vrijdag 21 november 2014

Roodbruin & okergeel (Trekvogelpad: De Heidebloem - Soest)

Een vroege trein dit keer, want we hebben ongeveer 23 kilometer voor de boeg en het wordt snel donker. Om kwart voor tien starten we bij bushalte De Heidebloem, onder de A27. Het is prachtig weer. Zonnig en windstil. Op de plekken waar de zon nog niet is geweest ligt een dun laagje rijp. Een paddenstoel heeft een wit kransje om zijn hoed. De winter komt eraan. We lopen door overweldigend mooi bossen. Bladeren dwarrelen rustig naar beneden. De grond is bedekt met een tapijt van tinten roodbruin tot geel, verlicht door de zonnestralen die tussen de bomen doorkomen.

Tijdens de eerste vijf kilometer steken wij drie keer het spoor over, waarvan de laatste keer via een onbewaakte spoorwegovergang. Bij Lage Vuursche kruisen wij het ons bekende Marskramerpad.


Als wij ongeveer driekwart van het traject van vandaag hebben afgelegd is het tijd voor een kom erwtensoep. Daarvoor strijken wij neer in een van de vele pannenkoekenrestaurants die hier geconcentreerd zijn. Vlakbij ligt kasteel Drakenstein, waar Beatrix woonde toen zij jong was en waar zij nu weer naar toe is verhuisd. We lopen langs het soort hekken dat wij kennen van het huis van Willem Alexander in de Horsten in Wassenaar.

De begraafplaats waar Friso ligt moet vlakbij Drakestein zijn, maar we zien hem niet. Later lees ik dat deze bij de Stulpkerk in Lage Vuursche ligt. De oprijlaan van het kasteel komt vrijwel bij de kerk uit. De allereerste foto van Beatrix met Claus is in de tuin van Drakestein gemaakt, in 1965 door J. de Rooij. Een onscherpe foto van twee gelukkige mensen. Arm in arm, de vingers verstrengeld.

Over landgoed Pijnenburg lopen wij naar Soest. Tegen vieren arriveren we bij Stay Okay Soest, de voormalige jeugdherberg. Het valt niet tegen. We lopen naar Soest Zuid. In de buurt van het station moet volgens de receptioniste een klein centrum met winkels en horeca zijn. We komen langs een grote fietsenzaak en een lampenwinkel. Wat horeca betreft zien wij een pizzeria die dicht is, een ijssalon en een soort cafetaria, die ‘Kwalitaria’ heet. Dat belooft niet veel goeds. We overwegen nog even de bus te nemen naar Soest centrum, maar zien daar vanaf omdat wij niet weten of er wel een centrum is dat de reis waard is. Uit telefonische inlichtingen van een vriendin die in Soest is opgegroeid blijkt later dat dit een goede beslissing is.

Het is inmiddels donker. We lopen terug naar het hotel om daar te eten. Dan blijkt dat er die avond geen diner wordt geserveerd, wegens een of andere bijeenkomst. Wel kan de keuken ons een bittergarnituur verschaffen. Even later krijgen wij een schaal met bitterballen, gehaktballetjes, oranje en okergele schijfjes, en beige rechthoekjes. Achter het oranje gaat rijst schuil en achter het okergeel bami. Deze in herfsttinten gepaneerde snacks moeten bamischijven en nasiballen zijn. Van de beige rechthoekjes wordt niet duidelijk wat het is. Wij laten het ons goed smaken, bladeren wat in kranten en tijdschriften en gaan (heel) vroeg naar bed. Er zit meer dan 25 kilometer op. Morgen lopen we naar Maarn.