiermonnikoog, beter zelfs, want dat ligt nog noordelijker. Schiermonnikoog is de meest noordelijk gelegen gemeente van Nederland.

Op tweede Kerstdag rijden wij vroeg weg om in Lauwersoog de boot van half één te nemen. In de tas de wandelgids en de boekjes van Thijs de Boer van het schelpenmuseum Paal 14 in Martjeland. ‘De schelpen’ en ‘De paddenstoelen van Schiermonnikoog’; planten zijn dit seizoen weinig te bewonderen. Uitkijkend over de Waddenzee begint het vakantiegevoel al voordat we aan boord gaan.

Het dorp is in kerstsfeer. In de Middenstreek staan rijen verlichte kerstbomen langs de weg. Aan de Willemshof staat een levensgrote kerststal, met daarin beelden van Jozef, Maria en het kind en ervoor echte schapen.

Hotel Van der Werff was vol, maar wij konden terecht in Hotel Duinzicht, ook een prettig ouderwets hotel. Onze kamer kijkt uit op de witte vuurtoren. Nadat we onze intrek in het hotel hebben genomen huren wij schuin tegenover, iets verderop aan de Badweg, een tandem. Even het eiland verkennen.

Het weer is goed, althans goed genoeg. De lucht is grauw maar het blijft droog. We fietsen naar de Waddenzee, langs de jachthaven en verder over de dijk. Naar het wad kun je eindeloos kijken, het verandert voortdurend. Ik zie het wad het liefst als het water laag genoeg is om de knalgroene wieren te laten zien. Via de Kobbeduinen gaan we terug naar het dorp.

De volgende ochtend gaan we wandelen. Eerst naar het noorden, het strand op, dan naar rechts, tot De Marlijn. Heerlijk, al die vaste plekken. We slaan het Vredenhof niet over, het kerkhof in de duinen waar drenkelingen en oorlogsslachtoffers liggen, geallieerden en Duitsers door elkaar. Ook liggen hier de eigenaren van Hotel Van der Werff: Sake van der Werff en Jan Fischer, wiens dochter nu eigenaar is.

Op weg naar het strand komen we struiken met roze en oranje bessen en rozenstruiken met bottels tegen. Het strand is schitterend. Het is geen eb, maar het is meer dan breed genoeg en we hoeven niet door mul zand. Nu de lucht grauw is, ziet de zee er ook zo uit. De golven zijn hoog en hebben stralend witte schuimkoppen.

Op het strand liggen vierkante lage vormen, het lijken wel zandbakken, ik weet niet wat het is. Ze zijn van metaal, blauw en groen geverfd, en prachtig verweerd. De foto’s lijken wel schilderijen.

Iets verderop ligt een zeehond op het strand. Hij lijkt niet ziek of gewond, maar ligt daar natuurlijk wel raar, zo helemaal alleen. Iemand belt de zeehondenopvang in Pieterburen. Een familie blijft bij de zeehond wachten tot hij wordt opgehaald. Gelukkig, want anders wordt hij misschien door een hond aangevallen. Er zijn vrij veel wandelaars vandaag. De zeehond voelt zich ongemakkelijk, zo te zien. Niet verwonderlijk. Hij kijkt schichtig om zich heen, beweegt een klein beetje maar komt niet echt van zijn plaats. Na een tijdje vouwt hij zijn vinnen, legt het hoofd in de nek en blijft zo bewegingloos zitten, met gesloten ogen. Wij laten hem met rust en lopen verder. Even later komen we de auto van de zeehondenopvang tegen. Dat stelt gerust.

Midden in het dorp staat de reusachtige walviskaak, die de Willem Barentsz meenam van een van zijn zeetochten. De kaak is van een blauwe vinvis, die in 1950 op de Zuidelijke IJszee is gevangen. Het doet mij eraan denken dat ik het boek De traanjagers van Anne-Goaitske Breteler, mijn cursusgenoot bij Judith Koelemeijer vorig jaar, nog niet heb. Geen betere plaats om het te kopen dan hier, op dit eiland. Van hieruit zijn veel mannen de zee op gegaan. Anne-Goaitske vertelt de verhalen van een aantal naoorlogse walvisvaarders, en dat doet zij geweldig. Petje af. Ik heb het boek met veel plezier gelezen. Schiermonnikoog heeft een rijk walvisvaartverleden. Niet alleen na de oorlog, maar ook in de zeventiende en achttiende eeuw. 

