zaterdag 22 november 2014

Legerplaatsen (Trekvogelpad: Soest - Maarn)

Vanwege de bijeenkomst in de Stay Okay in Soest, waar wij gisteren aankwamen, wordt het ontbijt geserveerd in een kleine zijzaal. De bijeenkomst is er een van parachutisten, horen wij nu. De enige andere gasten in de ontbijtzaal zijn twee vrouwen van wie wij ons afvragen of zij wel hotelgasten zijn. De oudste, gekleed in een oud velours huispak en sportschoenen, haar lange grijze haar in een scheve staart, loopt met steeds nieuwe etenswaren van het ontbijtbuffet naar de tafel, waar de jongere vrouw in rap tempo een ongelofelijke hoeveelheid boterhammen smeert. Waar zij de voorraad laten is niet duidelijk.

We komen vandaag verschillende groepjes mountainbikers tegen. Meestal mannen op leeftijd. Het lijkt erop dat mountainbiken dé sport is hier. Maar dat ligt toch anders, zo zien we aan een bordje ‘Uiteraard verboden voor mountainbikers’. 

Van Soest lopen wij naar Soesterberg, waar lange tijd een vliegbasis was gevestigd. Vanaf 1954 was de basis veertig jaar in gebruik bij de Amerikanen, waarna de Nederlandse luchtmacht er helikopters stationeerde. Eind vorige eeuw vond het proces in de Lockerbie-zaak hier plaats. Daarna werd er een detentiecentrum voor illegalen en bolletjesslikkers ingericht. We lopen geruime tijd langs twee zijden van een met hekken en prikkeldraad beveiligd complex. Hoe het precies in elkaar zit is moeilijk te zien, maar het zou zeker een detentiecentrum kunnen zijn.

Op de hoek van de Amersfoortstestraat zien wij een oud klooster liggen. ‘Kontakt der Kontinenten’ staat erop. Het klooster, het Cenakel genaamd, blijkt omgetoverd tot conferentieoord. In het kader van het wereldburgerschap organiseert men hier trainingen, congressen en conferenties. De naam doet denken aan idealisme uit de jaren zeventig.

Door de bossen lopen wij naar Austerlitz, ook een voormalige legerplaats. Het rond de legerbasis ontstane dorp ontleent zijn naam aan Austerlitz in Tsjechië, waar Napoleon in 1805 een overwinning boekte op de Oostenrijkse en Russische legers. We lopen langs de Wallenburg, de plaats waar vroeger het huis stond van Jean Marie d’Amblé. Deze Franse hugenoot vestigde zich hier eind achttiende eeuw en begon de hei te ontginnen. Hij werkte daarbij samen met het leger van Napoleon, waarvan hij paardenmest betrok en waaraan hij landbouwproducten en stookhout leverde. Het huis staat er niet meer, alleen de veertien meter diepe waterput is er nog. En twee enorme, uit hun krachten gegroeide leilindes, die vroeger ongetwijfeld voor het huis stonden.

In Austerlitz is een café dat vroeger ‘De Jonckvrouw’ en nu, toepasselijker, ‘Bonaparte’ heet. Hier nemen wij een erwtensoep. Wij vervolgen onze weg door de bossen en passeren de theekoepel die J.B. Stoop hier in de negentiende eeuw liet bouwen door (tuin)architect Zocher. De theekoepel is nu in gebruik als atelier van een beeldend kunstenaar.


De laagstaande zon levert mooie doorkijkjes op. De verkleurde bomen steken prachtig af tegen de helder blauwe hemel en tegen het gras, dat nog het frisse groen van een vroege zomer heeft. Overal staan paddenstoelen, soms in grote cirkels. Ze verkeren in verschillende stadia van rijpheid en verval. De kleuren variëren van wit, geel, beige, grijzig tot rood, verkleurend naar vaal donkerroze. 

Het bos gaat over in een zandverstuiving en dan zijn we in Maarn. Het loopt tegen vieren. Wonen lijkt de voornaamste bezigheid in dit dorp. Een groot centraal plein, maar geen horeca, op een restaurant na dat om pas half zes open gaat. In de winkelpanden zijn vooral makelaars en interieurzaken gevestigd . De trein brengt ons via Utrecht terug naar huis.