Pagina's

zaterdag 13 mei 2017

Toscane (Via Francigena: San Miniato - Siena)

Di 9 mei: San Miniato - Gambassi Terme
25 km, 650 m stijgen, 280 m dalen

Toscane heeft met een nat voorjaar te kampen gehad. Als M. en ik maandagavond op een overdekt terras van een restaurantje in San Miniato zitten, begint het te regenen. De regenbui voegt een regenboog toe aan het toch al schitterende uitzicht op de middeleeuwse burcht. Het avondlicht maakt de kleuren extra schilderachtig.

De volgende ochtend is het droog, en dat blijft het gedurende onze vijfdaagse wandeltocht van San Miniato naar Siena, over de oude pelgrimsroute naar Rome: de Via Francigena. Perfect wandelweer, zo’n twintig graden. We lopen door het typische Toscaanse landschap van glooiende heuvels met wijngaarden en olijfboomgaarden. Tegen de horizon de smalle donkergroene cipressen en de wat bredere pijnbomen op hun hoge stammen. De bloemen in het veld bloeien uitbundig. Veel rode klaverachtige bloemen, blauwe en paarse distelbloemen, boterbloemen, brem, madeliefjes, klaprozen, korenbloemen en nog tal van andere bloemen waarvan ik de naam niet weet.

In tuinen en op terrassen staan de rozen volop in bloei. Ook zien we veel citroenboompjes, die tegelijk bloemen en vruchten dragen. Staan er genoeg bij elkaar, dan komt de geur van oranjebloesem je tegemoet.

De struiken ritselen van de hagedissen, die zich soms even laten zien. Groen, of zwart met geel. Zwaluwen vliegen af en aan. Al het groen is fris van kleur en de lucht ruikt naar bloemen en kruiden. Wat is het voorjaar toch een prachtig seizoen om buiten te zijn. En wat is wandelen toch een prachtige manier om een landschap mee te maken.

Het traject van vandaag is 25 kilometer. Dat lopen wij wel vaker op een dag, maar aan het stijgen en dalen zijn we minder gewend. Het valt soms niet mee. Hebben M. en ik precies hetzelfde tempo als we door vlak land lopen, hier blijf ik achter zodra het pad stijgt of daalt. We worden beloond door de overweldigend mooie uitzichten. De Via Francigena blijkt perfect te zijn gemarkeerd, met de ons bekende internationale rood-witte tekens plus een afbeelding van een pelgrim. Daarnaast blijven we zekerheidshalve onze routebeschrijving in de gaten houden.

Het pad voert grotendeels langs zgn. Strada bianca’s, witte halfverharde paden. Het is rustig: weinig verkeer, weinig wandelaars. We passeren wat agriturismo's met aantrekkelijke terrassen, maar er wordt jammer genoeg geen koffie geserveerd. Bij een iets verderop gelegen bar lukt dat wel.

In de middag wijkt de routebeschrijving af van de officiële Via Francigena. Ondanks intensief speurwerk kunnen we het alternatieve pad niet vinden en we besluiten de officiële weg te volgen, hoewel die een stuk over een asfaltweg gaat. Als we de eindbestemming van vandaag, het stadje Gambassi Terme, naderen, zoeken we de weg naar ons hotel op. Dat gaat een eind goed, maar door het ontbreken van een routebeschrijving van het laatste stuk vinden we het uiteindelijk niet. Als we vanaf het laatste punt waar we zeker wisten dat we goed zaten nog ongeveer een uur een asfaltweg omhoog hebben geklommen, bellen we het hotel. Al snel verschijnt Christina in haar Smart, die ons in tien minuten naar het hotel rijdt. Niemand kan die alternatieve route vinden, zegt zij.
Op het terras van Tenuta Sant’Ilario, een fraai gelegen en ingerichte agriturismo, komen we op adem. De avondzon verlicht het dal waar we op uitkijken. Later eten we verrukkelijk in het naastgelegen restaurant van het hotel en lopen vroeg naar onze kamer in een gebouw dat wat hoger op de heuvel ligt. Het getjilp van de zwaluwen in het nestje bij de trap, vlakbij onze kamer, is het enige dat onze welverdiende rust verstoort. Het was een flinke, maar prachtige tocht.

