zaterdag 2 mei 2015

Textiel (Trekvogelpad: Haaksbergen - Usselo)

Na een overvloedig ontbijt in het hotel bij de Oosterdorper watermolen ten zuiden van Haaksbergen vervolgen wij onze tocht. Vandaag leggen wij het laatste traject af, zo’n twintig kilometer. Het pad voert door het Haaksbergerveen, nu een natuurgebied. Doordat vroeger veen werd afgestoken is het gebied gelardeerd met stroken water. De turf was bestemd voor de stoommachines van de textielindustrie, die hier floreerde. De industrie stortte in de zeventiger jaren in. Sommige bedrijven wisten zich te redden door het over een andere boeg te gooien, zoals in high-tech-vezels.
Het landschap is fascinerend. De grond is donker van kleur en bedekt met grote rietpollen. Het gladde wateroppervlak weerspiegelt de lucht met de wolken. Er bloeien volop witte bloemen, die bij nadere bestudering een soort pluimen blijken. Ze voelen zacht aan, als het vachtje van een konijn. Geen idee wat het voor planten zijn, het lijkt op wat ik mij voorstel bij katoen, maar dat kan natuurlijk niet. Later vind ik dat het eenarig wollegras is.
Het pad is deels een graspad, deels een vlonderpad over gedeeltes die erg nat zijn. Er groeit hei, er staan berken en we zien veel libelles en vlinders. Het Haaksbergerveen gaat over in het Buurseveen. Niet veel later volgen wij weer de Buurser beek, stroomopwaarts. Net als langs de Berkel, waar wij gisteren waren, loopt hier een breed graspad langs de beek. De Buurser beek heeft hoogteverschillen. Het water stroomt langs grote keien. Dat karakteristieke geluid doet mij denken aan het Dragadal in Slovenië, waar ik de vakanties van mijn jeugd doorbracht, en aan Italiaans Zwitserland, waar wij vaak zulke beken tegenkwamen. De kinderen bouwden er dammetjes. Er staan een paar huizen langs de beek. Bij een van die huizen zit een ouder echtpaar, vergezeld van een kleine vrolijke hond en een slaperige kat, heerlijk op een houten bank in de zon. Een prachtige plek.
Als wij de beek hebben verlaten komen wij in het Buurserzand, ook een natuurreservaat. Anders dan de naam doet vermoeden is het een gebied met veel water. Hier rusten wij even op een bankje en doen wat rek- en strekoefeningen om de rug soepel te houden. Er heerst ook hier totale stilte, zoals we in dit gebied vaker hebben meegemaakt. Het Buurserzand is bekend om de jeneverbessen, die meer dan honderd jaar oud zijn. Twente maakt veel indruk, met die weidse landschappen en de grote rust die hier heerst.

Wij verlaten het Buurserzand en lopen langs Rutbeek, een recreatieplas die is ontstaan door zandafgraving. Op deze zaterdagmiddag is het niet druk, hoewel het prachtig weer is. Een enkele zwemmer en een paar windsurfers. De bij de plas behorende uitspanning is dicht. Jammer, want de laatste loodjes beginnen zwaar te wegen. Gelukkig komen wij bij Usselo een uitspanning bij een manege tegen, waar een cola ons sterkt voor de laatste kilometers. En dan is het zover: we staan bij de kerk van Usselo. Het eindpunt van het Trekvogelpad: we hebben er 402 kilometer op zitten. Wij feliciteren elkaar. Een vriend van M. haalt ons op en neemt ons mee naar Enschedé, waar wij bij hem en zijn vrouw asperges eten in hun zonovergoten tuin. Moe en voldaan arriveren wij ’s avonds laat weer thuis.