Op onze laatste avond is er een fakkeloptocht door de duinen. Daar doen wij niet aan mee, maar we gaan wel luisteren naar het shantykoor 'Gin See to Heigh', dat vanavond niet in muziekkoepel 't Beukenootje tegenover Van der Werff optreedt, maar op het plein, waar meer ruimte is. Het plein is vol en iedereen deint lekker mee op de muziek van de oude zeemansliederen. Een mooi afscheid van het eiland - voor nu althans. Zoals altijd nemen we ons voor snel terug te komen.

zondag 14 oktober 2018

Helden (Drenthepad: Borger - Valthe - Sleen - Gees)

Zelden hebben we zo'n mooi herfstweekend meegemaakt. De zon schijnt. Het is meer dan twintig graden. Zomerse temperaturen en herfstige uitzichten. Zorgelijk, want dit weer lijkt niet te kloppen. Ik ben blij dat het Haagse Hof onlangs in hoger beroep de Stichting Urgenda in het gelijk heeft gesteld. Wat de toekomst ons brengen zal is onzeker. Wij genieten nu maar gewoon van dit schitterende weekend.


We starten in Borger, waar we de vorige keer het Hunebedcentrum hebben bezocht. Vandaar lopen we door het Buinerveld naar Boswachterij Exloo, waar de zon prachtig door de kaarsrechte naaldbomen schijnt. Midden in het bos ligt een hunebed. Een van de vele die we op het Drenthepad tegenkomen. Het blijft indrukwekkend. Mysterieus ook, want hoe ze gebouwd werden is inmiddels duidelijk - je hoeft er geen reus voor te zijn- maar verder is er weinig over bekend.

Het ruikt lekker herfstig. Tussen het mos, dat de bodem van het bos bedekt, inclusief omgevallen oude bomen en stronken, steken paddenstoelen de kop op. Na het dorp Exloo steken we het Molenveld over, een weidse heidevlakte die wordt begraasd door een schaapskudde uit Exloo. Vandaag zijn de schapen er helaas niet.

Herfsttijd, oogsttijd. Vlakbij Valthe zien we hoe de aardappels gerooid worden. Even verderop hangen de bomen vol rijpe appels. We logeren in Valthe bij Hunebed met brood. Pal aan de route.

In het dorp is weinig te doen, dus we gaan eten in Odoorn, een paar kilometer verderop. Omdat we er inmiddels meer dan twintig kilometer op hebben zitten, voelen we weinig voor nog een wandeling, maar gelukkig leent de vriendelijke eigenares van de B&B ons fietsen.

In Odoorn gaan we naar restaurant Boshof, pal naast de kerk. Er is een huwelijksdiner, maar wij kunnen aan een tafel in het cafégedeelte eten. Heerlijke biefstuk.

Na een heerlijk ontbijt gaan we weer op pad. Opnieuw een zonovergoten, warme dag. We lopen het Valtherbos in, waar twee hunebedden naast elkaar liggen op een open plek in het bos.

Iets verder naar het zuiden passeren we het zgn Onderduikershol, een hol in de grond waar een groep joodse onderduikers de Tweede Wereldoorlog heeft overleefd. Ze werden geholpen door Bertus Zefat, een kippenboer uit Valthe, met een aantal andere Valthenaren. Het hol is 8 bij 4 meter en ongeveer anderhalve meter diep. De wanden zijn bekleed met dennenstammetjes en op het dak stonden dennebomen. De groep zat eerst ondergedoken in een schuur van Zefat. Toen dat te gevaarlijk werd, is dit hol gebouwd, in december 1942. Vlakbij staat een grote beukenboom, die de onderduikers gebruikten als uitkijkpost.

De Duitsers hebben dit onderduikhol nooit ontdekt. Alle onderduikers hebben de oorlog overleefd. Toen de groep werd verraden, is een ander hol gebouwd, iets verderop in het bos. Dit tweede hol is niet meer te zien. Het eerste is in 2004 gereconstrueerd. De gedenksteen staat hier al sinds 1984. Jaarlijks vindt op 4 mei een dodenherdenking plaats op deze plek in het bos.

Mensen van de Zefat-groep kwamen elke dag eten en drinken brengen. Ze wisten hun sporen zorgvuldig uit. Omdat ze in de winter bij sneeuw niet konden komen, groeven de onderduikers een waterput. Ook die put is nu gereconstrueerd.

Een van de onderduikers, Ab van Dien, schreef later een boek over zijn ervaringen. Een citaat:
'En toen kwam die woensdagmorgen, die morgen waarop Bertus voor de zoveelste maal bewees een held te zijn. Een verzorger, die zijn leven in de weegschaal stede voor allen die hem waren toevertrouwd. 'Weg lui, weg! Vanmorgen heeft Olt Pieter het aangegeven. Op naar het nieuw uitgegraven gat en daar afwachten.' Een week later wisten we op welk wonderbaarlijke wijze we waren ontsnapt, dankzij twee Valther agenten.'