Wo 10 mei: Gambassi Terme - San Gimignano
18 km, 600 m stijgen, 550 m dalen

Na een ontbijt in de ochtendzon op het terras vertrekken we voor onze tweede etappe, die ons naar San Gimignano voert. Ook vandaag zijn we onder de indruk van de vergezichten en de bloemenweelde onderweg. Hier in Toscane is alles mooi. En dan hebben we de kunstschatten van Siena nog niet eens gezien.

Als het middag wordt zien we San Gimignano met zijn vele hoge torens in de verte liggen. Er schijnen er nog maar 15 van de oorspronkelijke 72 torens over te zijn.

Tegen vijven lopen wij door de noordelijke poort het stadje binnen. Precies zoals pelgrims en handelsreizigers dat al eeuwenlang gedaan hebben, te voet. In de Etruskische tijd was hier al een dorp, later een Romeins stadje. De huidige bebouwing is middeleeuws, net als de stadsmuren, die uit de dertiende eeuw stammen en nog helemaal intact zijn.

Ons hotel La Cisterna ligt zo centraal als maar mogelijk is. Een ruim plein met een grote waterput, cisterne, in het midden. Als we aankomen zijn er veel toeristen. We lopen door de smalle straatjes en borrelen op een terras met uitzicht naar het zuiden, waar we de volgende dag zullen lopen. Daarna wandelen we nog wat door het stadje. Zodra je uit de drukte van winkeltjes en toeristen bent waan je je in de middeleeuwen.

Als we op ‘ons’ plein van de cisterne terugkomen, zijn de meeste toeristen vertrokken met hun auto’s of touringcars. Zo genieten wij in rust van de eeuwenoude schoonheid van dit plein, waar alles geschiedenis ademt.

Do 11 mei: San Gimignano - Gracciano
21 km, 200 m stijgen, 350 m dalen

De volgende ochtend verlaten wij San Gimignano via een stadspoort aan de zuidkant. Vandaag voert het pad ons ook door bossen, waar de vegetatie weer heel anders is. We zien veel varenachtige planten en tal van felroze wilde cyclamen. De rode klaverachtige plant komen we nog maar weinig tegen. Wel steeds brem, die heerlijk ruikt.

Drie keer voert het pad vandaag door een oversteekplaats bij een rivier. Het water staat laag en we kunnen makkelijk oversteken via de grote keien die erin liggen. In de middag drinken we een cappuccino bij een locale bar met plastic stoeltjes in Quartaia, het eerste dorp dat we tegenkomen.

Daarna is het niet ver meer naar hotel Il Pietreto, een agriturismo op een heuvel met kleine stenen huisjes met eigen terrasjes. Voor het hoofdgebouw staat een olijfboom uit 1870. Van het zwembad maken we geen gebruik, wel van een ouderwets Italiaans diner in het restaurant. Antipasto, primo piatto, secundo piatto en dolce. Voor M. dan nog een dubbelsterke espresso, een doppio, waaraan ik mij niet waag. De uitbaters van Il Pietreto zijn op leeftijd. Er zijn maar twee andere gasten. Na het diner drinken we nog een glas wijn op het terrasje voor onze kamer.

Vr 12 mei: Gracciano - Monteriggioni
13 km, 130 m stijgen, 50 m dalen

Na een ontbijt met een vers gekookt eitje en zelfgemaakte patisserie gaan we op pad voor een vrij korte etappe. De ‘officiële’ etappe loopt van San Gimignano naar Monteriggioni, dus zonder stop in Gracciano. Wij zijn blij met deze verdeling over twee dagen. Zo hebben we tijd over om niet alleen van de wandeling maar ook van de plaats van aankomst te genieten. 

