zondag 19 april 2015

Stilte (Trekvogelpad: Vorden - Borculo)

(foto: de Stentor)
De volgende ochtend, na het ontbijt in de Gravin van Vorden, vertrekken wij rond half tien. Wij lopen langs kasteel Vorden, dat oorspronkelijk uit de dertiende eeuw stamt. Hier kruisen wij het Pieterpad. Het grootste deel van het huidige kasteel is in de zestiende eeuw gebouwd. Het is nu particulier bezit. De eigenares, die het met haar toenmalige echtgenoot kocht in 2004, stelt het kasteel open voor bezichtigingen. Daarnaast verhuurt de Vrouwe van Vorden, zoals zij zich op haar website noemt, kamers en exploiteert zij een klein restaurant. Je kunt in het kasteel overnachten, vergaderen of trouwen. Er staan nu steigers om heen, net als om kasteel Ruurlo dat wij later in de ochtend passeren. Het is kennelijk de tijd van het jaar om kastelen op te knappen. 

Kasteel Ruurlo dateert uit dezelfde tijd als dat van Vorden. Het is een tijd in gebruik geweest als gemeentehuis en is nu eigendom van zakenman Hans Melchers, vader van de in 2005 ontvoerde Claudia Melchers. Het schijnt dat Melchers hier een Carel Willink-museum gaat vestigen. Bij het kasteel vraagt een mede-Trekvogelpadloopster met twee honden aan de lijn als gezelschap ons de weg. De aangegeven route, via de tuin om het kasteel heen, is in verband met de restauratie niet te volgen Zij vertelt dat zij en haar man dezelfde etappe lopen, maar in tegengestelde richting. Zij lopen dus alleen en komen elkaar halverwege tegen. Praktisch, want dan kun je met één auto van je woonplaats naar de begin- en eindpunten van de etappes. Gezellig lijkt het mij niet.
In de Oranjerie van kasteel Ruurlo is een horeca-gelegenheid gevestigd, maar die is helaas vandaag gesloten. Wij lopen door. Ons oorspronkelijke plan is vandaag tot Eibergen te lopen. Bij nader inzien duurt die tocht te lang. Probleem is dat het openbaar vervoer in deze streek schaars is. Ruurlo heeft een station en in Eibergen is een bushalte. Daartussen is niets, in de buurt van het pad. 

Van Ruurlo lopen wij door weilanden en akkers richting Borculo. We steken de rivier de Slinge over en verlaten korte tijd later het pad. Wij wandelen richting het dorp Borculo. Daar is is een bushalte. Gelukkig arriveren we op tijd. De bus rijdt op zondag maar eens in het uur. We rijden langs bekende plaatsen als Gorssel en Epse. Met de buschauffeur hebben wij het over de schoonheid en de rust van deze streek. Er zijn hier plekken waar je behalve de geluiden van de natuur helemaal niets hoort. Vandaag hebben we verschillende keren stilgestaan om die ‘oorverdovende stilte’ te ervaren. De chauffeur woont in Ruurlo in een boerderijtje in het buitengebied, vertelt hij. ’s Avonds laat maakt hij een ommetje met de hond. Als het mooi weer is gaat hij graag even op een bankje zitten. De hond springt ook op het bankje en gaat naast hem zitten. Zo zitten ze dan, onder de heldere sterrenhemel, de hond en hij. ‘En verder helemaal niks’. Wij kunnen ons het genoegen voorstellen. In Deventer nemen wij de trein terug. Vanaf de bushalte in Borculo is het ruim drie uur reizen, exclusief de voettocht van het pad naar het dorp. Volgende keer proberen we vanaf station Ruurlo een taxi te nemen. Die moet ons dan zo dicht mogelijk bij het punt brengen waar wij vandaag onze Trekvogeltocht hebben gestaakt.