Bertus Zefat werd opgepakt. Waar de onderduikers zaten, heeft hij niet verteld. Hij moet veel doorstaan hebben. Op 27 juli 1944 namen de Duitsers hem mee naar zijn huis, waar zijn vrouw en kinderen waren. Daar is hij doodgeschoten.

Helden, Bertus Zefat, de andere leden van de groep en de onderduikers. Ik bedenk hoe het moet zijn geweest om hier jaren te leven, in het bos, en dat doet me denken aan Jos B., de man die is opgepakt als verdachte in de zaak Nicky Verstappen, het jongetje dat in 1988, elf jaar oud, vermoord op de hei in Limburg is gevonden. Jos B. leefde jaren onopgemerkt in het bos, weg van de bewoonde wereld. Toen hij werd opgepakt, was hij door de Vogezen aan het trekken. Peter R. de Vries heeft de zaak twintig jaar lang niet losgelaten. Als een terriër. Ook hij is een held. Eindelijk krijgt hij waardering van politie en justitie voor wat hij heeft gedaan. Van nabestaanden en publiek van zijn uitzendingen had hij dat al volop.

Na het Valtherbos met zijn veelbewogen geschiedenis arriveren we in Emmen, waar we op een zonovergoten terras wat eten. Dan weer verder naar het zuiden, langs akkers en velden, onder meer vol Afrikaantjes. We passeren een groepje piepkleine pony's in een wei, het lijken wel speelgoeddiertjes.

Na het passeren van Havezathe de Klencke, nu particulier bewoond, lopen we langs velden naar Sleen, een fraai dorp met Saksische boerderijen. We borrelen en eten in restaurant De Deel in de Menso Altingstraat, vrijwel aan de route en schuin tegenover onze B&B De Schoenlapper, gevestigd in de oude boerderij waar vroeger de schoenlapper woonde. Die is er niet meer, maar verder heeft Sleen genoeg voorzieningen. Een aantrekkelijk dorp met een mooie kerk in het centrum. De Deel is niet alleen restaurant, maar ook theater. Er is hier genoeg te doen.

We krijgen ook in deze B&B een heerlijk ontbijt en vervolgen onze weg, tot Gees. Onderweg passeren we een tafel met prachtige sierkalebassen. Ik neem er een paar mee, we hoeven toch niet meer ver te lopen. Dat zouden we wel willen, maar op zondag rijdt hier bedroevend weinig openbaar vervoer. In Gees gaat elke twee uur een bus, verderop vandaag helemaal niet.

Aan het eind van de ochtend arriveren we in Gees, ruim op tijd voor de bus. Gees heeft, net als Sleen, mooie Saksische boerderijen. Het is een kilometer of twaalf van Sleen. Hier nemen wij de bus naar het station, waarna wij aan het eind van de middag thuis arriveren.

zondag 7 oktober 2018

Beukennootjes

Wat een schitterende zondag. De kleuren in het park zijn adembenemend mooi. De paden zijn bezaaid met beukennootjes en eikels.

Als ik langs een beukenboom vlakbij een sloot loop, bijna bij Oosterbeek, hoor ik een merkwaardig geluid. Het klinkt als harde regen, met grote druppels. Maar dat kan helemaal niet. De lucht is schitterend blauw en de zon schijnt. Dan zie ik het: het regent beukennootjes uit de boom, in een gestage stroom, zonder zelfs een zuchtje wind. Merkwaardig. Onder de boom liggen de beukennootjes centimeters dik. Ik raap een handvol nootjes en peuzel ze op. Net als vroeger.

De springbalsemien knalt volop. Als je even bij een groepje struiken staat, zie je de zaaddozen openspringen. Ze staan ook nog flink in bloei. Net orchideeën.

Binnenkort gaat de Japanse tuin nog een keer open. Ter gelegenheid daarvan blijft de theeschenkerij ook nog even open. Ik verheug me op nog wat meer van deze prachtige nazomerdagen.

Bij de vijver bij het huis, waar nu Instituut Clingendael in zit, staat een boom waarvan de bladeren felrood verkleuren. Het gras is met de veelkleurige bladeren bezaaid. Deze mooie warme herfstdagen combineren de kleuren van de herfst met de temperaturen van de zomer. Het gras is nog zo groen als in de zomer en in het rosarium bloeien de rozen alsof het juni is.




vrijdag 14 september 2018

Sint Servaas, Maastricht

Wandel.nl, het magazine van de KWBN (Koninklijke Wandel Bond Nederland), publiceerde in editie 4 (september 2018) mijn verslag als lezersverhaal.

'Sint Servaas, Maastricht': de afsluiting van het Pelgrimspad, van Amsterdam naar Maastricht. Lees het verhaal hier.