We zien Monteriggione al van verre liggen, met zijn verdedigingstorens rondom. Vandaag weer overweldigend mooie bloemen: zeeën klaprozen in velden, maar ook op muurtjes, fel blauwe korenbloemen, een soort wilde orchidee en natuurlijk brem.

In een klein middeleeuws stadje, Strove, zoeken en vinden we een café om cappuccino te drinken. Strove heeft een kerk met een Mariabeeld aan de buitenkant. De kerk zelf is gesloten.
 
We passeren een bord dat ons goede reis wenst en waarop staat dat Rome nog 300 km is. De Via Francigena bevalt ons uitstekend, en we nemen ons voor volgend jaar verder te gaan, richting Rome. Als we zin hebben kunnen we doorlopen tot Jerusalem. Of de andere kant op, naar Canterbury in Engeland.

In de buurt van Monteriggione zien we ineens een grote slang in de berm liggen. Hij is zeker een meter lang. Ik nader hem om een foto te maken, maar durf niet al te dichtbij te komen.

Het pad is vandaag tamelijk vlak, alleen het laatste stuk naar de stadspoort is zeer steil. Als beloning arriveren we op een fraai middeleeuws plein, met een kleine kerk en een restaurant waar de tafels wit gedekt onder de grote parasols staan. We hebben vandaag tijd genoeg om uitgebreid te pauzeren.

Veel groter dan dit Piazza di Roma is het stadje niet. Het diende om Siena te verdedigen tegen Florence. De twee steden vochten om de macht over de Via Francigena, die niet alleen als pelgrimsroute maar ook als belangrijke handelsroute diende. Later zullen we er in Siena fresco’s van zien.

We verlaten Monteriggione via de andere poort – er zijn er maar twee. Na een paar kilometer arriveren we in Borgo Gallianaio, alweer een prachtige agriturismo. In deze oude burcht hebben wij een enorme kamer met een oud balkenplafond. Net als vanmiddag kiezen we vanavond voor pasta met truffel.

Bij de ingang van onze kamer zit een zwaluwnestje, net te hoog om in te kunnen kijken. Als we na het diner naar onze kamer gaan zien we twee zwaluwen zitten, een in het nest en een ernaast, doodstil. Vlakbij. We laten ze gauw weer alleen.

Za 13 mei: Monteriggioni - Siena
20 km, 220 m stijgen, 250 m dalen

Vandaag de laatste etappe van onze voettocht. We passeren een kasteel dat eruit ziet zoals je je een kasteel voorstelt: Castelli della Chiocciola. De brede toren in het groen met klaprozen op de voorgrond levert een fraai gezicht op.
 
In het dorp Vila passeren we een informatiepunt, gedreven door Marcello. Hij heeft zijn tuin ingericht als pleisterplaats voor de pelgrim en biedt van alles: koffie en thee, vruchten, gekookte eieren, boeken om in te kijken, een badkamer. We treffen een ouder Engels stel dat zes weken loopt over de Via Francigena. Daarna houden ze nog een paar weken vakantie. Al hun bagage, voor een week of tien, hebben ze in de rugzak. Een prestatie.

We treffen deze dagen weinig mede-wandelaars. Dat is op een pad als de Camino naar Santiago de Compostella wel anders, schijnt het. We prijzen ons gelukkig met de keuze voor de Via Francigena.

Ook vandaag weer uitzichten en bloemen, weer andere dan andere dagen: een grote witte bloem met een geel hart, roze dagkoekoeksbloemen, en weer velden vol klaprozen.

Na een pittig laatste stuk, over stijgende asfaltwegen, passeren we het eerste voorportaal van Siena, al snel gevolgd door de Porta Camollia. Het zit erop: het eindpunt is bereikt. Zo'n honderd kilometer door dit geweldige landschap.