vrijdag 1 mei 2015

Watermolens (Trekvogelpad: Borculo - Haaksbergen)

Vandaag beginnen wij aan onze laatste twee etappes. De trein brengt ons via Zutphen naar Ruurlo. Daar staat de  taxi voor ons klaar, die ons in de buurt van Borculo brengt. Na een kort ritje (waar wij vorige keer lopend en met de bus lang over deden) zet de chauffeur ons af op het punt waar we vorige keer zijn gebleven. Op deze zonnige dag hebben wij 23 kilometer voor de boeg. We lopen langs weilanden en akkers die ons mooie vergezichten bieden. Na het Haarlosche kanaal passeren wij Wolink, een traditioneel Achterhoeks boerenhuis uit 1770.
Vlak voordat we het dorp Eibergen binnen lopen pauzeren wij op een bankje aan de rand van een grasveld. Ter ere van de afsluiting van het Trekvogelpad eten wij vandaag niet de gebruikelijke bruine boterhammen met kaas, maar hebben wij een feestelijke picknick.
Eibergen is een dorp waar de textielindustrie een grote rol heeft gespeeld, net als in andere dorpen in deze regio. We zijn inmiddels in Twente. In het centrum zien we imposante huizen met houten ornamenten, zo te zien uit het eind van de negentiende eeuw. Huizen van de textielbaronnen, denken wij. In een van de huizen is het streekmuseum gevestigd, dat wij niet bezoeken maar waar men ons wel de weg wijst naar de VVV, waar wij ansichtkaarten kopen.
Als we Eibergen uitlopen passeren wij de Mallumse Molen, die er al staat sinds 1430. De brug naar de korenmolen toe is versierd met bloemen. Op het terrein ernaast zijn mensen bezig tenten op te zetten. Er is straks iets bijzonders te doen hier, misschien een soort buitenbeurs. 
We volgen een breed graspad aan de oever van de rivier de Berkel. Het pad ligt onderaan de dijk, waarboven akkers liggen. Het is er heel stil. Op een andere plek aan de mooie Berkel heb ik jaren geleden eens gelogeerd, in een luxueuze tent bij een boerderij. We zijn toen gaan kanoën en passeerden een stuw waar later een paar werkneemsters van een drogisterijketen zijn verdronken tijdens een bedrijfsuitje. De Berkel zal wel flink variëren in hoogte. Vandaag stroomt de rivier vredig tussen haar groene oevers, waar tal van bermbloemen bloeien in wit, geel, paars en blauw. Idyllisch. Paardenbloemen, madeliefjes en ereprijs herken ik; van de andere planten weten we geen namen. Jammer dat wij ook van de vogels, die volop met hun gezang en getjilp aanwezig zijn, niet weten welke soorten het zijn. Alleen de koekoek herkennen wij duidelijk. Maar wij genieten er niet minder om. Op veel plekken is het geluid van de vogels het enige dat je hoort. 

Tussen Eibergen en Haaksbergen ligt landgoed Het Lankheet. Het is een gevarieerd landschap met veel open plekken, die mooi uitzicht bieden. Af en toe passeren wij een beek of een vennetje. Prachtig natuurgebied. Aan de rand ervan passeren we een paar velden met riet. Hier doet de Universiteit van Wageningen onderzoek naar zuivering van oppervlaktewater met rietfilters. We lopen een stukje langs de Buurser Beek richting Haaksbergen. Wij blijven ten zuiden van het dorp, aan de Buurser Beek, waar wij bivakkeren bij de oude Oostendorper watermolen. Het hotel, d’Olde Watermölle, is gevestigd in de oude schuur die bij de molen hoort. Van binnen de middeleeuwse houten balken, van buiten authentiek vakwerk. Net als de molen stamt de schuur uit de zestiende eeuw. De molen is wel eens weggespoeld en opnieuw gebouwd, maar dat lot is de schuur bespaard gebleven. Het restaurant serveert asperges. Wij genieten van deze heerlijke plek.