zondag 15 maart 2015

Waterval (Trekvogelpad: Hoenderloo – Eerbeek)


Om acht uur serveert Anneke, de gastvrouw in onze B&B in Hoenderloo, ons een heerlijk ontbijt. In de omgeving van Hoenderloo is het vandaag en gisteren volstrekt stil. Bijzonder. Rustgevend ook. Gastheer Hans, zelf een wandelaar, vertelt dat de stilte afhangt van het weer, de windrichting en de stand van de wolken. We gaan op tijd op pad. Net als gisteren lopen we vooral door bossen. In het Spelderholt passeren we het hoogste punt van het Trekvogelpad: de 80 meter hoge Schenkenshul. De met hei bedekte heuvel biedt een mooi uitzicht op de bossen rondom.

Wij nemen een viaduct over de A50 en gaan richting Loenen. We volgen de Vrijenberger spreng, een in de negentiende eeuw kunstmatig aangelegde beek, met de kleine en de grote waterval. Het water valt hier 15 meter naar beneden. Vroeger waren er op de Veluwe volop papiermolens. In het midden van de achttiende eeuw waren dat er 170. Toen papier niet meer geschept werd vormden sommige bedrijven zich om tot wasserijen. Het huis van T. en F., waar ik vaak ben geweest, moet hier vlakbij zijn. Ik herken de watervallen. Regelmatig heb ik genoten van paddenstoelen die in dit bos zijn geplukt. Eekhoorntjesbrood en zelfs cantharellen. Heerlijk.


Wij vervolgen onze weg richting Eerbeek en passeren een oude spoorweg, die alleen nog in gebruik is voor een toeristische stoomtrein in de zomer. Ook vandaag zien wij weer een paar herten lopen. Na ongeveer 23 kilometer bereiken wij Huis te Eerbeek, een middeleeuws landgoed waar nu een negentiende-eeuws huis op staat. Het huis wordt gebruikt voor feesten en partijen. Ernaast is een moderner gebouw, dat hotel is. Daar besluiten we onze tocht. De bus brengt ons naar station Apeldoorn. Eigenlijk hadden wij vandaag tot Brummen willen lopen. Dat doen we volgende keer, en dan door tot Vorden.