dinsdag 21 juli 2015

Oosterscheldekering (Ned. Kustpad 1: Breezand - Haamstede)

Startpunt vandaag is een parkeerterrein op de Veerse Dam, aan de noordkant van het eiland Walcheren. Vorige keer zijn wij geëindigd in Vlissingen. Het traject over Walcheren hebben wij nog voor de boeg. Dat gaan we in twee dagen doen: van Vlissingen naar Westkapelle en de volgende dag van Westkapelle naar Breezand, waar wij nu dus staan. Zo komt het beter uit. Grotendeels langs de weg lopen we naar het begin van de Oosterscheldekering. Langs de kant van de weg groeien bramen in verschillende stadia van rijpheid. Op sommige stukken staan de struiken nog in bloei en zitten er nauwelijks bramen aan; een meter verderop zitten de struiken vol donkere zoete bramen.

We betreden de Oosterscheldekering. Het pad voor fietsers en voetgangers loopt vlak langs de sluizen. Van zo dichtbij zien die er imposanter uit dan vanuit de auto. Gigantische stalen deuren controleren de stroom water tussen de Oosterschelde en de Noordzee. De meeste staan open, sommige zijn deels gesloten. Het water kolkt eromheen en er doorheen. Meeuwen vinden boven op de constructie een rustig plekje in de zon. ‘Water you thinking? Bring in the Dutch!’ staat op een billboard. Prachtig geformuleerd. Zulke fantastische waterwerken kunnen wij Nederlanders toch maar maken. Waarin een klein land groot kan zijn.

Wij bereiken Neeltje Jans, het werkeiland dat als eerste is aangelegd en van waaruit de Oosterscheldekering twee kanten op is gebouwd. Bij de Roompotsluis drinken we koffie bij een piepklein koffietentje met een smal terras rondom, ‘De Helling’ genaamd. Het pad voert hier op dit eiland over kleine weggetjes en zandpaden. Van het drukke pretpark is niets te merken. We kruisen de autoweg N 57 en vervolgen onze weg over de Pijlerdam. Halverwege dit tweede deel ligt de Roggenplaat, ook een kunstmatig eiland ten behoeve van de bouw van de Deltawerken. Tevoren hadden wij wat opgezien tegen dit lange stuk langs de autoweg, maar het valt ons geweldig mee. Het is interessant de Oosterscheldekering van zo dichtbij te bekijken en het verveelt ons niet.

Aan het eind van de dam stappen wij Schouwen op, het meest noordelijke Zeeuwse eiland. We slaan linksaf en volgen de kust naar Westenschouwen. Op de Rotonde, van oudsher een pleisterplaats voor toeristen, lunchen we op een terras in de schaduw, naast de beroemde trap over het duin. Voorbij Westenschouwen buigen we bij de boswachterij af richting het binnenland. We doorkruisen de dominiale bossen. Gelukkig is het pad goed gemarkeerd. Het zou niet de eerste keer zijn dat ik in deze bossen verdwaalde. Na een klein meertje aan de rechterkant passeren we de A.v.d. Weijdeweg, die de overgang tussen bos en duin markeert. We zijn nu in Het Zeepe. Een oud duingebied, waar je je in de prehistorie waant. In de buurt van Haamstede passeren we een paar Duitse bunkers. Zij maakten deel uit van de Atlantikwall. We komen uit op de Moolweg en passeren Slot Haamstede. Dit oorspronkelijk dertiende-eeuwse slot is nu eigendom van Natuurmonumenten, maar wordt nog steeds gebruikt door de nazaten van de drie dochters Van der Lek de Clercq. In het dorp, op een punt waar het beste uitzicht op het slot is, staat een bronzen beeldje van Witte van Haamstede, die het slot heeft laten bouwen. Het beeldje is van recente datum: het is in juni onthuld. Witte staat met zijn rug naar het slot.

In Haamstede strijken wij neer op het terras van Hotel Bom. We hebben er meer dan twintig kilometer op zitten. Van Haamstede lopen wij niet langs de bekende Kloosterweg, maar achter de campings langs naar het vliegveld. Bij Molenbosch eindigt onze etappe van vandaag.