Natuurlijk staan alle etappes, van Amsterdam tot Maastricht, ook op dit blog.

zondag 9 september 2018

Aan zee: Schiermonnikoog


Zodra we in Lauwersoog aan boord gaan, begint het vakantiegevoel. Drie kwartier later zetten wij voet op Schiermonnikoog. Zondag, kwart over één. Veel mensen vertrekken nu van het eiland, weinigen komen aan, zoals wij. Wij hebben het nog voor de boeg.

Eerst was regen voorspeld voor deze dagen, maar naarmate de dag van vertrek naderde veranderde dat. Als wij aankomen is het goed weer, droog en niet te koud. 

Later op de dag breekt de zon door. Ook maandag hebben wij schitterend weer. Dinsdag wordt het pas onstuimig, met harde wind en regen. De ochtend van ons vertrek.

We huren een tandem en fietsen zondagmiddag het hele eiland rond. Langs de rode vuurtoren, die nog als vuurtoren in gebruik is, en langs de witte, die er verwaarloosd uitziet. Afgelopen zomer logeerden wij vlakbij de vuurtoren van Haamstede, die die weken in de steigers werd gezet. De steigerbouwers vertelden dat de witte vuurtoren van Schiermonnikoog het volgende project zou zijn. De witte vuurtoren kan wel een opknapbeurt gebruiken. 

Bij de Kobbeduinen parkeren wij de fiets en lopen wij de duinen in. Het ziet er al herfstig uit. Rode rozenbottels, oranje bessen aan de duindoorns. De bladeren beginnen hier en daar te vallen.

De wolken worden prachtig beschenen door de zon. Toch kun je de weidsheid van het landschap, het gevoel dat dat geeft, niet met een foto vastleggen. Hoe mooi sommige foto’s die ik met mijn telefoon maak ook worden, nooit is het beeld zo mooi als de werkelijkheid. De zee, de lucht en het licht zijn niet te vangen in een camera. Ik laat het op me inwerken en pak maar heel af en toe de telefoon omdat ik het toch niet kan laten.

Kort geleden bekeek ik de schilderijen van Domburgse schilders, gemaakt aan de Walcherse kust, onlangs tentoongesteld in de het gemeentemuseum (‘Aan zee’). Daar hingen onder meer ‘Zeegezicht’ van Mondriaan en ‘Zoutelande’ van Hart Nibbrig. Tegelijkertijd was daar een expositie van schilders ‘De Haagse school op Scheveningen’. Daar hingen o.a. ‘Strandgezicht’ van Weissenbruch, en ‘Schemering’ en ‘Ondergaande zon bij Scheveningen’ van Mesdag. Prachtige schilderijen, die de zee en de luchten daarboven vangen zoals een foto dat nooit kan doen. Dat komt wellicht, schrijft Stine Jensen in een column in het bij ‘Aan zee’ verschenen gelijknamige magazine, omdat de schilders de werkelijkheid abstraheren. ‘Niet de werkelijkheid zelf, maar de (esthetische) ervaring, beleving en interpretatie daarvan wordt weergegeven. Die ervaring is subjectief, maar krijgt in zijn abstractie een universele betekenis.’  Jensen vindt dat mooi, schrijft ze, en ik ben het van harte met haar eens.

Maandag fietsen we naar de Marlijn, aan de noordkust, en daar lopen we het strand op naar het oosten. Over het brede, witte zand. Het is eb. Na een paar kilometer steken we de eerste duinenrij over en lopen terug naar het westen tussen de eerste en de tweede duinenrij, over het Waterstaatpad. Hier is het groen, er staan allerlei soorten grassen en bloeiende planten. Roze, wit en geel.

We eindigen onze wandeling bij de Marlijn, waar we lunchen. De Berkenplas bleek op maandag gesloten.

We fietsen nog wat verder over het eiland, en dan is het tijd voor de borrel bij het Oude Boothuis, naast Hotel van der Werff. We eten vanavond vroeg en we fietsen om half acht naar de Jachthaven waar we een schitterend uitzicht hebben op de avondlucht. De zon gaat nu al onder om iets over acht. Omdat het bewolkt is, kleurt de lucht maar een klein beetje. We fietsen via een omweg terug naar het dorp, door de schemering. Een bijzondere ervaring. We deden dit niet eerder, maar het is voor herhaling vatbaar. Zo stil als het hier nu is, maak je het niet vaak mee.

Dat valt hier altijd op: zo druk als het soms in het dorp kan zijn, zo rustig is het als je even het dorp uitloopt of – fietst. Dat geldt ’s avonds helemaal. De lamp op de fiets hebben we nodig om wat te kunnen zien, niet zozeer om gezien te worden, want er is hier verder niemand. Dit is een van de weinige plekken waar het ’s nachts nog helemaal donker wordt. En helemaal stil.